De immigratie, de culturele diversiteit en mogelijke pastorale antwoorden


1.   Mijn woonplaats

Ik woon in Sint-Joost-ten-Node, de kleinste en met haar 22.000 inwoners tegelijkertijd de dichtst bevolkte gemeente van Brussel.

140 verschillende nationaliteiten

Een tweetal maanden geleden werd er met de steun van de schepen van cultuur een toneelstuk opgevoerd. Het ging over het leven in de gemeente en er deden een aantal bewoners van de gemeente mee.

Een van de jongere toneelspelers zei dat hij ervan droomde om weg te gaan, hij wilde ergens anders gaan wonen waarop hem volgend antwoord gegeven werd: waarom wil je ergens anders naartoe gaan? Loop de Haachtsesteenweg af en je belandt in Turkije .... Ga je naar het Sint-Joostplein dan kom je in Matonge uit, het Matonge van Sint-Joost. En als je in de richting van de Armand Steurssquare loopt, dan kom je met een beetje geluk de laatste Belgen tegen.
Een toneelstuk dat de werkelijkheid maar al te goed weerspiegelt!
Onder deze Belgen zou zich nog een minderheid christenen bevinden die je zondags bij de misviering kan ontmoeten, maar ook daar zijn ze een minderheid. Drievierde van de christenen komt ‘uit den vreemde' waardoor de eucharistievieringen met veel animo en beweging verlopen.
Deze gemeente is een echte smeltkroes van volkeren en eigenlijk vormen we allen min of meer een minderheid. In een dergelijke context leer je de dingen anders bekijken. Wij zijn geen kerk meer in een dorpskern, een spil waar de anderen omheen draaien. We zijn een minderheid tussen andere minderheden.

Dan denk ik direct aan de volgende zin uit de Schriften: "Wie is je naaste?"
of nog "Bemin je naaste zoals jezelf"!
Wat kan ik doen met al deze mensen die op de een of andere manier naasten zijn?

Het valt me steeds op dat een Belg die op reis gaat graag goed ontvangen wordt - in de islamitische landen van Noord-Afrika of in het Midden Oosten wordt hij dan ook meestal met open armen ontvangen. Nu bevinden deze mensen zich echter binnen onze muren .... Wat doen wij? Ontvangen wij hen even gastvrij als zij ons?
Hoe groter de diversiteit hoe sneller wij aan het wankelen raken. Hoe kunnen wij zoveel mogelijk culturele en religieuze spanningen vermijden? Wat doen wij opdat alles vlot verloopt?
We kunnen uiteraard stellen dat we min of meer in vrede naast elkaar leven, dat we elkaar tolereren, maar toch leven we gescheiden als in getto's.
Hier komt een eerste uitdaging: je kunt je opsluiten in je eigen wereldje, of je kan jezelf, vanuit je eigenheid, openstellen voor de anderen. Een christen hoeft hier geen twee keer over na te denken. ‘In den beginne was het Woord...' El Kalima, een Boodschap. Ook Jezus zocht de anderen op ... zelfs diegenen die in iets anders geloofden....
Gemeenten en inwoners organiseren weliswaar culturele activiteiten, maar de christen is ertoe geroepen de dialoog aan te vatten, naar de andere toe te gaan, om hem beter te leren kennen. Het woord moet circuleren. Er moeten plekken zijn waar men van gedachten kan wisselen.

