Inleiding Jef Felix NRV

Inhoudelijke verdieping van kernbegrippen in het inspiratieboek voor eco-spiritualiteit “Zorg voor de Schepping!”

boek 

Tijdens het Jaar van de diaconie (van de ‘dienstbaarheid’) in 2002–2003 verkondigden onze bisschoppen, ik citeer: “… dat er dringend behoefte is aan een groter ethisch bewustzijn en bewogenheid bij alle christenen met betrekking tot de milieucrisis en haar gevolgen op het vlak van economie, mensenrechten en sociale wereldverhoudingen”. Daarmee kreeg eindelijk in de Kerk van België het duurzaam omgaan met de schepping aandacht, en werd ‘Behoud van de Schepping’ als een derde luik toegevoegd aan het sinds het Tweede Vaticaans Concilie welbekende tweeluik ‘Rechtvaardigheid en Vrede’.[1] Voortaan werken we aan een triptiek: Rechtvaardigheid, Vrede en Zorg voor de Schepping.

Aan het Netwerk Rechtvaardigheid & Vrede [2] vertrouwden de bisschoppen twee jaar geleden de zorg toe om enerzijds een christelijk visie uit te werken rond ecologie en spiritualiteit, en anderzijds te zoeken naar wegen om deze visie in praktijk te brengen, aangepast aan de situatie van de kerkgemeenschap in Vlaanderen en Brussel.

Eerst maakten we werk van wat ons het meest eigen is en nauw aan het hart ligt, nl. nadenken over hoe spiritualiteit onze inzet voor ecologische gerechtigheid kracht kan bij zetten. Met andere woorden, wat is de inspiratie vanuit ons geloof om gedreven en daadwerkelijk zorg te dragen voor de schepping die van vele kanten bedreigd wordt op onze planeet aarde? Dat heeft geresulteerd in het boek “Zorg voor de Schepping! – Inspiratieboek voor eco-spiritualiteit”. Dit boek biedt aanzetten voor ecologische spiritualiteit. Spiritualiteit wordt in dit boek niet theoretisch en zweverig uit de doeken gedaan; nee, ‘eco-spiritualiteit’ wordt met grote penseeltrekken geschetst vertrekkend van initiatieven, voorbeelden en modellen van mensen en gemeenschappen in Vlaanderen en wereldwijd, zovele plekken van hoop die werken geïnspireerd door eco-spiritualiteit. De nadruk ligt op verantwoordelijkheid opnemen als christenen, op concreet engagement, op het doen. Dat zit hem ook in het uitroepteken in de titel van het boek Zorg voor de Schepping!, uitroepteken dat het werkwoord Zorg in de verf zet.

Eco-spiritualiteit wordt in grote trekken geschetst, zei ik. Niet alle begrippen konden worden uitgediept. Wanneer je bijvoorbeeld een omschrijving zou willen vinden van wat eco-spiritualiteit eigenlijk is, zou je die zelf moeten bijeen sprokkelen uit geheel het boek. Ook gaan we in het boek niet dieper in op vragen die nauw verband houden met eco-spiritualiteit, bv. bestaat er zo iets als christelijke ecologie? hoe verstaan wij dat de schepping door God in handen van de mens werd gegeven? wat is de positie van de Katholieke Kerk t.a.v. het zogenaamde ‘creationisme’; of nog, wat is de band tussen ecologische en economische gerechtigheid; enz. Aanzetten tot antwoord op deze en nog veel meer vragen kunnen echter wel worden gevonden in het boek, vooral in de visie- en intentieverklaring bij de aanvang (blz. 12-14) en gaandeweg de zestien principes van het Handvest van de Aarde van de Verenigde Naties die zowat de ruggengraat vormen waaraan actiemodellen worden opgehangen. Toch is er ons inziens nog ruimte voor het uitdiepen op een meer systematische manier van enkele belangrijke aspecten van eco-spiritualiteit. Daartoe kan dit ‘denk-papier’ goede diensten bewijzen. [3]

Hieronder zetten we vijf stapstenen uit, even zovele kernbegrippen gehanteerd in ons inspiratieboek “Zorg voor de Schepping!”. [4]

1. Wat is spiritualiteit?

2. Wat is christelijke spiritualiteit?

3. Wat vertelt ons geloof over de schepping?

4. Wat is christelijke eco-ethiek?

5. Wat is christelijke eco-spiritualiteit?

Stap 1: Wat is spiritualiteit?

Om te beginnen vragen wij ons af waaruit een échte spiritualiteit, die naam waardig, precies bestaat. Sinds de jaren ’70 van vorige eeuw maken we in het Westen een spirituele revival mee waarbij de term ‘spiritualiteit’ te pas en te onpas wordt gebruikt. Spiritualiteit is beschikbaar ‘à la carte’. U vraagt wij draaien: er is New Age; Gaia-spiritualiteit; ‘diepe ecologie’; theosofie; boeddhistische, taoïstische, Indio, feministische en humanistische spiritualiteit; er bestaat zelfs een ‘atheïstische spiritualiteit’. Deze heropleving wordt niet zelden geïnterpreteerd als een “teken van de tijd”, een signaal van een toenemend aantal mensen die zich onvoldaan voelen in onze consumptiemaatschappij of technisch-industriële samenleving, en die zich evenmin nog thuis voelen in het traditionele christendom. Men zet zich af tegen een bedreigende buitenwereld, en men koestert – ja, verabsoluteert – het innerlijke, mijn binnenwereld, waarbij de beleving van een diepere, verborgen werkelijkheid wordt gezocht. Spiritualiteit is dan: het ervaren van mijn eigen innerlijke geestelijke rijkdom, en vanuit die ervaring denken en handelen. Wát kunnen we dan ervaren? Bijvoorbeeld dat je deel uitmaakt van een veel groter geheel, een ’mysterie’, of het ‘goddelijke’, de ‘grond van alle bestaan’, of ‘iets’. Bij spiritualiteit in die zin beleefd, gaat het er ook niet zozeer om wat je doet, maar met welke gezindheid en hoe je iets doet. Van waaruit jij leeft, wat je bezielt, dat is jouw spiritualiteit. Ieder mens heeft zijn spiritualiteit!

