Christelijk middenveld bouwt bruggen

IPB-leden Paul Eylenbosch en Emmanuel Van Lierde trokken in het Hemelvaartweekend naar Regensburg voor de 99ste editie van de Duitse Katholikentag. Helaas deed die stad haar naam eer aan en lagen de activiteiten behoorlijk ver uit elkaar, al vielen er ook onder de paraplu's "bruggen te bouwen", het thema dat het Zentralkomitee der deutschen Katholiken (ZdK) - de koepelorganisatie van katholieke leken in Duitsland - dit keer vooropstelde. Uit de vele inhoudelijke impulsen willen we er u twee niet onthouden.

Vreugde en plezier

Allereerst was er een boeiend panelgesprek over de rol die het katholieke middenveld speelt in Kerk en samenleving. Van bij het ontstaan in 1848 wil de tweejaarlijkse Katholikentag vooral de stem van christenen in het maatschappelijke debat laten horen. In een moderne democratie is het wenselijk dat burgers en groepen deelnemen aan het politieke gebeuren, dus ook gelovigen kunnen persoonlijk of verenigd van zich laten horen (met woorden) of hun steentje bijdragen aan de samenleving (met daden). Dat tweede lukt beter dan het eerste. Onderzoeken wijzen steevast uit dat gelovigen zich sterker engageren. Een netwerk vormen met anderen doe je om samen iets te bereiken, maar ook om plezier te maken.
Binnenlandminister Thomas de Maizière (CDU) stipte aan dat christenen best wat vrolijker mogen zijn. Het lijkt er overal zo ernstig en plichtsbewust aan toe te gaan waardoor de "vreugde van het evangelie" - de titel van paus Franciscus' eerste exhortatie - zoek is. Toelaten wat meer plezier te maken bij onze samenkomsten zou volgens de minister onszelf deugd doen en aantrekkelijker werken om nieuwe leden en jongeren te werven. Veel verenigingen kampen immers met het probleem nieuwe vrijwilligers aan te spreken. Als we de indruk wekken voortdurend offers te moeten brengen in plaats van vreugde aan onze dienstbaarheid te beleven, dan voelen anderen niet meteen interesse om zich bij ons aan te sluiten.

Ogen en handen

De Maizière vond het niet zo erg dat het christelijke middenveld er minder dan voorheen in slaagt politieke druk uit te oefenen. Als minister vindt hij dat er al drukkingsgroepen genoeg zijn, terwijl de rijkdom van katholieke en protestantse verenigingen vooral ligt in het bijstaan van anderen, in het concrete doen van naastenliefde of het samen zinvol invullen van vrije tijd. Die verbondenheid, geborgenheid en gemeenschapsopbouw zijn kostbaar in individualistische tijden, klonk het. Aan politici om ruimte te geven aan dat middenveld en ervoor te zorgen dat het vrijwilligerswerk niet bemoeilijkt wordt door allerlei regelneverij. "Als we de verenigingen niet hadden, wie zou dan de ogen en de handen van de Kerk zijn?", vroeg Bernhard Hasslberger, hulpbisschop van München-Freising. "Waar nieuwe noden in de samenleving opduiken, zie je dat gelovigen zich verenigen om actie te ondernemen. Voor alle domeinen van het leven en voor alle leeftijden bestaan er kerkelijke bewegingen. Dat is een groot voordeel. We mogen dat middenveld niet loslaten of verloren laten gaan, want waar die structuren zoals in Oost-Duitsland teloorgingen, krijg je ze nog moeilijk heropgebouwd. Ofwel zijn de mensen er niet meer voor warm te maken, ofwel heeft de clerus geen zin om bewegingen op te starten omdat hun prioriteiten bij de liturgie en de catechese liggen. Ze sluiten zich liever op in hun Kerk."

Geloof en rede

Dat de Kerk terug de wereld in moet en dat alle gedoopten gezonden zijn om van hun geloof te getuigen in woord en daad, beklemtoonde ook Reinhard Marx, lid van de pauselijke adviesraad van negen kardinalen. Tijdens een Bijbelse impuls over Paulus op de Areopaag wees de aartsbisschop van München-Freising erop dat de apostel niet alleen naar joden en christenen trok, maar ook naar heidenen. Het verhaal uit de Handelingen 17, 16-34 getuigt van die territoriale en theologische ontgrenzing. De blijde boodschap richt zich tot allen en christenen zijn gezonden tot de uiteinden der aarde. Ze beperken zich niet tot gelijkgezinden of landgenoten, maar doorbreken elk nationalisme. Die universaliteit - alle mensen als broers en zussen zien - blijft revolutionair.
Paulus deed moeite om de ander te begrijpen en aanknopingspunten te vinden bij zijn toehoorders. Toch zijn er grenzen aan inculturatie en correlatie. De apostel kan de centrale boodschap van het geloof - Jezus' opstanding uit de dood en blijvende aanwezigheid onder ons als bron ten leven - niet verzwijgen, al haken velen daarop af. Marx acht het nodig dat geloof en rede worden samen gehouden. Als we het geloof begrijpelijk en aanvaardbaar willen maken voor onze tijdgenoten, is een redelijke verantwoording ervan nodig. Geloof is meer dan emotie en gevoel. Het leven van mensen ernstig nemen, houdt volgens de voorzitter van de Duitse bisschoppenconferentie meteen in dat er naar een kwaliteitsverbetering of een verdere humanisering wordt gezocht. In die opdracht kunnen gelovigen en anders- of niet-gelovigen elkaar vinden.

 

Emmanuel Van Lierde