2.   Ter bevordering van de dialoog

Volgens het Tweede Vaticaans Concilie moet een christen de dialoog en meer bepaald de interreligieuze dialoog bevorderen. Het Vicariaat van Brussel neemt dit zeer ter harte en heeft recentelijk een coördinatie ter bevordering van de interreligieuze dialoog opgericht.
In Nostra Aetate, één van de teksten van het Concilie, worden we ertoe aangespoord vooraleer we het woord ‘dialoog' in de mond te nemen, de ander ‘met respect te benaderen'. Een respectvolle kijk is essentieel om de wereld van de ander te betreden. De dialoog vraagt een houding van het hart.
Toen Pierre Claverie, voormalig bisschop van Oran, het over zijn jeugdherinneringen als zogenaamde ‘pieds noirs' (Fransman in Algerije) had, zei hij dat hij in deze prille levensfase naast de andere geleefd had en hem gewoonweg negeerde. Pas na de bekering van zijn hart, zag hij « wie naast hem waren ».
De belangen en de mogelijkheden van de dialoog zijn natuurlijk anders in functie van de gesprekpartners en, variëren naargelang je je tot een christelijke Afrikaan, tot een christelijke Zuid-Amerikaan of tot een moslim richt.
Het is belangrijk de aandacht te vestigen op de groep die overduidelijk overheerst, namelijk die van de moslims.
Een op drie personen in Brussel is moslim en over 15 tot 20 jaar zou de moslimbevolking wel eens de meerderheid kunnen vormen. Dat mag men niet uit het oog verliezen. Als de islam een dominante positie begint in te nemen dan is dat niet enkel op aantallen terug te voeren, maar ook omwille van de rijke symboliek en de particuliere historische rol van deze traditie ten opzichte van het ‘christelijke Europa'. Anderzijds is de islambeleving sterk identiteitsgebonden. Bij een praktiserende moslim is zijn sociaal leven, zijn politiek leven en zijn spiritueel leven met de islam doorweven. Dat is soms moeilijk te vatten voor een westerling die geneigd is te zeggen: "Geef de keizer wat de keizer toekomt en geef aan God wat God toekomt".
Als kinderen op school zeggen dat ze Marokkaan of Turk zijn dan geven ze daarmee tegelijkertijd aan dat ze moslim zijn. Dat gaat zelfs zo ver dat de Turkse christenen zich niet als Turk zullen voorstellen.
De uitdaging bestaat er vandaag in banden te scheppen met deze alsmaar groter wordende bevolkingsgroep. Een centrum zoals El Kalima doet niet anders dan proberen bruggen te slaan.

3.   Kernhouding voor een goede dialoog

Alles wat naar islam of moslims helt, heeft een slechte pers. Laten we maar even aan de recente voorbeelden denken waardoor dit wederzijdse wantrouwen aangewakkerd wordt: 11 september en de instortende torens, de moord op Theo Van Gogh, de hoofddoek, de karikaturen enz. Al met al een somber beeld als je al deze gebeurtenissen naast elkaar legt. Deze voorvallen hebben natuurlijk hun weerslag op de moslimbevolking in België. Hoe reageren? Hoe vermijd je dat je door deze negatieve sfeerbeelden zou worden meegesleurd? Ze bestaan, dat kan je niet negeren, maar tegelijkertijd moeten we erop toezien dat we niet iedereen over dezelfde kam scheren.

-     Soheib Bencheikh, een moslim schreef het volgende: "christenbroeder, vergeet in je gebed en tijdens het vasten niet dat er naast je een moslim staat, die zich in zijn gebed en met zijn vasten tot dezelfde Godheid, tot dezelfde Heerlijkheid richt." De moslim is in de eerste plaats een man van gebed en dat wordt maar al te vaak over het hoofd gezien. Wij moeten dit respecteren en hem respecteren in zijn eigenheid. Het gaat er niet om de andere tot je eigen denkwijze te overreden. Men zou zich integendeel op de gemeenschappelijke waarden moeten concentreren en deze vervolgens bevorderen.

-     Eens men vertrouwen schenkt kan men beginnen iets op te bouwen. Vertrouwen schenken is een sleutelbegrip. Dit geldt trouwens voor iedereen. Met een kind dat niet onder de vleugels van zijn ouders en in hun vertrouwen kan opgroeien, loopt het immers vaak verkeerd af. In verband met de moslims herinner ik me trouwens nog heel goed wat Mgr. Teissier, bisschop in Algerije, tijdens een bezoek in Brussel zei - op een moment dat het fundamentalisme in zijn land in opmars was - "Ik geloof in de evolutie van het geweten".

Wij beleven dit tijdens de ontmoetingen die door El Kalima worden georganiseerd.
Er vinden geregeld ontmoetingen plaats tussen een katholieke afvaardiging (KMS - Kalima) en de Ligue des imams. Aanvankelijk wilden onze moslimvrienden vooral blok vormen tegen de leken, tegen diegenen die geen geloof hebben. Dat werd uitgepraat en het tij is nu aan het keren ....
Met dit voor ogen streven wij ernaar een positieve kracht te vormen in de golf van berichten en geruchten over misstappen die door een aantal moslims in naam van hun religie gepleegd werden.
Een recent voorbeeld vinden we in het tijdschrift Vif/'Express. De titel "De islam, een bedreiging voor de scholen" werd nog uitdagender door het artikel in het tijdschrift "Hoe de islam de scholen tot zedelijk verderf leidt". De moeilijkheden waarnaar in dat artikel verwezen wordt, bestaan wel degelijk in sommige scholen, maar door ze op deze wijze te bundelen wekt men de indruk dat het overal op dezelfde wijze verloopt. Zo lang men de ander als een bedreiging blijft beschouwen, bestaat het risico dat dit ontaardt in geweldontplooiing.