Wat doen we hiermee? Moeten we komaf maken met deze vage vormen van spiritualiteit? Geenszins. We moeten proberen het kaf van het koren te scheiden. Het ervaren van mijn eigen innerlijke rijkdom, bijvoorbeeld in de stilte van ingetogen bezinning, staat centraal in alle vormen van spiritualiteit; evenals het beleven van gevoelens en gewaarwordingen als een contact met een werkelijkheid die me te boven gaat, een werkelijkheid die het zintuiglijk waarneembare en materiële overstijgt. Je vindt die aspecten vandaag inderdaad terug in de meeste diverse a-religieuze vormen van spiritualiteit.

Wat is dan beknopt een omschrijving van het begrip spiritualiteit in het algemeen? De beste definitie hebben we gevonden in een boek van Herwig Arts, Jezuiët, met als titel “Een kwestie van verlangen. Over spiritualiteit”. Hij schrijft : “Zeer algemeen gesproken verstaat men doorgaans onder spiritualiteit een levensvisie waardoor iemand – door middel van meditatietechnieken, concentratieoefeningen, rituelen of muziek – de grenzen van zijn zelfbeslotenheid of ‘ego’ probeert te overstijgen, om aldus op te gaan in een groter geheel: een holistische kosmos, de natuur, het universum of het ‘Al’. Men zoekt een zekere overstijging van het tijdelijke, materiële en vergankelijke en een verrijking of verruiming van het eigen psychisch leven – zonder enige verwijzing naar een persoonlijke God” (p. 14). Deze benadering vormt een mooie overgang naar stap 2.


Stap 2: Wat is christelijke spiritualiteit?

Voor de christen betekent spiritualiteit véél meer. Voor ons is échte spiritualiteit het beleven van een contact – zeg maar een ontmoeting – met een ‘Andere’ (met hoofdletter), dus met een Persoonlijke God. Christelijke spiritualiteit is relatie-gericht. Het heeft essentieel te maken met liefde. Opnieuw Herwig Arts: “Christelijke spiritualiteit is het gevolg van een ontmoeting, die in de biddende of zich bezinnende mens een verlangen wakker roept. De gelovige wordt met name gefascineerd door Diegene die hij God noemt” (p.15). Spiritualiteit, een kwestie van verlangen dus, naar God. “God, mijn God, ik zoek naar U. Al wat ik ben is dorst naar U…” (Psalm 63,1).
Ook het christendom kent vele vormen van spiritualiteit. Er bestaat een rijke waaier van wegen en modellen om in voeling te treden met God en op die manier een zinvol leven te leiden. Er is een Westerse en Oosterse spiritualiteit, met eigen accenten. De franciscaanse spiritualiteit verschilt van die van de Kartuizers of de Benedictijnen. Taizé verschilt grondig van de godsbeleving van Moeder Teresa. Toch hebben alle vormen van christelijke spiritualiteit meerdere gemeenschappelijke kenmerken. We noemen er een paar:
– zoals al gezegd: allen wijzen ze wegen om in contact te komen met de Ander in ons, dus met een persoon, met God met wie we in dialoog kunnen treden;
– alle scholen van spiritualiteit bouwen verder op de fascinatie voor God die mensen in de loop der tijden hebben ervaren; deel van elke spiritualiteit zijn daarom ook de schat van verhalen van belevenissen van mensen met hun God, om te beginnen in de bijbel; voor christenen is Jezus van Nazareth, de Christus, de eerste vindplaats voor godsverbondenheid, Hij openbaarde God als midden-onder-ons, als een God van liefde;
– spiritualiteit is niet hetzelfde als theologie – ervaring en theorie zijn immers niet hetzelfde – maar beiden vullen elkaar aan; de theorieën over God (de theologie) zijn ontsproten uit authentieke ervaringen met God (spiritualiteit, mystiek); bovendien, het christendom doet sterk een beroep op ‘bemiddeling’ om niet te verzanden in een zuiver innerlijke en gevoelsmatige omgang met God, bemiddelend zijn bijvoorbeeld de traditie, rituelen, symbolen, verbondenheid en gemeenschap, en Kerk; dit is belangrijk voor christenen!
– tenslotte, een voor eco-spiritualiteit zeer belangrijk kenmerk: de christelijke spiritualiteitsvormen overstijgen het zuiver geestelijke; het lichamelijke, ja het materiële en aardse nemen een belangrijke plaats in; spiritualiteit wordt ook beleefd in praktische daden, in concreet engagement voor de naaste en zorg voor het geschapene; waar deze laatsten ontbreken, is de Godsrelatie een illusie; er bestaat voor de christen geen weg naar God die in een boog om onze medemensen en duurzaamheid van de schepping heen zou lopen; medemensen en de aarde zijn zelfs twee van de zekerste vindplaatsen van God (naast de Schrift, het gebed, de eucharistie).

Nu kunnen we de sprong maken naar de derde stapsteen.


Stap 3: Wat vertelt ons geloof over de schepping?

Spiritualiteit valt niet samen met theologie, maar is er ook niet van los te denken, zeiden we al. Daarom is de volgende vraag: wat is een realistische geloofsvisie over de Schepping, gebaseerd op een gezonde Theologie van de Schepping? Met andere woorden, hoe moeten we de boodschap van Paus Johannes Paulus II verstaan, “…dat de verantwoordelijkheid voor de natuur en de schepping wezenlijk tot het geloof behoort” (Wereldvrededag, 1 januari 1990)?

