Inhoudsopgave
Semaine Sociale de France 2008
Verklaring
Alle Pagina's

Les religions, menace ou espoir pour nos sociétés?
Semaine Sociale de France -
Lyon, 21-23 november 2008

foto_ssf_3

Inhoudelijk verslag 

Tijdens de proloog werd de specifieke laïciteit van Frankrijk door de politieke leiders als een kans tot dialoog vooropgesteld.
De religieuze leiders hadden elk hun eigen accent om deze dagen te beginnen. Mgr. Barbarin noemde de godsdiensten dienaars van de samenleving. Ze tonen de barmhartigheid van God in de wereld zoals die is. Vanuit de moslims klonk de oproep om eerst het gevecht aan te gaan in zichzelf tegen de eigen verkeerde neigingen. God heeft ons moslim, jood of christen gewild om met elkaar te wedijveren in goedheid. Na zijn vredeswens vroeg de rabbijn zich af hoe we God kunnen beminnen. Handel zo dat de naam van God bemind wordt.

De eerste dag was vooral gewijd aan een analyse van onze samenleving en de sociologische betekenis van de godsdiensten daarin. Persoonlijk vond ik de wat scherpe inbreng van de sociologe Danièle Hervieu-Léger interessant. Zij maakte onder andere een analyse van waarin het gevaar van de godsdiensten kan bestaan. Momenteel dragen de fundamentalistische groepen in religies bij tot een vergroting van het gevaar. Hoe meer tegelijk het ‘wij'-gevoel in de politieke samenleving verdwijnt, hoe groter het gevaar. Godsdiensten kunnen op deze situatie op verschillende manieren reageren. Ze kunnen het als een opportuniteit zien om weer aan belang te winnen. Deze houding is gedoemd om te mislukken. Ze kunnen zich profileren als zingevers. We spreken dan van een ethisch-symbolische geruststelling. Maar de huidige samenleving heeft geen godsdienst nodig om het belang van waarden te zien. Een derde positie is die van de ‘mystieke weg'. Daarin weet de godsdienst zich geïnterpelleerd om de geschiedenis en de traditie te lezen en verder te zetten. De zingeving zelf is in continuë evolutie. Institutioneel moet ruimtegemaakt worden om te denken en daaraan uitdrukking te geven. Alle dromen van een volmaakte samenleving zijn een publiek gevaar. Het seculiere antidotum heet pluralisme. Maar ook religie kan een antidotum aanreiken zolang ze de les van de geschiedenis respecteert en beseft dat het ‘nog niet' aanwezig moet blijven.
Jean-Louis Schlegel belichtte de politieke kant van de Franse laïciteit. Godsdienst werd hierdoor een privézaak wat voor velen als negatief werd ervaren. Maar we mogen niet vergeten dat de staat wel ruimte geeft aan de godsdiensten. Terwijl in Frankrijk een strikte neutraliteit geldt vanuit officiële instanties, zien we overal elders in de EU-landen een meer positieve vooringenomenheid. Het was echter verkeerd om de godsdienst uit de publieke ruimten te bannen. Ze moeten zichtbaar blijven in de samenleving.
Paul-Michaël Zulehner sprak over een pluralisme dat niet enkel tussen mensen bestaat maar ook binnen in elk individu. In zijn analyse van Europa zag hij een nieuwe groep van atheïstische denkers. Het zijn mensen die op zoek zijn naar hun eigen innerlijk en naar genezing maar die dit niet doen vanuit een godsgeloof. Als tekenen van een positieve evolutie noemde hij het bestaan van kleine zelfbewuste christelijke gemeenschappen, de sympathie van jongeren voor de paus en het toenemend belang van God in de metropolen.
's Namiddags kwamen woordvoerders van de verschillende monotheïstische godsdiensten aan het woord. De moslim Mustapha Chérif sprak over de ‘désabrahamisation' van de wereld en stelde de vraag hoe we secularisatie én religie kunnen behouden. Voor hem was geloof een privézaak maar godsdienst behoort tot de publieke sfeer.

