Inleiding Annemie Dillen

Forum 31 mei 2008 – Inleiding door Annemie Dillen – Voorzitter Interdiocesane Dienst Gezinspastoraal, Docente KULeuven

annemie_dillen_2

Waarom opvoedingsondersteuning binnen de kerk aandacht verdient…?

Waarom is dit thema vanuit kerkelijke context, vanuit christelijk perspectief zo belangrijk?

1. Het dagelijkse gezinsleven van mensen kan een vindplaats van spiritualiteit zijn. Trees Dehaene verwoordt in Transparant van april 2008 heel treffend wat hiermee bedoeld wordt. Ze zegt: “Opvoeding is een terrein van spiritualiteit. ‘Wat je voor de minste van de mijnen hebt gedaan…’, heeft ook betrekking op het ingaan op de noden van kinderen. De vele nachten die ouders opstaan, de troost en de veiligheid die ze hun kind geven, de vele keren dat ze hun eigen wensen en behoeften aan de kant zetten, het geduld en steeds weer nieuwe kansen geven, de onvoorwaardelijke liefde…, dit alles maakt het domein van de opvoeding tot een terrein van dagdagelijkse spiritualiteit. De inzet in gezin of beroep kan evengoed geïnspireerd zijn door en inspirerend zijn voor geloof als een bezinning of een retraite dat kan zijn. Alleen worden de mensen hierop niet aangesproken.”
Mensen associëren spiritualiteit meestal met vormen van gebed, afzondering, stilte, speciale plaatsen waar men die spiritualiteit kan beleven. Ouders ervaren soms dat in de drukte van het dagelijkse gezinsleven daarvoor weinig ruimte overblijft. Een complementaire benadering is dat het gezinsleven zelf een bron, een vindplaats van spiritualiteit kan zijn. Spiritualiteit omvat ook het ingaan op het appèl van de andere (ethische component), niet alleen de andere als iemand die in armoede leeft, maar ook de partner, de kinderen op wie men betrokken is.

2. Het ‘gewone’ gezinsleven van mensen verdient aandacht, niet alleen de problemen en de grote idealen.
Crisisdenken, kijken naar wat er met de gezinnen misloopt is niet het goede vertrekpunt om na te denken over opvoedingsondersteuning. Men moet aandacht hebben, present zijn, nabij zijn bij gewone mensen in het dagelijkse leven. Eigen aan een christelijke benadering is de aandacht voor de zwakste mensen, de mensen die elders uit de boot vallen, die op andere plaatsen niet gezien worden of niet bereikt worden. Dat is een hele uitdaging.
Aandacht hebben voor het gewone gezinsleven doet denken aan de huisbezoeken, die in de hedendaagse kerkelijke context niet meer zo evident zijn, maar die in de geschiedenis altijd een rol gespeeld hebben en die nu op bepaalde plaatsen toch weer nieuwe aandacht krijgen. Het is een mogelijkheid om aanwezig te zijn bij gezinnen in al hun complexiteit.

3. Het gezin is geen privé-zaak. Vele mensen beschouwen het gezin als hun privé-terrein. Maar opvoeding is echter niet louter een kwestie van de ouders. Het gezinsleven is iets waar mensen samen moeten kunnen over praten. De nadruk op het samenbrengen van mensen is ingaan tegen het idee dat het gezinsleven een privé-zaak is.

4. Deze visie hangt samen met het klassieke idee uit de sociale leer van de kerk, het subsidiariteitsprincipe. Subsidiariteit zegt enerzijds dat de kleinst mogelijke eenheid best de zorg voor bepaalde zaken opneemt, dat wat op een lager niveau kan worden gedaan, ook op dat laagste niveau moet gebeuren en anderzijds dat die laagste echelons ondersteuning moeten krijgen. Het klassieke kerkelijk principe geldt ook voor gezinnen en opvoedingsondersteuning en wordt onder andere verwoord in het citaat ‘Familiaris consortio’, de apostolische exhortatie van paus Johannes-Paulus II van 1981: “Staat en Kerk hebben de verplichting aan de gezinnen alle mogelijke hulp te bieden, opdat zij hun taken van opvoeding passend kunnen vervullen. Kerk en Staat moeten derhalve die instellingen en activiteiten scheppen en bevorderen waarom de gezinnen terecht vragen en deze hulp moet in verhouding staan tot de noden van de gezinnen.”(1) Gezinnen nemen zelf waardevolle taken in de samenleving op en opvoeding is er één van. Vanuit het subsidiariteitsprincipe gaat men ervan uit dat ouders het best geplaatst zijn om de kinderen op te voeden, maar zij kunnen het niet alleen. Staat en kerk moeten de opvoedingstaken niet overnemen maar hebben de verantwoordelijkheid om gezinnen, om ouders te ondersteunen.

