‘Verborgen verdriet - Naar een globale aanpak van seksueel misbruik in de katholieke Kerk' is een waardevol en evenwichtig document. De bisschoppen en hogere oversten van België zijn er in geslaagd om in een serene maar duidelijke taal de stilte rond seksueel misbruik te doorbreken.

Zij trekken lessen uit pijnlijke verhalen en brengen oorzaken van seksueel misbruik in kaart, vooral met het oog op consequenties voor de toekomst. Het werkpad voor een globale, geïntegreerde aanpak en preventie is degelijk uitgewerkt. Het zijn geen vage theoretische concepten, maar inzichten die in concrete stappen vertaald worden. De drie wegen waarlangs de Kerk met slachtoffers wil werken aan erkenning en herstel, namelijk via plaatselijke opvangpunten, bemiddeling of arbitrage, staan garant voor transparant en krachtdadig handelen. Daarbij gaat het niet alleen over niet-verjaarde feiten, maar ook over verjaarde feiten. Ook wat financiële tegemoetkoming betreft wordt duidelijk aangegeven wat dit betekent voor daders én voor de Kerk zelf. Een ‘Interdiocesane commissie voor de bescherming van kinderen en jongeren' zal instaan voor een coherente samenwerking en een efficiënt beleid.

Preventie is gelukkig veel meer dan het screenen van kandidaat-priesters. Er wordt ook beroep gedaan op ieders verantwoordelijkheid wat betreft het beschermen van kinderen. De keuze voor een zeer transparante werking impliceert bijvoorbeeld ook correcte informatie aan de gemeenschap waarmee een betrokkene verbonden was.

Dat het document ook spreekt over het vermijden van onaantastbare posities in een pastorale context, is niet alleen belangrijk in het kader van seksueel misbruik, maar is ook van fundamentele betekenis voor een kerk in beweging. Het zoeken naar modellen van collegiaal bestuur en gedeelde verantwoordelijkheid moeten wel nog verder uitgewerkt worden. Dit geldt eveneens voor het stimuleren van en waarderen van een open en tegensprekelijke communicatie in alle geledingen van de Kerk. Verder is het zeer zinvol dat het document aangeeft dat er aandacht moet gaan naar de leef- en werkomstandigheden van priesters en religieuzen. Wellicht kan de verbondenheid met niet-gewijde mannen en vrouwen in gedeelde verantwoordelijkheid hier ook een weg zijn.

Met dit document geven de bisschoppen en hogere oversten effectief blijk van aanspreekbaarheid en daadkracht, tekenen van een nieuw beleid voor een kerk van vandaag en morgen.

 

12 januari 2012

Josian Caproens
voorzitter IPB