Het IPB en de netwerkdroom van de jeugdbewegingen 

Vrijdag 20 oktober 2006 staan de jeugdbewegingen in de kijker. Zij spreken in hun open brief hun dankbaarheid uit naar de ouders, de buurt en de overheden. Ze roepen daarbij op tot het verder uitbouwen van een netwerk op de verschillende niveaus.
Het IPB ondersteunt die droom ten volle en van harte. Het IPB wijdde in de loop van vorig jaar twee bijeenkomsten aan de werking en de meerwaarde van de jeugdbewegingen. Hieruit kwam een statement/werktekst naar voor die deze week bekrachtigd werd door de werkgroep ‘Jeugdbewegingen'. Ook daar werd het verlangen geuit dat datgene wat op het interdiocesane niveau kon waargemaakt worden ook op het lokale niveau zou plaatsvinden, namelijk een dialoog ontwikkelen tussen de parochie of plaatselijke geloofsgemeenschap en de jeugdbeweging. Op sommige plaatsen lukt dit al, op andere kan er werk van gemaakt worden.
Het IPB wil daarbij onderstrepen dat het bestaan als jeugdbeweging zelf een uitdrukking is van een christelijk project dat de zoektocht naar wat belangrijk is voor mens en samenleving vandaag kan uitdrukken. Beginselen als gemeenschap vormen, oog hebben voor zwakken en kansarmen, voor jongeren van allerlei pluimage, en niemand uitsluiten in hun beweging, zijn getuigen van een grondhouding die in onze samenleving niet meer als vanzelfsprekend wordt ervaren. Op die manier is hun aanwezigheid een voortdurende confrontatie met en een bewustwording van wat er gebeurt in onze samenleving. Daarom willen we hun werking ook van harte ondersteunen en hun droom van een lokale integratie mee onderschrijven.
Het IPB roept daarom alle verantwoordelijken van plaatselijke geloofsgemeenschappen (priesters, parochieassistenten en pastorale werkers, diakens, proosten, godsdienstleerkrachten, religieuzen, catechisten, leden van parochieteams, enzovoort) op om het gesprek met de jeugdbewegingen te voeren. De IPB-werktekst kan een goede handleiding zijn om dit gesprek op gang te brengen of bepaalde punten onder de aandacht te brengen. De vertaling naar de concrete realiteit dient wel ter plekke te gebeuren. Die is te zeer afhankelijk van de eigenheid van mensen en gemeenschappen. In dat gesprek is het belangrijk dat ruimte wordt gegeven aan de eigen wijze van kerk-zijn van een jeugdbeweging zonder hen meteen structureel vast te zetten. Het is namelijk in hun ‘verantwoordelijkheid in vrijheid' dat hun project ten volle kan slagen.
Het IPB wenst die dialoog alle succes toe! En zo wil ze haar dankbaarheid uitdrukken naar de jeugdbewegingen.

 

Jeugdbewegingen - IPB
Statement/Werktekst

Op 8 oktober 2005 organiseerde het IPB een Forum dat in het teken stond van de dialoog met de Vlaamse katholieke jeugdbewegingen. Bij deze ontmoeting werd duidelijk dat de  jeugdbewegingen en het IPB inzake de actuele ontwikkeling van kerk en samenleving op vele vlakken dezelfde visie en bekommernissen delen. Dit overleg gaf aanleiding tot onderstaande werktekst, die als basis kan dienen voor verder overleg in het IPB, in de verschillende jeugdbewegingen en op verschillende niveaus van kerk en samenleving.

1.      Het IPB gelooft in de zinvolheid van het jeugdwerk dat zich tot doel stelt jongeren in hun vrije tijd samen te brengen voor activiteiten die gebaseerd zijn op specifieke waarden en gebruik maken van specifieke methoden.
2.      Het IPB onderschrijft dat de christelijk geïnspireerde jeugdbewegingen als volwaardige elementen van de kerkgemeenschap erkend moeten blijven en dat het voor de Kerk belangrijk is om daarin te blijven investeren.
3.      Het IPB onderschrijft de algemene doelstelling van de jeugdbewegingen om jongeren op te voeden tot bewuste en verantwoordelijke leden van de samenleving. Een goed voorbeeld is het jaarthema 2005-2006: "VerdraaiDe wereld", dat de uitdrukking is van een gezamenlijke bekommernis van de jeugdbewegingen voor de Noord-Zuidverhoudingen. Ook in de aandacht voor het milieu en andere thema's wordt de verantwoordelijkheid aangescherpt.
4.      Het IPB onderschrijft ten volle de beleidsoptie van non-discriminatie, waarbij jeugdbewegingen zich open stellen voor alle jongeren zonder onderscheid van stand, huidskleur, cultuur, religie, levensbeschouwing of geaardheid - uiteraard binnen de geest en de eigen doelstellingen van elke jeugdbeweging - en waarmee de jeugdbewegingen model willen staan voor een samenleving die niet discrimineert en waar waarden als solidariteit en verdraagzaamheid, diepgang en authenticiteit op de voorgrond staan.
5.      Het IPB onderschrijft de vraag van de jeugdbewegingen naar steun en begrip voor de eigen manier van werken, die afgestemd is op de levensfase waarin jongeren kansen moeten krijgen om zichzelf en de wereld te leren kennen. De methode van het jeugdwerk is terecht gebouwd op spel, experiment, engagement en samen zijn. Het IPB beschouwt de jeugdbeweging als een waardevol oefenveld voor de grote samenleving.
6.      Het IPB vindt het belangrijk dat jeugdbewegingen bij leiding en leden maatschappelijke en ethische thema's ter sprake brengen. Het IPB vindt het pedagogisch waardevol dat deze thema's aanleiding geven tot gesprek, duiding, standpuntbepaling en concreet engagement of actie. Het IPB onderschrijft de vraag naar het beschikbaar stellen en het vormen van goede begeleiders.
7.      Het IPB onderschrijft de aandacht van de jeugdbewegingen voor diepere waarden en zingeving, meer in het bijzonder de inspiratie van het evangelie en de persoon van Jezus Christus, die expliciet aan bod kunnen komen in momenten van viering, bezinning en gebed. Het IPB onderschrijft tevens de vraag naar kansen tot inspraak in alle geledingen van het kerkelijk beleid om in permanente dialoog gestalte te kunnen geven aan een open en dynamisch kerkmodel. 
8.      Het IPB onderschrijft het grote belang van kwalitatieve leidersvorming zowel op het vlak van pedagogiek en methodiek als op het vlak van inspiratie en identiteit. Het IPB is er zich sterk van bewust dat het jeugdwerk de basis legt voor het engagement van de volwassenen. Daarom steunt het de vraag naar geregeld contact, overleg en samenwerking met de andere geledingen van het christelijk middenveld.

19 oktober 2006