5. Een theologisch idee dat het belang van opvoedingsondersteuning als belangrijk christelijk thema aangeeft, is de visie van het gezin als huiskerk. Het is een mooi principe omdat het de waarde van het gezin uitdrukt. Het drukt uit dat gezinnen zelf ook een bijdrage kunnen leveren aan het kerk zijn. Niet alleen in de ‘grote’ kerk, in de ‘grote’ gemeenschap, maar ook in het dagelijks gezinsleven vindt kerk plaats.
Bepaalde interpretaties van de term leggen veel nadruk op geloofsopvoeding. Hierin schuilt het gevaar van functionalisering, van gezinnen te willen ondersteunen omdat zij de kerk doen leven. Het is inderdaad zo dat een kerk, een gemeenschap, een parochie vitaal en levend is op het moment dat er ouders met jonge kinderen aanwezig zijn, maar tegelijkertijd is het gevaarlijk om hun aanwezigheid louter te zien in functie van hoe de kerk nu kan bloeien. Men moet ook altijd kijken naar wat belangrijk is voor de ouders en de kinderen zelf en hoe zij zelf die religieuze of algemene aspecten kunnen beleven. In de klassieke theologische benadering van het gezin als huiskerk gaat het enkel over gezinnen die gebaseerd zijn op een huwelijk: twee ouders, man en vrouw en kinderen. Maar ook in andere vormen van gezinnen, juist in de gezinnen die het meest kwetsbaar zijn, kan het idee van huiskerk beleefd worden.

6. Een andere reden waarom opvoedingsondersteuning vanuit de kerk belangrijk is, is de geloofsopvoeding. Belangrijk is dat geloofsopvoeding niet alleen relevant is in functie van hoe de kerk meer leden kan hebben, in functie van ‘later’, maar dat geloofsopvoeding, geloofscommunicatie een plaats krijgt voor kinderen en ouders hier en nu, in functie van hun eigen vragen, hun eigen spiritualiteit.

7. Opvoedingsondersteuning is ook meewerken aan het Rijk Gods. Dat wil onder andere zeggen dat mensen geïnspireerd door de Geest niet perfect moeten zijn, maar wel sporen van God in de dagelijkse ambiguïteit van het gezinsleven kunnen ervaren. ‘Het niet perfect zijn‘ is een kritiek op het expertidee. De kerk moet, als ze opvoedingsondersteuning aandacht wil geven, niet denken dat zij de grote experten gaat leveren.

 

Welke kansen biedt de Vlaamse kerk voor opvoedingsondersteuning?
Men kan dit onderverdelen in 4 klassieke terreinen van de kerk: gemeenschapsvorming en ontmoeting; geloofscommunicatie; liturgie; pastorale zorg of diaconie.

Gemeenschapsvorming en ontmoeting
Dit houdt in dat mensen en gezinnen worden samengebracht. Kerkelijke bewegingen en alles wat met kerk te maken heeft kunnen hierin een rol vervullen bijvoorbeeld doordat mensen met elkaar praten aan de uitgang van de kerk.
Mensen samenbrengen kan via gezinsgroepen in alle mogelijke vormen, via groepen waar het koppel centraal staat bv. Marriage Encounter, plaatsen waar thema’s over samenleven in een gezin ter sprake komen, waar mensen elkaar kunnen ondersteunen.
Er bestaan ook ontmoetingen voor gescheiden mensen. Ze kunnen elkaar verrijken en ondersteunen in wat te doen met de kinderen na een relatiebreuk.
De spontane uitwisseling over het dagelijks gezinsleven in allerlei mogelijke verenigingen, de praatjes voor en na vergaderingen.

Geloofscommunicatie
Hier zijn heel wat mogelijkheden om binnen de kerk de opvoeding ter sprake te brengen, om te laten zien dat het een essentieel deel is van het menselijk leven en dat het ook in het christelijk leven belangrijk is.
De sacramentencatechese biedt heel wat aanknopingspunten om met gezinnen te werken. Sacramenten staan niet los van het dagelijkse leven.
Binnen huwelijksvoorbereiding kan het al dan niet christelijk opvoeden van de kinderen ter sprake komen, naast dialoog over welke waarden in het algemeen men belangrijk vindt.
Ook doopselvoorbereiding biedt vele kansen voor opvoedingsondersteuning. Het kind laten dopen wil zeggen het kind laten opnemen in de kerkgemeenschap en het christelijk opvoeden. Dit heeft niet alleen te maken met praten over God, over Jezus, maar ook met in het dagelijkse leven gestalte te geven aan een waardevolle opvoeding.
Tijdens vormselcatechese en eerste communiecatechese kunnen gezinnen samenkomen. Mensen kunnen met mekaar tijdens ouderavonden en gezinsontmoetingen praten en uitwisselen over opvoeding. Het is een uitdaging om mensen het gevoel te geven dat ze met hun gezin welkom zijn. Een mogelijkheid is om bijvoorbeeld ter plaatse voor kinderopvang zorgen, zodat ouders hun kinderen niet moeten thuislaten om naar de vergaderingen te komen.
Specifiek kan men in verenigingen, parochies vorming aanbieden over hoe men kinderen gelovig kan opvoeden, hoe men met kinderen in dialoog kan gaan. Maar het gaat niet alleen over geloof, het gaat ook over vorming in het algemeen.
Zo is er bijvoorbeeld een initiatief in Tertio waarbij Hans Van Crombrugge in dialoog met Piet Raes brieven schrijft over opvoeding. Het is een vorm van bewustmaking, een vorm van reflectie, van aandacht voor de dagelijkse opvoeding binnen de klassieke christelijke kanalen. In Amerika heeft men veel aandacht voor opvoeding vanuit een heel conservatieve evangelische hoek waarbij gehamerd wordt op discipline, waarbij men kinderen fysiek mag straffen. Dergelijke vorm van opvoedingsondersteuning is hier niet wenselijk. Wel is het belangrijk om te zoeken naar aandacht voor opvoeding vanuit de ‘gematigde’ middenstroming binnen het christelijk denken.

