Een kerkenbeleidsplan in 5 stappen
Een unieke kans voor een ruime dialoog

Over heel Vlaanderen zijn kerkelijke en burgerlijke overheden deze dagen druk bezig met het opstellen van kerkenbeleidsplannen. De hamvraag is telkens: welke kerken blijven onveranderd parochiekerk, welke worden ook gebruikt door andere christelijke gemeenschappen (medegebruik), welke krijgen een dubbel liturgisch en profaan gebruik (nevenbestemming), welke worden volledig onttrokken aan de eredienst (herbestemming)? Het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC) en het Interdiocesaan Pastoraal Beraad (IPB) werkten een stappenplan uit om te komen tot een breed gedragen kerkenbeleidplan.

1. Een eerste stap is het opmaken van een pastoraal plan, een beleidsnota van de pastorale ploeg over de organisatie van de toekomstige pastorale activiteiten in de nieuwe zones, eenheden of parochies. Hieruit kan afgeleid worden welke rol de kerken in dit beleid zullen spelen, welke kerken waarvoor nodig zijn en welke dus gedeeltelijk of helemaal een andere bestemming kunnen krijgen. Op heel wat plaatsen zijn de besprekingen voor de nieuwe grotere entiteiten en hun visie op de pastoraal van de toekomst nog in volle ontwikkeling. Dan is het raadzaam om geen té drastische sluitingsscenario's uit te tekenen die daarna nieuwe pastorale pistes zouden belemmeren.

2. Een volgende stap in de opmaak van het kerkenbeleidsplan is de opstart van de dialoog tussen de kerkelijke en gemeentelijke overheid. Idealiter kerk_openwordt aan het begin van het traject een algemeen startmoment georganiseerd waarop de kerkbesturen en parochieploegen, het centraal kerkbestuur (CKB), het schepencollege en de gemeenteraad worden geïnformeerd over de te nemen beslissingen, de timing, werkwijze, etc. Vervolgens wordt best een gezamenlijke stuurgroep met vertegenwoordigers van kerkelijke en burgerlijke kant samengesteld, die informatie verzamelt en toekomstmogelijkheden voor de verschillende kerken van de gemeente samen bespreekt. Deze stuurgroepvergaderingen worden voorbereid in en teruggekoppeld naar een kerkelijke en burgerlijke werkgroep. In de kerkelijke werkgroep zitten vertegenwoordigers (of voorzitters) van de verschillende kerkfabrieken en het CKB én de parochieploegen (minstens één afgevaardigde per kerktoren), de pastoor en deken. De diocesane beleidsvisie wordt er ingebracht door deze laatste of door een vertegenwoordiger van het bisdom. De burgerlijke werkgroep bestaat uit de burgemeester, de bevoegde schepenen en ambtenaren en vertegenwoordigers uit de verschillende fracties van de gemeenteraad. Deze werkgroepen ontwikkelen hun standpunt in overleg met hun achterban. De kerkelijke werkgroep formuleert welke rol de kerkgebouwen in de pastoraal van de toekomst zullen spelen. De burgerlijke werkgroep kan bekijken voor welke infrastructuurnoden (vb. bibliotheek, scholen, gemeenschapsruimtes, loketten, opvang, etc.) kerkgebouwen zouden kunnen dienstdoen. Om de grotere groep van parochianen en burgers te horen over de toekomst van hun kerkgebouw, kunnen tijdens de opmaak van het kerkenbeleidsplan contactmomenten in de kerken georganiseerd worden.

Parallel aan dit overleg loopt de opmaak van inventarissen per kerk. Het Agentschap Onroerend Erfgoed vraagt voor het kerkenbeleidsplan basisgegevens te verzamelen over de cultuurhistorische waarde, architecturale mogelijkheden en bouwfysische toestand van de kerken, hun ruimtelijke omgeving en actuele gebruik en eventuele interesse van nieuwe actoren voor deze gebouwen. Het CRKC biedt een sjabloon aan waarin al deze informatie eenvoudig kan worden ingepast. De verzamelde informatie in deze ‘kerkenportretten' staat toe om op een objectievere manier een sterkte-zwakte analyse van de kerkgebouwen te kunnen maken.

3. De stuurgroep werkt een gezamenlijke visie uit. Vertrekpunt hiervoor blijft het pastorale plan. Eenmaal een gedragen toekomstvisie is uitgewerkt waarmee de verschillende betrokkenen akkoord kunnen gaan, wordt een principiële goedkeuring gegeven door de twee werkgroepen en het College van Burgemeester en Schepenen.

4. Na informeel overleg met het beleid van het bisdom en een principiële goedkeuring van het Agentschap Onroerend Erfgoed over de vormelijke aspecten van het plan (ook na eventuele nalezing door het CRKC), kan het kerkenbeleidsplan dan ter officiële goedkeuring worden voorgelegd aan de bisschop. Daarna kan het kerkenbeleidsplan worden goedgekeurd door de gemeenteraad en omgezet in een gemeenteraadsbesluit. De uitgeschreven versie van het plan, de goedkeuring van de bisschop en het gemeenteraadsbesluit zijn noodzakelijk voor een aanvraag van erfgoedpremies van de Vlaamse overheid.