De huidige uitdaging bestaat erin de anderen positief te onthalen. Met een portie goede wil kan men de intolerantie bestrijden.

4.   Wat betekent dialogeren?

-     Sommigen denken dat dialoog betekent dat je tot een theologische consensus komt, wat natuurlijk ondenkbaar is. Dat is niet de reden voor onze dialoog. Maar al te graag benadrukt men wat ons verenigt, en dat is nodig, maar men moet verder gaan. Je moet niet voorbij maar juist met de verschillen dialogeren. Je moet er niet bang voor zijn, ook niet als het om tegenstellingen gaat. Uiteindelijk is datgene wat ons overstijgt ook datgene wat ons verenigt.
Het is niet omdat je mekaars verschillen aanvaardt dat je je niet over de talrijke gemeenschappelijke gebieden kan verheugen. Respect staat niet gelijk met adhesie en vergt veel innerlijke, spirituele vrijheid.

-     Via de dialoog ken je elkaar een identiteit toe.
Kijken we bij wijze van voorbeeld even naar de gemengde huwelijken, bijvoorbeeld tussen christenen en moslims. Bij ons is er een groep die regelmatig samenkomt en wederzijdse steun geeft. Zij bekijken hun koppel als een ruimte voor dialoog bij uitstek. Bij feesten, geboorten, overgangsmomenten in het leven ... stellen beide partners zich vragen over hun geloof. Als je vragen durft te stellen bij je geloof, dan ga je al snel dieper nadenken. Met de islam als spiegel, kan de christen zijn geloof beter situeren en met het christendom als spiegel kan de moslim zijn geloof beter situeren. [1] Deze dialoog biedt een kans voor het geloof van de ene en de andere.
Een boom zonder stevig wortelstelsel kan zich niet ontwikkelen omdat hij het risico loopt om te vallen.
Daarmee stelt zich devraag naar de godsdienstlessen. Eenzelde les over de geschiedenis van de godsdiensten voor iedereen? Ja, maar vanaf welke leeftijd?

-     Men gebruikt dezelfde woorden terwijl deze iets anders betekenen. In het Arabisch, zie je dat de christelijke woordenschat vaak afwijkt van de islamietische. De betekenis is verschillend naargelang de linguïstische en etnische context. Wij denken dat de ander ons begrepen heeft, maar eigenlijk heeft hij niets of iets anders begrepen. We moeten opnieuw leren praten, we moeten gemeenschappelijke woorden aanleren.
Bijvoorbeeld via de IDP, workshops over bv. het profetisme. Als je iets verder gaat kijken dan stel je al snel vast dat de term "profeet" voor iedereen iets anders betekent. Dat wordt pas zichtbaar als je vragen kunt stellen om deze begrippen beter te begrijpen.
In een dialoog is het belangrijk om de woorden die men gebruikt te verduidelijken.
De ander proberen te begrijpen vraagt een heel andere geestesingesteldheid. Je kunt de Koran of de Bijbel niet met dezelfde sleutels lezen. Zoals aan Abraham wordt ook aan ons gevraagd om weg te trekken en onze manier van denken en onze zienswijze te verlaten. We moeten op weg gaan naar onbekend gebied. Je moet bereid zijn tot ‘ver - ruiming' in de zin van ‘desoriëntatie' of zoals Panikkar (ik meen dat hij het was) het stelde tot ‘desoccidentatie'.

De theologie is nu precies één van de plaatsen die ruimte voor reflectie zou moeten vrijmaken. Men kan geen toekomstige priester of geestelijken voorbereiden en de context negeren.
Ik blijf het maar zeggen tegen mijn dominicaanse broeders en medezusters, dat de theologie die ze onderwijzen rekening moet houden met de moslimsgodsdienst en ongetwijfeld ook met alle andere. Het christendom kan niet meer op dezelfde wijze voorgesteld worden wil men in de gegeven context begrepen worden. Vaak zegt men dat de taal van de theologie aan de moderniteit moet worden aangepast, maar eigenlijk zou dat ook moeten gebeuren tegenover de moslims. Bijvoorbeeld: hoe over Kerstmis praten om zeker te zijn dat men begrepen wordt?

-     Een ander belangrijk onderdeel van de dialoog is luisteren. Aanvaarden dat de ander in het spreken over zichzelf ook zijn geloof ter sprake brengt.
De christen moet niet worden gezien vanuit wat de Koran erover zegt en een moslim is geen christen zonder zelfkennis. We mogen niet aan recuperatie gaan doen. Men mag evenmin in christelijke en niet-christelijke delen gaan opsplitsen en doen alsof de islam geen coherent geheel zou vormen, of nog volgens klassieke formuleringen gaan indelen zonder rekening te houden met de recente posities (in het christendom).