Liturgie
In de klassieke eucharistievieringen, in de homilie kan er aandacht zijn voor opvoeding. Bij de homilie is er wel het gevaar om te moraliserend te worden of de homilie te vervlakken tot een soort waardepraatje. Dit is niet de bedoeling. Maar af en toe de thema’s van opvoeding ter sprake brengen kan wel belangrijk zijn. Ook in voorbeden kan gebeden worden voor ouders en kinderen.
‘Gedeeld ouderschap’ is een andere vorm van opvoedingsondersteuning in liturgische vieringen. Tijdens liturgische vieringen kan men een vorm van gedeeld ouderschap bevorderen waarbij iedereen, ook wie zelf geen kinderen heeft een deel van de zorg voor de kinderen op zich neemt.
Opvoedingsondersteuning veronderstelt ook gezinsvriendelijke liturgie. Gezinnen ondersteunen wil zeggen de gezinnen welkom laten voelen in eucharistievieringen, in gebedsviering en dergelijke.
In de doopsel- en vormselvoorbereiding zou men aandacht kunnen schenken aan peter en meter omdat zij mee opvoedingstaken vervullen. Hieruit blijkt weer dat de opvoeding in gezinnen niet louter een taak van de ouders is.

Pastorale zorg, diaconie
Mensen die een scheiding meemaken vinden binnen de kerk plaatsen om er met anderen over samen te komen. Mensen die een overlijden meemaken vinden vanuit christelijke groeperingen hun weg naar rouwgroepen. Het zijn mogelijkheden die de kerk biedt om mensen in concrete moeilijke situaties nabij te zijn en die indirect, soms direct opvoedingsondersteunende of -verrijkende effecten hebben.
Financiële ondersteuning is een andere vorm van diaconie die bijdraagt tot opvoedingsondersteuning. Bijvoorbeeld Welzijnszorg en alle organisaties die Welzijnszorg sponsoren doen veel voor gezinnen in armoede in de brede betekenis. De kerk kan er voor die gezinnen zijn door bv. Welzijnszorg te ondersteunen.
Diaconie vindt ook plaats in de concrete zorg van mensen voor elkaar, bijvoorbeeld waar mensen voor opvang van kinderen zorgen of via pleegzorg, vaak vanuit christelijke bewogenheid. Spontane initiatieven bv. in Leuven, in de universitaire parochie worden studenten uitgenodigd om mee te werken met ‘Domo’. Domo is een organisatie die kansarme ouders op vrij informele basis begeleidt bv. een alleenstaande moeder met 4 kinderen helpen op het moment dat ze naar het zwembad wil gaan met de kinderen. Dergelijke initiatieven ondersteund door christenen kunnen ook een vorm van opvoedingsondersteuning zijn vanuit de kerkgemeenschap.
Daarnaast is er ook zorg van grootouders. Heel veel opvoedingsondersteuning gebeurt door grootouders. Als het dagelijkse leven een vindplaats van spiritualiteit is of als de opvoeding een religieuze praktijk is, geldt dat niet alleen voor ouders, maar ook voor de grootouders en voor al de andere betrokken familieleden.
Steun vanuit de school, vanuit jeugdbewegingen aan ouders en aan gezinnen, vanuit christelijke organisaties zijn mogelijkheden om mensen concreet nabij te zijn.
Pastorale zorg in brede zin omvat ook pastorale zorg in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, psychiatrie, waar het niet alleen gaat over zorgpastoraat voor een individuele persoon, maar ook voor het hele gezin.
De kerk kan daarnaast ook een stem laten horen in maatschappelijke thema’s waarbij kinderen en ouders in de verdrukking komen. Het gaat niet altijd over grote ethische thema’s maar ook over het dagelijkse gezinsleven van ouders en kinderen bv. voor speelterreinen, speelmogelijkheden.

 

Slotbedenking
Het is belangrijk om gezinnen, om ouders en kinderen nabij te zijn maar het gaat niet alleen over een beweging van de kerk naar de gezinnen toe, het is ook heel belangrijk om als kerk oog te hebben voor de beweging van gezinnen naar de kerk toe. De kerk moet gezinnen ondersteunen, niet alleen door hen mogelijkheden aan te bieden om samen te komen, om vorming te krijgen e.d. maar ook door te laten voelen dat ze zelf inspraak hebben, dat hun ervaringen ernstig genomen worden binnen de verschillende terreinen van de kerkgemeenschap.

 

 



(1) JOHANNES-PAULUS II, Het gezin, p. 40