Aanbevelingen en aandachtspunten Diaconie IPB

Link naar de Aanbevelingen
 

Diaconaal bewogen

Toen de Duitse bezettingsmacht na de capitulatie in mei 1940 greep trachtte te krijgen op heel de Nederlandse samenleving, werden verordeningen uitgevaardigd die onder meer ook tot doel hadden het diaconale werk van de Hervormde Kerk onder nationaalsocialistisch regiem te brengen. De machthebbers gingen er blijkbaar van uit dat het in de diaconie niet om een "godsdienstige", maar om een "gewoon menselijke" aangelegenheid ging waarin de eigenheid van christelijk geloof en Kerk niet in het geding was. De Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ging in het verweer en kreeg zelfs gelijk door het volgende te stellen: "Wie de diaconie aantast, belemmert de Kerk in de uitoefening van een haar door Christus opgedragen taak. Dit belemmeren tast de eredienst aan."

Hoe zouden onze parochies, hoe zouden wij reageren mocht de overheid ons verbieden nog diaconaal bezig te zijn?

Diaconie is een van de pijlers van de christelijke gemeenschap. Al van bij het begin van de gesprekken over de reorganisatie van de territoriale pastoraal heeft het IPB aandacht gevraagd voor de diaconie. Zowel door de schaalvergroting als door de maatschappelijke tendensen van professionalisering dreigt deze uit het blikveld te verdwijnen. Tijdens het Forum van 5 oktober 2013 richtten we daarom uitdrukkelijk de aandacht op deze opdracht van elke christen. Er werden vier thematische gesprekgroepen gevormd. Diaconie in de territoriale pastoraal kwam aan bod in een reflectie over de plaats van diaconie in de territoriale reorganisatie en in een groep die sprak over hoe diaconie groeit van onderuit. Twee andere gespreksgroepen dachten na over aspecten van diaconale organisaties. De ene groep had het over vrijwillige en professionele medewerkers, de andere over de christelijke inspiratie in solidariteitsorganisaties anno 2013.

Diaconie is de hartenklop van de gemeenschap

Filip Carpentier, nationale pastor KAJ en zelf diaken, en Pieter Vandecasteele, coördinator van het Netwerk voor Rechtvaardigheid en Vrede, verwezen in hun korte inleiding naar de encyclieken Deus Caritas est (2012) en Populorum Progressio (1967). In de encycliek over de vooruitgang van de volkeren eindigt paus Paulus VI met een oproep aan zeer verschillende groepen van mensen. Daardoor maakt hij concreter wat de bijdrage kan zijn van zowel het kerkelijke als politieke beleid als van de pers en van alle mensen van goede wil. Met het IPB willen we dit beraad ook vertalen in oproepen aan betrokken instanties en groepen. Daarover meer in een volgend nummer van Transparant.

Het wezen van de Kerk drukt zich uit in een drievoudige opdracht: verkondiging van het Woord van God (kerugma-marturia), viering van de sacramenten (leiturgia) en het dienstwerk van de liefde (diakonia). Het zijn opgaven die elkaar wederzijds veronderstellen en die niet van elkaar los te maken zijn. De dienst van de liefde is voor de Kerk niet een soort welzijnswerk dat men ook aan anderen zou kunnen overlaten, maar hoort tot haar wezen en is een onmisbare uitdrukking van haar wezen.
(Deus Caritas est 25)

Diaconie in de territoriale pastoraal

Is het wel echt zo dat de diaconie in onze plaatselijke gemeenschappen afneemt? Heel veel gebeurt ongezien of ongeweten. Wat van onderuit komt, is meestal veel minder gestructureerd en daardoor ook kwetsbaarder. Nogal wat initiatieven worden door enkele mensen genomen en zijn tijdelijk. Wanneer de leidende figuren ermee stoppen, dooft het project uit. Maar intussen is er misschien door anderen al iets nieuws gestart.

De typische kerkelijke diaconie is plaatsgebonden. Dat geeft haar herkenbaarheid en maakt haar vindbaar. In de reorganisatie, die dikwijls met een schaalvergroting gepaard gaat, zal een nieuwe plaatselijkheid uitgewerkt moeten worden. We zullen moeten inzetten op contactpersonen en die bijvoorbeeld ook vermelden op de eigen bladzijde van het parochieblad.

De inspiratie voor het project ‘Diaconie op de kaart' in het bisdom Brugge werd gehaald in Nederland. In de protestantse gemeenten is diaconie lokaal meer uitgewerkt en gestructureerd. Het project wil parochies helpen om wat er aan diaconie is, zichtbaar te maken in hun gemeenschappen. Maar tegelijk is het bedoeld om op het spoor te komen van mensen die uit de boot vallen. Dat is een belangrijke oefening voor elke christelijke gemeenschap. Soms gaat het over bepaalde groepen, soms zijn het individuen. Wie helpt ons kijken? Op sommige plaatsen zijn er afspraken met het OCMW. Wie daar niet kan geholpen worden, mag doorverwezen worden naar de parochie.