5. Eenmaal het kerkenbeleidsplan is goedgekeurd, worden de leden van de betrokken gemeenschappen geïnformeerd. Idealiter wordt ook nog een publieke infoavond gehouden waarin de langetermijnvisie op de kerken van de gemeente wordt gepresenteerd aan de bevolking. Zo kunnen zowel voor de pastorale toekomst als voor de (gedeeltelijke) nieuwe functies in kerken mensen worden warmgemaakt.

Hoe dringend is de uitwerking?
Reeds in 2011 vroeg minister Bourgeois in de nota "Een toekomst voor de Vlaamse Parochiekerk", gemeente- en kerkbesturen werk te maken van een gezamenlijke langetermijnvisie op het gebruik van de kerkgebouwen in hun gemeente. Vanaf 2015 is volgens het nieuwe Onroerend-erfgoeddecreet een kerkenbeleidsplan (toen parochiekerkenplan genoemd) verplicht voor alle beschermde kerken die een nieuwe erfgoedpremie willen aanvragen. In juli 2016 werd een decreetwijziging goedgekeurd waardoor nu ook voor alle oude aanvragen voor restauratiepremies voor beschermde kerken (ingediend vóór 1 januari 2015), met terugwerkende kracht een kerkenbeleidsplan moet worden voorgelegd vóór 1 oktober 2017. Als op die datum het Agentschap Onroerend Erfgoed niet beschikt over een door bisdom en gemeente goedgekeurd kerkenbeleidsplan, wordt dat specifieke restauratiedossier van de wachtlijst geschrapt. Dit wil niet zeggen dat die beschermde kerk in kwestie geen premie van 80% meer kan krijgen, maar wel dat een nieuwe aanvraag met andere voorwaarden én enkele jaren extra wachttijd moet ingediend worden. 238 dossiers uit 130 verschillende gemeentes staan momenteel op deze wachtlijst en dienen dus ten laatste op de gemeenteraad van september 2017 hun kerkenbeleidsplan goed te keuren om de deadline te halen. De andere 159 gemeentes met minstens één beschermde kerk en 19 gemeentes zonder beschermde kerken, hebben iets meer tijd en dienen niet per se voor 1 oktober alles rond te hebben.

En na de goedkeuring volgt de uitvoering
Wat betreft de implementatie van het uitgewerkte kerkenbeleidsplan zullen de voorbereidingen voor de nieuwe meerjarenbegrotingen voor de kerkfabrieken 2020-2025 cruciaal zijn. In de loop van 2019 zullen de vernieuwde gemeentebesturen met de Centrale Kerkbesturen (CKB's) moeten overleggen over de gewone begroting en over de financiële consequenties van eventuele neven- of herbestemmingen. Participatiemomenten, waarbij burgers en parochianen gevraagd worden naar concrete ideeën voor hun kerkgebouwen, kunnen in de uitvoering van de kerkenplannen een belangrijke rol spelen omdat ze het draagvlak vergroten.

Enkele aandachtspunten bij het opstellen van een pastoraal plan
Nieuwe pastorale zones, eenheden of parochies bieden unieke kansen om een positieve, toekomstgerichte Kerk uit te tekenen. Het opstellen van een pastoraal plan staat toe liturgie, catechese, diaconie, evangelisatie en aspecten van het ‘tijdelijke' te herdenken samen met leken en priester(s) en in relatie tot de ruimere Kerk. Moed en creativiteit zijn hierbij betere raadgevers dan angst en doemdenken.
Cruciaal in dit proces is geduldig en veelvuldig overleg met alle betrokkenen. Een startpunt kunnen vergaderingen zijn met de parochieploegen van alle betrokken gemeenschappen, aangevuld met pastoraal geïnteresseerde vrijwilligers. Weerstanden en verschillen in visie kunnen gezien worden als teken van grote betrokkenheid en verdienen dus op de eerste plaats waardering. Het zal ook essentieel zijn de diversiteit als een sterkte aanwezig te laten in de nieuwe eenheden.
In een volgende stap kan bij thematische bijeenkomsten met vertegenwoordigers van elke gemeenschap worden gebrainstormd over de vormgeving van liturgie, evangelisatie, diaconie en catechese. Een uitvoerig verslag van deze bijeenkomsten geeft best ook de minderheidsstandpunten een plaats.
Met al dit materiaal kan dan naar een nieuwe "plenaire" bijeenkomst worden toegewerkt, waar men zich uitspreekt over de inhoudelijke contouren van de nieuwe pastorale entiteit. Enkele mensen verwerken al deze gegevens tot een pastoraal plan.

 

Jan Jaspers
Directeur Departement Onroerend Religieus Erfgoed
Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur

Christa Damen
voorzitter Interdiocesaan Pastoraal Beraad

juni 2017