5.   De gesprekpartners

-     Vaak hoor je zeggen dat het steeds weer de katholieken zijn die het initiatief nemen om de dialoog op gang te brengen.
Daarop antwoord ik dat zolang een immigrant geen werk heeft, of geen papieren, of niet eens een degelijk leven kan leiden, je hem niet moet vragen zich open te stellen voor anderen. Hij heeft al te veel om het hoofd en moet ervoor zorgen dat hij met zijn gezin erin slaagt te overleven. Eens hij geen bijstand meer nodig heeft, eens hij een respectabel iemand geworden is, kan hij iets opbouwen.... En dan gaat hij naar de ander toe.
Vandaag bevinden de meesten zich in dat stadium. Maar al te vaak komen moslims naar ons toe met de vraag iets met hen te doen.

-     Belangrijk is ook te zorgen voor gesprekpartners van eenzelfde niveau, zodat je op een voet van gelijkheid staat, met gelijk niveau van opleiding en de mogelijkheid om je uit te drukken (wat 15 jaar geleden onmogelijk was, kan ondertussen wel). De christen is niet diegene die alles brengt naar iemand die niets had en omgekeerd. Je moet echte partners zijn (niet altijd gastheer/vrouw zijn maar de rollen ook omkeren). Bijvoorbeeld: onze workshops vinden afwisselend bij de moslims en bij Kalima plaats.
Wij organiseren activiteiten met partners. Uit deze ontmoetingen en hun voorbereidingen groeit een wederzijds respect.
Pater de Béthune neemt vaak het woord gastvrijheid in de mond. Onthalen en onthaald worden zijn noden die onlosmakelijk verbonden zijn. Dat is de bevoorrechte weg van het Evangelie.

- Er zijn veel gesprekpartners omdat er veel verscheidenheid is binnen de islam. Vandaag heeft men het over de «islams». Als men deze diversiteit niet begrijpt, dan loopt men het gevaar de ander in onwrikbare categorieën in te delen.

Met welke verschillen hebben wij te maken?

-     De islam plantte zich in verschillende aardrijkskundige streken in tijdens zijn uitbreidingsfase en entte zich bijgevolg op verschillende culturen. Marokkanen en Turken vormen weliswaar de meerderheid, maar desondanks mag men de meest recente stromen komende uit de andere streken van de wereld niet vergeten. Denken we bijvoorbeeld maar aan zwart Afrika dat niet hetzelfde is als Noord-Afrika.
-     De verschillende takken (soennieten, sjiieten) zelfs indien deze in België niet talrijk zijn.
-     De verschillende juridische scholen
-     De islamitische bewegingen of stromingen (zoals het wahhabisme, les frères musulmans) of de meer spirituele (hoewel deze stromingen evolueren omdat de context verschillend is).
-     In het algemeen, zoals iedereen ten opzichte van zijn godsdienst, kan de band die de moslim met zijn geloof onderhoudt eerder traditioneel of populair of mystiek zijn, of zelfs seculier (er zijn er die dat vandaag open in de maatschappij durven verkondigen).

Maar allen verkondigen dat zij de ware islam belijden.

De moeilijkheid bestaat erin een gesprekspartner te kiezen. Het is zoveel gemakkelijker om met de meer spirituelen een dialoog te voeren. Nochtans moet er met iedereen rekening gehouden worden.

-     Wij voeren een dialoog met particuliere groepen, het is moeilijk om alle moslims samen te brengen. Zo heb je bijvoorbeeld: la ligue des imams, l'Union des mosquées, de IDP... les Amis de l'Islam.... Een katholiek zal misschien ook liever niet naast een protestant zitten!
Ook de taal kan een obstakel vormen: Marokkanen spreken Arabisch, Turken spreken Turks! Maar het heikele punt is dat je deel uitmaakt van een welbepaalde strekking. Niet altijd gemakkelijk dus om goede maatjes te blijven.
Een andere uitdaging bestaat erin om christenen uit verschillende kerkgenootschappen zoals de protestanten samen te brengen. Een aantal jaren zeggen we al dat we toch niet met de vreemde kunnen gaan praten zonder ook met de meest nabije geloofsgenoten in gesprek te gaan.. Als Nederlands- en Franstaligen werken wij bijgevolg samen rond een aantal activiteiten zoals het maken van de kaart ter gelegenheid van het feest van het einde van de ramadan. Of ook het interreligieuze parcours dat helpt om bruggen tussen de gemeenschappen te slaan en om mensen aan te moedigen om een moskee, een pagode of een kerk binnen te gaan.