Binnen het Netwerk Rechtvaardigheid & Vrede hanteren wij een scheppingstheologie die beknopt hierop neerkomt. De schepping is een ‘sacrament’. Dit wil zeggen dat al het geschapene teken is en openbaring van de Schepper. God ‘heeft een relatie’ met de wereld. God wilde wonen in de schepping. Dit drukken wij ondermeer uit in het mysterie van de menswording van God. Het Woord, God van den beginne, wordt vlees en wil vlees blijven worden. Het is niet een éénmalig gebeuren geweest in Jezus van Nazareth nu tweeduizend jaar geleden. Het herhaalt zich, elke dag. God wil blijven wonen in Zijn schepping. Afgeleid daarvan kunnen we belijden dat alle leven heilig is. Dit wil ook zeggen dat wie de schepping ook maar in het kleinste met opzet vernietigt, het beeld van God schendt dat in de hele schepping geprent staat. Het Beeld wordt geschonden niet alleen als mensen van hun rechten worden beroofd en uitgebuit, maar ook als zeeën, rivieren en bossen schade wordt toegebracht. Samengevat, wanneer de schepping gezien wordt als iets sacramenteels dat naar God verwijst en ons tot Hem voert, dan worden we uitgedaagd onze betrekkingen met mens en natuur niet te laten bepalen door overheersing en macht, maar door eerbied en zorg. We worden dus opgeroepen tot “Zorg voor de Schepping!”.
Hoe zit het dan met het bijbelse scheppingsverhaal in zeven kalenderdagen waarover dezer dagen zoveel te doen is in de botsende visies van ‘creationisme’, ‘intelligent ontwerp’ (‘intelligent design’) en ‘theïstische evolutionisten’? Vinden we onze geloofsvisie zoals hierboven geschetst terug in het scheppingsverhaal? Voor ons is het duidelijk dat de evolutieleer van Darwin niet strijdig is met het bijbelse scheppingsverhaal. De kern van de discussie is of men evolutie ook kan aanvaarden als onderdeel van het scheppingsproces dat God in gang heeft gezet en waarin God zich blijvend engageert. De Katholieke Kerk heeft zich lang afzijdig gehouden in het debat, maar in een boodschap aan de Pauselijke Academie der Wetenschappen in 1996 heeft Paus Johannes Paulus II er geen twijfel laten over bestaan, door te stellen dat: “…voortaan de evolutie van alle leven meer is dan een hypothese”, waardoor ferm de gangbare mening werd tegengesproken dat de Kerk zich verzet tegen de evolutieleer. Zeer recentelijk, eind juli 2007, heeft ook Paus Benedictus XVI [5] de evolutieleer als wetenschappelijke theorie verdedigd in een toespraak voor een groep priesters. Die leer is volgens hem niet in tegenspraak met het scheppingsgeloof, omdat ze de grote filosofische vraag over de uiteindelijke oorsprong van alles niet beantwoordt. Evolutie is dus geen vijand van het geloof. Of anders gezegd, om geloofwaardig te zijn moeten een goede theologie en een gezonde spiritualiteit de gefundeerde conclusies van de natuurwetenschappen over de immense en complexe ontwikkelingen van het universum sinds vele miljarden jaren nauwgezet volgen en integreren. Deze manier van denken werkt bevrijdend, niet?

En zo moeten we ook het scheppingsverhaal in zeven dagen lezen, als een boodschap van bevrijding. Elk Bijbelverhaal moet in zijn context worden teruggeplaatst om de boodschap – de ‘pointe’ zeggen de exegeten – ervan te kunnen vatten! Probeer je even in te leven in de diepste gedachten van de mens zo’n drieduizend jaar geleden in het Tweestromenland, de plek waar het boek Genesis vorm kreeg. De mens in die tijd was in de greep van goede en kwade geesten die ook in de natuur aanwezig waren. Alles lag onherroepelijk vast, niks nieuws was ooit mogelijk, geen verleden en geen toekomst. En als er al aan een god werd gedacht, dan was hij een ‘demiurg’, een kwade god, iemand die als een werkman iets verandert in iets anders zonder dat het iets nieuws wordt. Geen ontwikkeling, alles altijd in een eeuwige kringloop; ook de tijd draait in een rondje, zonder hoop op iets nieuws, op iets dat lineair (rechtlijnig) evolueert en hoop biedt.

Hoe bevrijdend moet het dan hebben geklonken dat hemel en aarde, zoals het goede en het kwade, van elkaar zijn gescheiden (tweede scheppingsdag), en dat God niet huist in bomen, velden en stenen en verpakt zit in de kosmos, maar dat God de Heer van de schepping is, en dat Hij de mens verantwoordelijk stelt voor al het geschapene. De mens wordt partner van God, geschapen “naar Gods beeld en gelijkenis” (zesde dag). De aarde behoort aan God, maar zijn behoud en groei is in ’s mensen handen gelegd door God. De schepping is dus gave én opgave. De aarde is een uitdrukking van de schepping tot genot van de Schepper en het mede-genot van de mens. De mens wordt aangesteld als “rentmeester”, die verantwoording moet afleggen tegenover God over wat hij met de schepping heeft gedaan. Meest bevrijdend is wel dat God zich engageert in Zijn schepping. God verbindt zijn bestaan met de geschiedenis van de wereld. Hij wil er blijven wonen, en altijd weer opnieuw zegt Hij: “Er zij licht” (vierde dag). Ten allen tijde is er toekomst, is er hoop. Duisternis en dood zijn niet het laatste woord, altijd is iets nieuws mogelijk, nieuw leven. In het Nieuwe Testament is het Jezus Christus die dit ware gelaat van God openbaart. Zijn dood op het kruis is niet het laatste woord. Zijn verrijzenis openbaart dat op elk moment het licht het haalt op de duisternis. “Zie, Ik maak alles nieuw”. En dat geldt voor ieder mens en voor geheel de schepping. Geschiedenis is tevens heilsgeschiedenis.

