De werking van het IPB stond in het teken van ‘levende geloofsgemeenschappen'

Tijdens het afgelopen jaar stond de werking van het IPB vooral in het teken van ‘levende geloofsgemeenschappen'. Belangrijke invalshoeken voor dit thema waren: reorganisatie van de territoriale pastoraal, jongeren en geloof en de plaats van de leek in de Kerk vijftig jaar na Vaticanum II.

De nota van minister Bourgeois over de toekomst van de parochiekerk vormde het uitgangspunt van twee IPB-fora. Samen met het expertisecentrum onroerend kerkelijk erfgoed van het CRKC werd stilgestaan bij de conceptnota en bij de resultaten van de bevraging. Alle bisdommen werkten in de voorbije jaren al aan een herstructurering van de territoriale pastoraal. Het opstellen van een parochiekerkenplan verplicht hen om werk te maken van verandering. Het is voor iedereen duidelijk dat de pastorale vernieuwing begint met de gemeenschappen en wat hun leven bevordert en dat pas daarna beslist wordt over het gebruik van gebouwen. Vanuit alle bisdommen klonk de zorg om de veranderingen in de territoriale pastoraal als een kans tot vernieuwing te zien. Elk bisdom stelde voor hoe met de nota gewerkt wordt en de deelnemers formuleerden bedenkingen en vragen. Het risico bestaat dat we met de nota Bourgeois teveel fixeren op schaalvergroting en niet vernieuwend denken in functie van de toekomst. Veel gelovigen hebben een emotionele band met hun kerkgebouw en dat belet hen soms om de veranderde situatie onder ogen te zien. Denken aan de toekomst is moeilijk als er geen jongere generatie zichtbaar is. Er is een verregaande ommekeer nodig om van een territoriaal dekkende service te evolueren naar een denken in levende gemeenschappen als Lichaam van Christus dat op zondag samenkomt. Van deze gemeenschappen (parochiaal of kleine christelijke gemeenschappen, jongerengroepen,...) kan een wervende kracht uitgaan. Geloven is iets waar je deugd aan hebt. Mensen vinden er elkaar om inhoudelijk te spreken over geloof, om samen te vieren en om de handen uit de mouwen te steken. We verwachten van het beleid dat het proactief hierop inspeelt. Plannen maken is goed op voorwaarde dat die het leven dat er is, bemoedigen en bevorderen. We hebben leiders nodig die krijtlijnen uitzetten en dan uitnodigen en aanmoedigen om als gemeenschap de uitdaging op te nemen. Initiatieven die groeien vanuit de basis hebben een sterke intrinsieke motivatie. De parochie of geloofsgemeenschap is er niet voor zichzelf. Ze probeert de Blijde Boodschap gestalte te geven in woord en daad. Nu gaat dikwijls veel tijd naar interne organisatie en de zorg voor het behoud van wat er is. Om toekomst te hebben zijn openheid en onthaal belangrijk. Naast een warm welkom in de liturgische vieringen, zijn diaconie en toeristisch onthaal wegen om (nieuwe) mensen te bereiken.

Thema van de bijeenkomst in oktober was: ‘De Madridgeneratie: waar zijn ze in Godsnaam mee bezig?', naar het gelijknamige boek dat de resultaten van een doorgedreven onderzoek bij de Vlaamse deelnemers aan de Wereldjongerendagen (WJD) 2011 in Madrid bundelt. Op basis van het gevoerde onderzoek werden enkele beleidsadviezen en aanbevelingen in verband met jongerenpastoraal anno 2012 geformuleerd. Madrid 2011 is voor de deelnemende Vlaamse jongeren een heus bekeringsmoment geweest, maar de grote vraag blijft: wat na de WJD? Jongeren zijn duidelijk vragende partij naar mogelijkheden waar ze die ervaring kunnen voortzetten. Een van de problemen is dat er slechts enkele plaatsen per bisdom zijn waar jongeren zich echt thuis voelen en die voor hen echte ‘kerkplekken' zijn. We moeten jongeren het christendom presenteren in zijn mooiste en puurste vorm, op liturgisch vlak, maar net zo goed op het vlak van diaconie, gebaseerd op de Godsrelatie en de Schrift. We moeten blijven zoeken naar wegen om de afstand tussen leven en geloof te overbruggen. Ook geloofsvorming en een slimme communicatie - jongeren een taal geven om op een zinvolle manier over geloof, God en Kerk te kunnen spreken - vormen een grote uitdaging. Tijdens het volgend Forum van 2 maart 2013 wil het IPB samen met de CIL verder ingaan op ‘jongeren en geloof', met als doelstelling: wat zijn wezenlijke elementen voor jongeren en zijn die ook belangrijk voor volwassenen, voor de toekomst, voor heel de Kerk?