De tweede dag sprak Jean-Paul Willaime over de nieuwe plaats van de godsdienst in de maatschappij. De radicalisering van de secularisatie bracht een individualisering, een mondialisering en een pluralisering van het gedrag met zich mee. Paradoxaal genoeg leidde dit tot minder regels en een privatisering van de moraal en tegelijk tot meer regels om het burgerschap te bevorderen. De individuele ontwikkeling in een omgeving met minder kaders leidt tot een vergroten van de kloof tussen sterk en zwak. In de ultramoderniteit is er een ontmythologiseren van de personen die zelf ontmythologiseerden. De opbouw van de eigen identiteit is narratief. Ze staat niet langer onder de voogdij van de godsdienst maar een nieuwe voogdij is die van het onderwijs.
De intergenerationele banden staan sterk onder druk. Het nu is belangrijk (internet) en omdat het verleden ongekend is, wordt ook een toekomstvisie problematisch. Iets doorgeven van de ene generatie naar de andere wordt heel moeilijk. Toch komen universele waarden niet vanzelf. Ze moeten via de cultuur geleerd worden.
Enzo Bianchi brak een lans voor eenheid in verscheidenheid. ‘De Kerk moet dialoog worden', zo citeerde hij paus Paulus VI. We moeten afstand doen van onze rechten en privileges uit het verleden en van onze vijandsbeelden. Door de gastvrijheid kunnen we het anders zijn van de anderen ontdekken. We hebben al te lang de pretentie gehad van de waarheid te hebben. Die gaat ons echter te boven, is eschatologisch. Hoe kunnen we trouw blijven aan het evangelie en profetisch in deze samenleving? We moeten volop in de geschiedenis gaan staan maar als een alternatieve gemeenschap met een alternatieve kwaliteit van relaties. Sociologen kunnen beschrijven wat we nu doen maar we moeten ons afvragen of het dat is wat we willen doen.
Agnès von Kirchbach vond het noodzakelijk om aan anderen uit te leggen wat onze geschiedenis is en ook naar de geschiedenis van anderen te luisteren om elkaar te leren kennen. De godsdiensten stellen de samenleving onder kritiek maar ook omgekeerd.
's Namiddags waren er ateliers met verschillende thema's. Zo was er een sessie over de plaats van godsdiensten in de openbare ruimten, over godsdiensten in de media, over hun betekenis bij de opvoeding en de vorming, bij ethische dilemma's, in de sociale cohesie.

Op de laatste dag was er tijd voor enkele slotbeschouwingen en voor een debat met de publieke overheden over de rol van godsdiensten in de politieke beslissingen.
De verklaring van de G9, een groep van negen religieuze leiders van Lyon was indrukwekkend. Hun boodschap werd afgesloten met een lied gezongen door een groep enthousiaste jongeren van de Focolari.

In de marge van dit gebeuren was er op zaterdagavond een debat over de economische crisis. Naast een overzicht van het ontstaan van de crisis werd vooral ingegaan op de eigenlijke oorzaken. De mens heeft zich laten leiden door hebzucht en de vrije markt heeft dit onbeperkt toegelaten. Als christenen hebben we de plicht om op te staan en samen de zorg op te nemen voor de mens in het financiële systeem. We zullen nieuwe regels moeten maken en tegelijk de vrijheid van de mens bewaken. We kunnen maar een nieuw systeem ontwerpen samen met de armen. Het zal van ieder van ons aanpassingen vragen in de eigen levensstijl. Om de goede voornemens die we nu maken ook een kans op uitvoering te geven, moet de crisis lang genoeg duren en moeten we niet wachten tot alles duidelijk is om een eerste stap te zetten in het implementeren van nieuwe strategieën.

Op vrijdagavond hadden we ook een ontmoeting met de Groep van IXE, een internationale groep christenen voor Europa. We bespraken op onze vergadering op welke manier we een oproep kunnen lanceren voor de Europese verkiezingen van 2009. De crisis vraagt om grote solidariteit, zeker met de armste burgers in de Unie. Daarnaast willen we toch ook aandacht vragen voor de ecologische problematiek en voor de demografische veranderingen en de migratie. Een herwerkte versie van de sneuveltekst zal op 6-7 februari besproken worden om dan in de verschillende landen via eigen kanalen aan de inwoners bekend te maken. In Vlaanderen zal de tekst onder andere voorgelegd worden op het IPB-Forum van 7 maart en daarna verspreid worden. Het gaat om een initiatief van Europese christenen. Maar de doelgroep van de oproep zijn alle stemgerechtigde burgers van het eengemaakte Europa.

 

Carine Devogelaere
coördinator IPB