Nog één woord over de plaats van de mens in de schepping en de gevolgen daarvan. De mens heeft inderdaad een speciale plaats gekregen in de scheppingsorde. Dit antropocentrisme is in de loop der tijden zeer verschillend gedacht en beleefd. In onze dagen vinden velen (terecht, volgens ons) dat de joods-christelijke traditie, met haar nadruk op de centrale plaats van de mens in de schepping, mee verantwoordelijk is voor de historisch gegroeide ‘niet-duurzame omgang’, zeg maar uitbuiting en bedreiging van de planeet. Omdat de mens geschapen werd als ‘beeld en gelijkenis van God’ (Gen. 1, 27) en de opdracht meekreeg de aarde te bevolken en te “onderwerpen” (Gen 1, 28), stelt de moderne mens zich in bezit en genot van al zijn vermogens en gaat zichzelf als ‘heel bijzonder’ beschouwen, nl. ‘zo-goed-als-God’. De mens is het hoogste en erkent alleen zichzelf als maatstaf van alle ontwikkelingen. Hij gedraagt zich als een koning van de natuur en pretendeert de bekroning en zin van de evolutie te zijn. Deze verabsolutering van zichzelf is inherent aan het geloof in de ene God en Schepper zoals verteld in het scheppingsverhaal, zo wordt geredeneerd. Onze interpretatie is dat deze absolute pretentie niet kan worden afgelezen uit het scheppingsverhaal in de context van zijn ontstaan. Die mateloze pretentie is er eerder onlangs gekomen als een gevolg van de secularisering, sinds de tijd van de Verlichting (17e en 18e eeuw): als het proces van de secularisering eenmaal is ingezet en God van zijn troon is gestoten, ondermeer door de ontegensprekelijke bevindingen van de wetenschappen, dan kan de homo sapiens zélf beginnen dromen over almacht en vrijheid en proberen die te realiseren in zijn eigen geschiedenis, die vanaf nu de ontplooiing van ‘vooruitgang’ zou moeten zijn. In de moderne tijd bewerkt de mens zelf ‘verlossing’ en ‘voleinding’.

Wat is ons repliek hierop? Vooreerst leert de geschiedenis van de laatste eeuwen dat we ons bewust zijn geworden van de gevaren van de verabsolutering van de mens die zich opstelt tegen de natuur om ze uit te buiten, wat een bedreiging vormt voor haar harmonieus voortbestaan. Daardoor worden we dringend uitgenodigd om met een totaal andere blik en houding naar het milieu te kijken en er mee om te gaan. De ware luciditeit bestaat in het erkennen van onze beperkingen, dus in bescheidenheid. Vervolgens moeten we genezen van de wetenschap dat de andere levende en niet-levende wezens ondergeschikt zijn aan de mens. Dat kan door het besef dat wijzelf deel zijn van de natuur. Wijzelf zijn aarde.[6] Door dit besef van “mede-schepsellijkheid” (dus ruimer dan mede-menselijkheid) te verbinden met onze geloofsvisie dat God een liefhebbende God is, die Zijn schepping draagt en tot voltooiing wil brengen samen met ons, kunnen we – in godsnaam – genezen van de hoogmoed die het voortbestaan van de schepping ernstig bedreigt.

Er is nog tijd voor een weg terug. Als gelovigen hebben we de taak om in alles Gods tegenwoordigheid te ontdekken. Een dergelijke gezindheid (spiritualiteit eigenlijk) kan ons tot een ommekeer, een bekering (‘metanoia’ in evangelische termen) van onze visie, van ons hart en van onze levensstijl voeren. We zijn ons ervan bewust dat we niet alles in handen hebben, en dat niet alle gevolgen van bv. de opwarming van de aarde (als een gevolg van de exponentiële uitstoot van koolstofdioxide in de atmosfeer) kunnen worden ongedaan gemaakt. In het besef van de kwetsbaarheid van de aarde kunnen we nederigheid leren en onze verantwoordelijkheid opnemen om ten goede te keren wat nog mogelijk is. Dat is onze volgende stap.


Stap 4: Wat is een christelijke eco-ethiek?

We zijn op onze voorlaatste stapsteen aangeland. We komen ook met onze voeten op de grond terecht. Spiritualiteit, en a fortiori ecologische spiritualiteit, moet uitmonden in een doen dat dingen kan veranderen vanuit een geloofsvisie, een inspiratie die ons verplichtend aanzet tot handelen voor meer “Zorg voor de Schepping!”. Verantwoordelijkheid opnemen dus, voorgelicht en gestuwd door een ‘ethiek van de schepping’. Bestaat er zo iets als een specifiek christelijke eco-ethiek? We bekijken enkele christelijke principes en waarden.

Grondslag van iedere ethiek is de erkenning van de ander en mijn verantwoordelijkheid tegenover elk-ander. Het typisch christelijke daarin is dat we worden opgeroepen om de lasten te dragen die niet direct de onze zijn. In onze manier van consumeren en produceren moeten we leren rekening houden met onze naaste – bij manier van spreken – “tot in het vijfde geslacht”; dus ver voorbij de tijd dat wijzelf de effecten ervan zullen voelen, zelfs voorbij onze spreekwoordelijke “kinderen en kleinkinderen”. Dat is een variante van de christelijke preferentiële optie voor de armen, in dit geval voor de potentiële slachtoffers van de komende generaties omwille van niet-duurzaam omgaan met de schepping door onze generaties. Dit ethisch imperatief valt onder de plicht tot solidariteit. De bereidheid om zich de last van ‘de vijfde generatie’ na ons aan te trekken als een hier en nu reële manier om onze naaste ten laste te nemen, gaat tot het bot van de christelijke ethiek.

Typisch christelijk is ons inziens ook wat we graag een provocatief radicalisme inzake “Zorg voor de Schepping!” willen noemen. Wij worden als christenen, maar ook als kerken en solidariteitsbewegingen telkens weer opgeroepen om de bestaande (wan-) orde te overstijgen met haalbare en tegelijk gedurfde stappen naar levensstijlen en acties voor een verantwoord en duurzaam leven op aarde. Het inspiratieboek biedt voorbeelden daarvan, ter inspiratie en navolging.

Een laatste algemene richtsnoer inzake eco-ethiek is dat onze solidariteit met de armsten ook inhoudt dat we economie en ecologie niet mogen opsplitsen.[7] Omdat de hele wereld aan God toebehoort, kan er niet alleen sprake zijn van de juiste verhoudingen van mensen onderling – sociale en economische gerechtigheid dus – maar ook van ecologische gerechtigheid, namelijk de juiste verhoudingen van de mensen tot de rest van de schepping. Iedere milieu-ethiek zal strategieën moeten vinden die de economische ontwikkeling verbindt met het bewaren van het ecologisch evenwicht.[8]
Tegen deze achtergrond kunnen de concrete modellen voor ‘Zorg voor de Schepping!’ in het inspiratieboek met nog meer klaarheid oplichten en aanzetten tot actie.