In Wenen werd begin juli het Europees Lekenforum gehouden. Zeventien delegaties van nationale lekenorganisaties namen er dit jaar aan deel. Vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie kreeg de ontmoeting als thema: ‘Christenen moeten als mensen van de Kerk in het midden van de wereld en als mensen van de wereld midden in de Kerk staan.' (Puebla 786). In een verklaring werden een aantal prioriteiten opgenomen. Eén van deze prioriteiten is het sociaal en politiek engagement van de leek. Verder wordt onder meer gesteld dat de deelname aan de zending van alle gedoopten een christelijke plicht is. "Door het doopsel en het vormsel zijn alle leden van de Kerk drager van dezelfde waardigheid en van de gedeelde verantwoordelijkheid van deze instelling", luidt het. "Om deel te nemen aan de dienst van Christus is het noodzakelijk de diensten en ministeries die opgesomd zijn in het kerkelijk recht toegankelijk te maken voor leken om beter de toekomst van de Goede Boodschap te waarborgen." "De gemeenschappelijke dienst voor de zending van de Kerk in de wereld is het fundament van de samenwerking van allen, zowel in de schoot van de parochies als in de bisdommen", aldus het Europees Lekenforum. Tijdens het Europees Lekenforum riep Mgr. Krätzl, oud-hulpbisschop van Wenen, de aanwezige leken op om zich te bezinnen over het gemeenschappelijk priesterschap van het volk Gods. Hij wees ook op de verantwoordelijkheid van de herders, die volgens Lumen Gentium 37 "de waardigheid en de verantwoordelijkheid van de leken in de Kerk moeten erkennen en bevorderen; zij moeten zich graag van hun adviezen bedienen, hun met vertrouwen functies opdragen ten behoeve van de Kerk, hun de nodige vrijheid en armslag laten bij hun handelen, en hen zelfs stimuleren om ook uit eigen beweging activiteiten te ondernemen."

Het IPB bracht het binnenkerkelijk overleg onder de aandacht, waarbij de studie van een aantal Conciliedocumenten en andere kerkelijke publicaties leidde tot een pleidooi voor een dialogale Kerk. Maar de weg om te groeien naar een overlegcultuur is nog lang. Mede door de juridische structurering van de territoriale pastoraal verlaten we slechts moeizaam het denken in termen van priesters als eindverantwoordelijken. Daardoor blijft veel potentieel engagement van leken onbenut of ondergewaardeerd. Ook het IPB stimuleert een gedeelde verantwoordelijkheid van alle gedoopten. Het gewicht van de inbreng van het IPB zelf is ook onduidelijk en vraagt verdere uitklaring. Het IPB biedt een belangrijk forum om te netwerken maar het dient ook af en toe met een standpunt of concrete adviezen naar buiten te komen. Het lidmaatschap van het IPB brengt de verantwoordelijkheid mee om wat op een Forum aan bod komt mee te nemen naar de achterban. Een wisselwerking tussen de middenveldorganisaties en het IPB hangt af van de doorstroming van informatie in beide richtingen.

In het kader van ‘levende geloofsgemeenschappen' bracht het IPB een nieuwe brochure uit. ‘Een nieuw gelaat voor de Kerk' vertelt over de lokale geloofsgemeenschappen in het bisdom Poitiers. Mgr. A. Rouet lanceerde daar na de diocesane synode van 2003 een nieuwe aanpak van de territoriale pastoraal. De brochure is de vertaling van een tekst die verscheen in het boek ‘Un nouveau visage d'Eglise'. Ze wil een inspirerende bemoediging zijn voor al wie vandaag betrokken is bij of verantwoordelijkheid draagt in een of andere geloofsgemeenschap in Vlaanderen.

Na vijftig jaar is het Tweede Vaticaans Concilie nog helemaal niet uitgewerkt. Daarom wil het IPB alle gedoopten oproepen om van onderuit te bouwen aan de geloofsgemeenschap. Het gelooft sterk in open dialoog en samenwerking om de Kerk gestalte te geven. Deze zijn van het grootste belang in de huidige hertekening van de territoriale pastoraal en in de formulering van de christelijke identiteit van organisaties en instellingen. Niet enkel in zijn samenstelling maar ook in zijn werking weigert het IPB te denken in wij (leken, mannen én vrouwen) en zij (priesters). Allen samen zijn we ‘Gods volk onderweg' (LG 68) en kunnen we ‘de vreugde en de hoop, het leed en de angst delen van de mensen van onze tijd' (GS 1).

Tenslotte ging het IPB ook maatschappelijke thema's niet uit de weg. Samen met haar Franstalige zusterorganisatie CIL en met de Bisschoppenconferentie van België lanceerde het IPB een gemeenschappelijke oproep voor een rechtvaardige en leefbare wereld. Op die manier willen we als christenen onze zorg voor die mensen die het meest getroffen worden door de financiële crisis zichtbaar maken. Samen met Caritas België onderschrijft het IPB de oproep van de CIL voor versterking van de sociale huisvesting in ons land.

Josian Caproens
voorzitter IPB