-     Het interreligieuze parcours geeft de gelegenheid om deuren te openen. Soms durf je gewoonweg niet alleen een moskee of een synagoge binnen te gaan.... Al deze middelen dragen bij tot de vrede.

6.   Levensbeschouwelijke dialoog

De huidige maatschappij is multicultureel en multireligieus. De vraag om in dialoog te treden met andere kerkgemeenschappen en overtuigingen kwam van de moslims zelf. Zo kwam er de dag rond het thema ‘Samen bruggen bouwen'. Aanvankelijk, tijdens de eerste twee jaar waren we onder christenen en moslims. Vervolgens kwamen de joden erbij en dan de niet-gelovigen (humanisten, vrijdenkers...) of nog anderen zoals de boeddhisten.
Een tweetal jaar geleden werd een groep opgericht waar ik deel van uitmaak en die werkt rond ‘Levensbeschouwingen in gesprek', een bijzonder interessante ervaring die alles overhoop gooit en in vraag durft te stellen.
Als gesprekspartner bij deze interculturele of interreligieuze dialoog en naast de boeddhisten, hindoes, moslims, bahaïs, joden ... eist nu ook een andere groep Belgen zijn plaats op: de vrijzinnigen. Vandaar de verandering van de term interreligieus in interlevensbeschouwelijk.

7.   Doel van de dialoog

Ziehier enkele denkpistes, voorbeelden van acties van het Centrum El Kalima en van zijn partners. We hebben over de dialoog gesproken, een dialoog waarvan de noodzaak zich opdringt met het oog op deze multiculturele of multireligieuze werkelijkheid.
Maar wordt er enkel gedialogeerd om in vrede te leven?
Indien het belangrijk is zou ik zelfs verder durven te gaan en te stellen dat ik dialogeer omdat "ik het geloof van de andere nodig heb", om het met een uitdrukking van Pierre Claverie te zeggen. Onze bisschop, Mgr. De Kesel, verwees hier in juni, tijdens de 30ste verjaardag van het Centrum El Kalima ook al naar.

Ik dialogeer omdat ik op de weg naar God iets van de anderen te leren heb. Ik moet aanvaarden dat de ander een deel van de waarheid kan hebben, dat ik niet heb. Jean Lacroix: "dialogeren kan niet betekenen dat men de gedachte van de ander weigert of eenvoudigweg overneemt. Het betekent integendeel dat men zichzelf in vraag stelt om in contact met de ander vooruitgang te boeken of het vooruitzicht aanvaardt om verder te gaan ...."
Hier kan het gebed hulp bieden. Ik citeer Pierre Claverie: "Wij zijn geen afzonderlijke godsdienstige groepen; in de eerste plaats staan wij samen voor God en zo staan wij ook in contact met elkaar".

Hier volgt het citaat van Soheib Bencheikh waarover ik het al had:

"Christenbroeder, als je bidt, als je vast, vergeet dan niet dat er naast je een moslim staat die zich via het gebed en de vasten tot dezelfde Godheid, tot dezelfde Heerlijkheid richt."
Deze oproep van een moslim tot de christenen toont heel goed aan dat de ontmoeting met God de mensen dichter bij elkaar brengt en hen verenigt, want hiervoor moet je jezelf overstijgen en je leven in functie van de ander zien.

Hoe kom je vooruit op de weg van de dialoog?

Zoals Jezus, door over de grenzen van onze Kerk heen, naar onze naaste te kijken en deze te beminnen. Wij zeggen alle dagen in het Onze Vader: ‘Uw Rijk kome'. Wij moeten allen geestelijk groeien in een nog te bouwen Koninkrijk, zoals de Schriften ons zeggen, met de middelen die God ons gegeven heeft, maar ook onder invloed van zijn Geest die zijn actie volbrengt bij eenieder van ons, ongeacht zijn cultuur of zijn geloof.

Wij zijn niet de enigen die dat denken:


Emir Abd-el-Kader (mysticus die voor de onafhankelijkheid van Algerije gestreden heeft, overleden in 1883) zei ooit volgende wonderlijke zin:

« Als je denkt en gelooft dat je God verkondigt - en dat is wat elke islamschool denkt - weet dan dat God dat is en dat God ook al het andere is! Als je denkt en gelooft wat de diverse moslim, christelijke, joodse, mazdeaanse, polytheïstische en andere gemeenschappen geloven, weet dan dat God dat is en dat God ook al het andere is .... »

 



[1] Dit is de titel van een boek : « Le christianisme au miroir de l'Islam » Henri Sason