Stap 5 : Wat is christelijke eco-spiritualiteit?

We zijn aangekomen. Nu kunnen we vele stukjes kernbegrippen van het boek ‘Zorg voor de Schepping!’ samenleggen en een omschrijving bieden van wat wij verstaan onder ecologische spiritualiteit. Zoals wij het zien, is het een proces, in drie stappen.

Eco-spiritualiteit is, om te beginnen, een levensvisie, een overtuiging en een persoonlijke grondhouding die voortvloeien uit het klare besef en het doorleefde gevoelen dat onze aarde, wijzelf en alle leven daarop deel zijn van één Groter Geheel.

Vervolgens verdiept zich dit besef en aanvoelen vanuit ons geloof. Dat Groter Geheel beleven wij christenen – in ons innerlijke zelf, in de stilte van ons hart – als een openbaring van een liefhebbende God die Zijn schepping draagt en tot voltooiing wil brengen, samen met ons. Beschouwing van al het geschapene, ook van wat daarin fout loopt, roept in de bezinnende of biddende mens het verlangen op om God te ontmoeten. Christelijke eco-spiritualiteit is een spiritualiteit van “leven in overvloed” (Johannes 10,10), waarin liefdevolle omgang met de aarde en de natuur centraal staat, in Gods naam.

Eco-spiritualiteit die naam waardig resulteert tenslotte onafwendbaar in het streven naar en het concreet uitwerken van rechtvaardige en vredevolle relaties met onze planeet aarde en met onze medemensen waar ook ter wereld. Onze manier van leven moet gericht zijn op het in stand houden van de natuurlijke hulpbronnen. Ook door wereldwijde politieke afspraken om de structurele oorzaken van de milieucrisis weg te nemen, kunnen we als wereldgemeenschap meer in harmonie gaan leven met alle levende wezens op aarde.

Dan zullen we in eerbied en respect voor alle leven de planeet aarde bewaren voor de volgende generaties. Een ‘heilige’ plicht, zowaar. Eco-spiritualiteit is dus gewoonweg: Zorg voor de Schepping!

Zorg ervoor dat je daadwerkelijk Zorg draagt voor de Schepping! Er is zoveel te doen.

16 augustus 2007 (bijgewerkt: 12 december 2007)

Jef Felix

Voorzitter

Netwerk Rechtvaardigheid & Vrede

jef.felix@skynet.be

Bronnen:

Herwig Arts, Een kwestie van verlangen – Over spiritualiteit, Davidsfonds, 2000

Onze verantwoordelijkheid voor de schepping, Interdiocesaan Pastoraal Beraad, 1989

Der Klimawandel: Brennpunkt globaler, intergenerationeller und ökologischer Gerechtigkeit, Die deutschen Bischöfer, 2006

Le respect de la Création, Commission sociale des évêques de France, 2000

Notre mode de vie est-il durable? Commission Justice et Paix France, 2005

Planète Vie, Planète Mort – L’heure des choix, Pax Christi France, Les Editions du Cerf, 2005

Verbond voor gerechtigheid in de economie en op aarde (Verklaring van Accra), Wereldverbond van Gereformeerde Kerken, 2004

Johan Verstraeten, …

Lieven Boeve, God onderbreekt de geschiedenis – Theologie in tijden van ommekeer, Pelckmans, 2006 (cf. Hoofdstuk 6: Verhalen over schepping en zondvloed: een krachtmeting tussen wetenschap en christelijk geloof?)

Kardinaal Godfried Danneels, Hopen en bidden – Gedachten bij het Onzevader, Lannoo, 2006 (blz. 9-10, 25, 40, 47-48)

Alma De Walsche, Het tijdperk van de bevrijdingsecologie – Leonardo Boff: de culturele omwenteling, MO*, maart 2005

François Euvé, Pour une théologie de l’Evolution, Etudes, mars 2006

The call of Creation: Gods’ invitation and the human response, Catholic Bishops’ Conference of England and Wales, 2002

Ton Lemaire, Met open zinnen – Natuur, landschap, aarde, Ambo, 2002


Veel gestelde vragen (FAQ)

1. Het boek Zorg voor de Schepping is een ‘inspiratieboek’. Waarom is er voor dat soort boek gekozen, en niet voor een meer theoretisch beschouwend boek?

Wij zijn als christenen altijd al goed geweest in beschouwing, verinnerlijking en theorie. Dikwijls ten koste van handen uit de mouwen steken en van leren al doende om op een andere manier spiritualiteit te beleven, nl. vanuit de praktijk (wat wel de verworvenheid is van de bevrijdingstheologie: strijd én inkeer!). Daarom zetten we in het onderzoek dat werd verricht de concrete leerplekken centraal, als aanvulling op de theorie die reeds in vele documenten beschreven staat maar vaak niet de weg vindt naar concrete acties. De nadruk in het boek ligt op verantwoordelijkheid opnemen als christenen, op concreet engagement, op het doen. Dat zit hem ook in het uitroepteken in de titel van het boek: Zorg voor de Schepping!, uitroepteken dat het werkwoord ‘Zorg’ in de verf zet.

Termen als ‘eco-spiritualiteit’ worden dus in dit boek inderdaad niet theoretisch uit de doeken gedaan. Wel wordt de term‘eco-spiritualiteit’ met grote penseeltrekken geschetst, vertrekkend van initiatieven, voorbeelden en modellen van mensen en gemeenschappen in Vlaanderen en wereldwijd. Je kan dus wel zelf de betekenis ervan doorheen de aangereikte voorbeelden en citaten bijeen sprokkelen.

2. Is bezig zijn met dit thema vanzelfsprekend binnen de christelijke bewegingen? Of moet dit nog verworven worden?

De milieu bekommernis binnen de christelijke bewegingen is van recente datum. De aandacht voor het milieu binnen de christelijke bewegingen werd vooral in gang gezet op de eerste Europese (oecumenische) bijeenkomst van alle christelijke kerken (rooms-katholieke, protestantse, anglicaanse en orthodoxe) te Bazel van 1989. Daar werd ‘heelheid van de schepping’ toegevoegd en verbonden met de opdrachten voor rechtvaardigheid en Vrede.
In 2002 (het jaar van de Diaconie – dienstbaarheid) verklaarden de Belgische bisschoppen dat er dringend behoefte is aan een grotere ethische bewogenheid bij alle christenen met betrekking tot de milieucrisis en haar gevolgen op vlak van economie, mensenrechten en sociale (wereld-) verhoudingen.