De zorg voor de medemens kan zich ook uitdrukken in financiële ondersteuning. In Vlaanderen is er echter in de voorbije jaren een zeker wantrouwen gegroeid naar de grote solidariteitsacties. Mensen geven liever aan wie ze zelf kennen en weten graag wat er met hun geld gebeurt. In parochies worden die lokale acties soms mee gedragen door in de zondagsvieringen een collecte te organiseren. Toch blijft het een uitdaging om ook in vertrouwen te geven aan mensen die verderaf staan. En geldelijke steun kan een concrete inzet niet vervangen. Anders lijkt het alsof we onze diaconale opdracht afkopen.

Diaconie en eucharistie zijn onlosmakelijk verbonden. Maar diaconie is ook verbonden met missionair engagement. Ze mag geen praktijk zijn die zich enkel richt op eigen mensen. Vaak is de inzet ingebed in een groter geheel op gemeentelijk vlak of ingebed in een organisatie die een bepaald probleem professioneel aanpakt. Daar zit een risico in, namelijk dat mensen zich onbevoegd verklaren en de parochie dan enkel nog een doorverwijsfunctie heeft.

Het begon met kerstkaarten schrijven aan gevangenen. Toen kwam de vraag of we misschien wilden zingen in de kerstviering in de gevangenis. Maar dat viel zo goed mee dat we gevraagd werden om regelmatig te komen zingen in de zondagsviering. En ondertussen zijn er ook enkelen van ons die op bezoek gaan in de gevangenis.

Het is belangrijk om in parochies ruimte te scheppen opdat wat van onderuit aan diaconie groeit, erkenning kan krijgen. Soms kan een klein initiatief dat voor een bepaalde gelegenheid genomen wordt, verder uitgroeien tot een meer permanent engagement.

Diaconale bewegingen

In heel wat bewegingen werken professionele krachten en vrijwilligers nauw samen. Voor beide groepen is het belangrijk dat de bron van hun engagement kan benoemd worden. Organisaties zijn op zoek naar woorden om over hun christelijke inspiratie te spreken. Vrijmoedig spreken over Jezus Christus als diepste motivatie en tegelijk open zijn voor de heel andere levensbeschouwing en motivatie van de ander is in de praktijk niet eenvoudig. Het vraagt vorming en er moet ook expliciet tijd voor gemaakt worden. Want Vlamingen zijn traditioneel zeer sterk in het doen. We vergaderen om plannen te maken en concrete afspraken.

Er is nood aan goede communicatie tussen de grotere solidariteitsorganisaties en de lokale gemeenschappen. Hoe komen de vragen en ervaringen van de plaatselijke werkgroepen of afdelingen ter sprake op supralokaal niveau? Wie brengt de inspiratie onder woorden? Wie zorgt voor vorming?

Waar moet je kietelen opdat er iets in de Kerk zou bewegen? We zitten soms vast in grote structuren. We hebben geen boodschap aan een nog grotere ‘doe-last'. Kerk zou plaats van inspiratie en verbinding kunnen zijn zodat mensen diaconaal bewogen worden. Nu is er gevaar dat geloof en inzet in de privésfeer blijven en dus overgelaten worden aan het persoonlijk initiatief.

Wat staat ons te doen? En hoe pakken we het aan? De confrontatie met de nood van de ander kan het uitgangspunt zijn. Maar ook de evangelische inspiratie kan het vertrekpunt zijn om tot de actie over te gaan. Beide invalshoeken zijn goed maar wel onderscheiden. Ze vullen elkaar aan en laten ruimte voor verscheidenheid. Net zoals kleinschalige lokale initiatieven en grotere gestructureerde verbanden. De vormgeving van ons diaconaal engagement zal wel altijd in beweging blijven omdat ze inspeelt op de veranderende samenleving en de tekenen van de tijd probeert te lezen.

Bij de hertekening van de territoriale pastoraal in de grotere steden wordt gekeken naar plaatsen van samenkomst op zondag. Kerkgangers worden samengebracht in nieuwe vierende gemeenschappen. Maar voor de inplanting ervan stelt men zich niet de vraag: waar zijn in deze stad de armen? In welke wijken is de nood aan de bevrijdende evangelische boodschap het grootst? Verplicht onze diaconale bewogenheid ons niet om bij voorkeur daar samen Kerk te vormen en God aanwezig te brengen?
(geïnspireerd door Antoon Arens op de studiedag Parochie... waarheen? Leuven, 10 oktober 2013)