We zien bijv. ook in de campagnes van de lidorganisaties dat ‘duurzaamheid’ vaak ter sprake komt. Zie bijvoorbeeld de campagne van Broederlijk Delen in 2003 “wij, op grote voet”. Of van Welzijnszorg twee jaar geleden rond armoede en energie.

Internationaal zijn reeds tal van christelijke organisaties en bewegingen actief rond ecologie. Onze bisschoppen zijn eerder ‘traag’ om Zorg voor de Schepping’ te integreren in de pastorale praktijk van parochies, kerkfabrieken, christelijke instellingen…; ze zijn nu aan een inhaalbeweging bezig via de activiteiten van het Netwerk.

3. Veel mensen die bezig zijn met ecologie, en op zoek zijn naar een meer spirituele beleving ervan, zullen waarschijnlijk spontaan gaan zoeken in de richting van het boeddhisme of een meer ‘new-age-achtige’ spiritualiteit, maar niet naar het christendom. Hoe komt dat, en is dat te begrijpen?

Dat is wel te begrijpen omdat zowel New Age als het boeddhisme de natuur een centrale plek geven. Toch meer dan het christendom waar de mens altijd een speciale plaats kreeg in de scheppingsorde. De mens wordt partner van God, geschapen “naar Gods beeld en gelijkenis” (zesde dag). De aarde behoort aan God, maar zijn behoud en groei is in de handen van de mensen gelegd. God heeft mensen nodig die zorg dragen voor wat geschapen is. Van willekeurige heerschappij kan geen sprake zijn, van uitbuiting evenmin. Wel van ‘medeschepsellijkheid’. De mens wordt aangesteld als “rentmeester”, die verantwoording moet afleggen tegenover God en wat hij met de schepping heeft gedaan. Al te lang hebben we God als louter transcendent beschouwd, als niet tot deze wereld behoren. God is ook aanwezig in deze wereld, in de hele schepping. Ze is niet goddelijk op zich (zoals de New Age God ziet als een eindeloze stroom van energie die heel het universum doortrekt) maar draagt wel de sporen van Gods liefde en zorg. Mensen zijn wel uniek maar niet superieur en deze uniciteit maakt ons juist zo verantwoordelijk voor de schepping.

4. Volgens velen is de joods-christelijke traditie, met haar nadruk op de centrale plaats van de mens in de Schepping, mee verantwoordelijk voor de historisch gegroeide niet-duurzame omgang met de planeet. Is dat ook het aanvoelen van mensen die vanuit een christelijke inspiratie bezig zijn met eco-spiritualiteit?

De harde beschuldigingen aan het adres van het christendom maken een bezinning over zijn bijdrage tot de legitimatie van een éénzijdig antropocentrisme meer dan noodzakelijk.
Omdat de mens geschapen werd als ‘beeld en gelijkenis van God’ (Gen. 1, 27) en de opdracht meekreeg de aarde te bevolken en te “onderwerpen” (Gen 1, 28), stelt de moderne mens zich in bezit en genot van al zijn vermogens en gaat zichzelf als ‘heel bijzonder’ beschouwen, nl. ‘zo-goed-als-God’. De mens is het hoogste en erkent alleen zichzelf als maatstaf van alle ontwikkelingen. Hij gedraagt zich als een koning van de natuur en pretendeert de bekroning en zin van de evolutie te zijn. Deze verabsolutering van zichzelf is inherent aan het geloof in de ene God en Schepper zoals verteld in het scheppingsverhaal, zo wordt geredeneerd.
Onze interpretatie is dat deze absolute pretentie niet kan worden afgelezen uit het scheppingsverhaal in de context van zijn ontstaan. Het scheppingsverhaal is niet geschreven vanuit een of ander hedendaags ecologisch, natuurwetenschappelijk of filosofisch perspectief. 10.000 jaar geleden was de mens in de greep van goede en kwade geesten die in de natuur aanwezig waren. Alles lag onherroepelijk vast, niks nieuws was ooit mogelijk, geen verleden en geen toekomst. Als er aan een god werd gedacht, dan was dat een kwade God. Geen ontwikkeling, alles altijd in een eeuwige kringloop: ook de tijd draait in een rondje, zonder hoop op iets nieuws, op iets dat lineair (rechtlijnig) evolueert en hoop biedt. Hoe bevrijdend moet het dan hebben geklonken dat hemel en aarde, zoals het goede en het kwade, van elkaar zijn gescheiden (tweede Scheppingsdag), en dat God niet huis in bomen, velden en stenen en verpakt zit in de kosmos, maar dat God de Heer van de Schepping is, en dat hij de mensverantwoordelijk stelt voor al het geschapene.
Niet alleen een verkeerde interpretatie van het scheppingsverhaal heeft bijgedragen tot die mateloze pretentie, ze is ook eerder onlangs in de hand gewerkt als een gevolg van de secularisering, sinds de tijd van de Verlichting (17e en 18e eeuw). Als het proces van de secularisering eenmaal is ingezet en God van zijn troon is gestoten, ondermeer door de ontegensprekelijke bevindingen van de wetenschappen, dan kan de homo sapiens zélf beginnen dromen over almacht en vrijheid en proberen die te realiseren in zijn eigen geschiedenis, die vanaf nu de ontplooiing van ‘vooruitgang’ zou moeten zijn. In de moderne tijd bewerkt de mens zelf ‘verlossing’ en ‘voleinding’.

5. De meesten van ons die ooit een min of meer katholieke opvoeding kregen, herinneren zich een beeld van de Schepping die door God in de handen van de mens gelegd is. In zo’n visie is de mens de maat van alle dingen, en zijn de andere levende en niet-levende wezens ondergeschikt aan de mens, of staan ze minstens in dienst van de mens. Is het de bedoeling van dit soort boek om tot een ander beeld te komen van de plaats van de mens in de Schepping, of is het klassieke beeld van de christelijke visie vertekend? Jezelf zien als een deel van de natuur, dat is niet het beeld dat de meesten van ons zullen hebben van een christelijke visie.

Vooreerst leert de geschiedenis van de laatste eeuwen dat we ons bewust zijn geworden van de gevaren van de verabsolutering van de mens die zich opstelt tegen de natuur om ze uit te buiten, wat een bedreiging vormt voor haar harmonieus voortbestaan. Daardoor worden we dringend uitgenodigd om met een totaal andere blik en houding naar het milieu te kijken en er mee om te gaan. De ware luciditeit bestaat in het erkennen van onze beperkingen, dus in bescheidenheid. Vervolgens moeten we genezen van de wetenschap dat de andere levende en niet-levende wezens ondergeschikt zijn aan de mens. Dat kan door het besef dat wijzelf deel zijn van de natuur. Wijzelf zijn aarde (zie ook in de bijbel: tot stof en as zult gij wederkeren). Door dit besef te verbinden met onze geloofsvisie dat God een liefhebbende God is, die Zijn schepping draagt en tot voltooiing wil brengen samen met ons, kunnen we – in godsnaam – genezen van de hoogmoed die het voortbestaan van de schepping ernstig bedreigt.

6. Het feit dat jullie kiezen voor een ‘inspiratieboek’ lijkt te willen zeggen: kijk maar, er is al veel bezig. Is het zo dat er op heel veel plaatsen nu al mensen vanuit een christelijke inspiratie bezig zijn met ecologie? Zijn die plekken van hoop onvoldoende gekend?

Ja, er zijn inderdaad heel veel plekken waar mensen bezig zijn vanuit een christelijke inspiratie. We konden ze onmogelijk allemaal opnemen in ons boek. De meeste plekken zijn wel gekend maar vaak is de inspiratie erachter minder gekend. Vooral die motivatie, die drijfveren wilden we onder de aandacht plaatsen.

7. Is het zo dat voor jou, of voor de mensen die met het project eco-spiritualiteit bezig zijn, net die spirituele dimensie een steun of drijfveer is om in de wereld actief te zijn?

Eco-spiritualiteit is, om te beginnen, een levensvisie, een overtuiging en een persoonlijke grondhouding die voortvloeien uit het klare besef en het doorleefde gevoelen dat onze aarde, wijzelf en alle leven daarop deel zijn van één Groter Geheel.

Vervolgens verdiept zich dit besef en aanvoelen vanuit ons geloof. Dat Groter Geheel beleven wij christenen – in ons innerlijke zelf, in de stilte van ons hart – als een openbaring van een liefhebbende God die Zijn schepping draagt en tot voltooiing wil brengen, samen met ons. Beschouwing van al het geschapene, ook van wat daarin fout loopt, roept in de bezinnende of biddende mens het verlangen op om God te ontmoeten. Christelijke eco-spiritualiteit is een spiritualiteit van “leven in overvloed” (Johannes 10,10), waarin liefdevolle omgang met de aarde en de natuur centraal staat, in Gods naam.

Eco-spiritualiteit die naam waardig resulteert tenslotte onafwendbaar in het streven naar en het concreet uitwerken van rechtvaardige en vredevolle relaties met onze planeet aarde en met onze medemensen waar ook ter wereld. Onze manier van leven moet gericht zijn op het in stand houden van de natuurlijke hulpbronnen. Ook door wereldwijde politieke afspraken om de structurele oorzaken van de milieucrisis weg te nemen, kunnen we als wereldgemeenschap meer in harmonie gaan leven met alle levende wezens op aarde.

Dan zullen we in eerbied en respect voor alle leven de planeet aarde bewaren voor de volgende generaties. Een ‘heilige’ plicht, zowaar. Eco-spiritualiteit is dus gewoonweg: Zorg voor de Schepping!

8. Christenen spreken vaak over de ‘heelheid’ van de Schepping. Maar de dagelijkse ervaring van wie met ecologie bezig is, is er een van een gekwetste of zwaar gehavende wereld. Wie niet gelooft, zal misschien zeggen dat beelden over de heelheid van de Schepping afleiden van de werkelijke wereld, en het onrecht dat hier en nu aanwezig is. Is die kritiek terecht? Of is het voor wie handelt vanuit een christelijke inspiratie net het tegenovergestelde, namelijk dat de verbondenheid met een bezielde Schepping net veel meer kracht geeft om het onrecht te lijf te gaan?

– Cf. vraag 7 hierboven; onverbrekelijk band van rechtvaardigheid, vrede, behoud van de schepping, behoren samen tot de kern van onze geloofsbeleving (cf. Conciliair Proces, visie en jaarplannen van Netwerk Rechtvaardigheid & Vrede en van zijn leden);

– Heelheid van de schepping slaat niet op een terugkeer naar het verloren paradijs of op een uitzien naar een ideale toestand van de schepping in de eindtijd. Het streven naar heelheid van de schepping houdt zich bezig met menselijke kwaliteiten in dienst van het welzijn van de hele schepping hier en nu. Het spreken over “heelheid van de schepping” wil dus vooral ons gedrag oriënteren. Alles is hier en nu aanwezig om ons gedrag zó te oriënteren dat we zorgzaam met de Schepping omgaan.

9. Mensen die uit een vrijzinnig-linkse traditie komen, staan vaak wat argwanend tegenover mensen die met spiritualiteit bezig zijn. Ze zijn bang dat de autonomie van het individu zou worden opgegeven, of vrezen dat er te weinig aandacht is voor structurele maatschappelijke oorzaken en oplossingen. Leidt spiritualiteit tot een soort vlucht uit de maatschappij, of net niet?

Zelfs vanuit vrijzinnige hoek is men het behoorlijk eens dat de mens nood heeft aan de ander en niet puur autonoom kan zijn. Zo schreef Leo Aposter het boek rond ‘Atheïstische spiritualiteit’.

Typisch christelijke is juist dat gelovigen worden opgeroepen om de lasten te dragen die niet direct de onze zijn. In onze manier van consumeren en produceren moeten we leren rekening houden met onze naaste – bij manier van spreken – “tot in het vijfde geslacht”; dus ver voorbij de tijd dat wijzelf de effecten ervan zullen voelen, zelfs voorbij onze spreekwoordelijke “kinderen en kleinkinderen”. Dat is een variante van de christelijke preferentiële optie voor de armen, in dit geval voor de potentiële slachtoffers van de komende generaties omwille van niet-duurzaam omgaan met de schepping door onze generaties. Dit ethisch imperatief valt onder de plicht tot solidariteit. De bereidheid om zich de last van ‘de vijfde generatie’ na ons aan te trekken als een hier en nu reële manier om onze naaste ten laste te nemen, gaat tot het bot van de christelijke ethiek.
Eveneens typisch christelijk is ook wat we graag een provocatief radicalisme inzake “Zorg voor de Schepping!” willen noemen. Wij worden als christenen, maar ook als kerken en solidariteitsbewegingen telkens weer opgeroepen om de bestaande (wan-) orde te overstijgen met haalbare en tegelijk gedurfde stappen naar levensstijlen en acties voor een verantwoord en duurzaam leven op aarde. Het inspiratieboek biedt voorbeelden daarvan, ter inspiratie en navolging.
Solidariteit met de armsten houdt ook in dat we economie en ecologie niet mogen opsplitsen. Omdat de hele wereld aan God toebehoort, kan er niet alleen sprake zijn van de juiste verhoudingen van mensen onderling – sociale en economische gerechtigheid dus – maar ook van ecologische gerechtigheid, namelijk de juiste verhoudingen van de mensen tot de rest van de schepping. Iedere milieu-ethiek zal strategieën moeten vinden die de economische ontwikkeling verbindt met het bewaren van het ecologisch evenwicht.

10. Wat hopen jullie zelf met dit boek te bereiken?

Dat we inspiratie mogen geven aan lokale christelijk geïnspireerde groepen en individuen. Eveneens willen we een drijfveer zijn voor het opnemen van een collectief kerkelijk ecologische verantwoordelijkheid, zowel in woord (liturgie) als daad. Dit willen we ook verder uitwerken in ons project Groene Kerk. In dit project willen we een instrument aanbieden waarmee de geloofsgemeenschap gericht en meetbaar kan handelen om de ecologische voetafdruk van kerkgebouw, de activiteiten en de huishoudens te verkleinen en zo aanzetten te geven voor een duurzaam milieubeheer van de kerkelijke infrastructuur en diensten. We willen hier ook een vormingsmodel aan koppelen.

Forum 8 december 2007



[1] Dit gebeurde mede onder impuls van het zogenaamde Conciliair Proces, een Europees oecumenisch initiatief dat op een bijeenkomst in Bazel (mei 1989) ‘Heelheid van de Schepping’ als derde aspect (naast Gerechtigheid en Vrede) integreerde in alle werk van de ‘Kerken ten dienste van de wereld’. Het Conciliair Proces ging verder in Graz (Oostenrijk) in 1997 en onlangs in Sibiu (Roemenië), september 2007.

[2] Het Netwerk Rechtvaardigheid & Vrede vzw maakt deel uit van het wereldwijde netwerk van commissies rechtvaardigheid en vrede en verenigt in Vlaanderen acht katholieke solidariteitsorganisaties: Broederlijk Delen, Caritas Gemeenschapsdienst, Caritas Catholica Vlaanderen, Caritas International, Kerkwerk Multicultureel Samenleven, Missio, Pax Christi Vlaanderen, Welzijnszorg; er is ook samenwerking met Diocesane Commissies Rechtvaardigheid & Vrede in Antwerpen, Brussel en Gent. Meer info: http://www.rechtvaardigheidenvrede.be/ .

[3] Dit werkstuk kan ook worden gebruikt voor een uiteenzetting omtrent eco-spiritualiteit. We hebben getracht duidelijke inzichten te geven, in een begrijpelijke taal. Ook willen we beknopt blijven, zowat op de wijze van Chinese landschapschilders die met enkele grove penseeltrekken (of ‘lichttoetsen’) contouren schetsen en daarmee de kijker het genoegen laten het plaatje zelf verder in te vullen. Een beknopte literatuuropgave en enkele ‘veel gestelde vragen’ achteraan kunnen daarbij helpen.

[4] Voor meer informatie: zie http://www.rechtvaardigheidenvrede.be/ .

[5] De toenmalige Kardinaal Ratzinger stelde in 2004, als Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, dat “er geen incompatibiliteit is tussen Gods providentiële plan en de resultaten van een waarachtig contingent evolutionair proces in de natuur” (Toespraak voor de Internationale Theologische Commissie, 4 juli 2004).

[6] Zonder te willen vervallen in een ‘eco-centrisme’! Ook de aarde mag niet worden verabsoluteerd, moet zijn plaats kennen als een onderdeel van het Verbond dat God sluit met alle levende wezens, zoals beschreven in Genesis 9, 12-13: “God zei tegen Noach: ‘Voor alle komende generaties zal dit het teken zijn van het verbond tussen mij en alle levende wezens bij jullie: Ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde”.

[7] Wij erkennen ons helemaal in de ‘belijdenis’ van het Wereldverbond van Gereformeerde Kerken in hun zogenaamde ‘Verklaring van Accra’ (hoofdstad van Ghana) van augustus 2004 : “Wij geloven dat de economie er is om de waardigheid en het welzijn van mensen in gemeenschappen te dienen, binnen de grenzen van de duurzaamheid van de schepping” (nr. 22).

[8] Hetzelfde geldt ook voor de problematiek van de vrede. In zijn nieuwjaarsbrief “De menselijke persoon, hart van de vrede” voor de Wereldvrededag 2007 schrijft Paus Benedictus XVI: ”De ervaring leert dat elke onrespectvolle houding tegenover het milieu schade berokkent aan de menselijke samenleving, en omgekeerd. Het verband wordt duidelijker tussen vrede met de schepping en vrede tussen de mensen. Zowel het een als het ander vooronderstelt een vrede met God. Het poëtische gebed van Sint Franciscus, bekend als het Zonnelied, is een even bewonderenswaardig als actueel voorbeeld van die veelvormige ecologie van de vrede.”