Inleiding Leo Kwanten

Forum 4 oktober 2008 – Project opvoedingsondersteuning Maasmechelen met focus op de schoolwereld – Leo Kwanten

Even vooraf:

1.  Ik wil een inbreng doen vanuit ervaringen die ik de afgelopen vijftien jaren heb opgebouwd in de gemeente Maasmechelen (38.000 inwoners, hoge concentraties van kansarmoede en leerachterstand). Mijn insteek is meervoudig:

  • vanuit het OCMW: 15 jaar eindverantwoordelijke geweest van kansarmoedeprojecten: visieontwikkeling vanuit het maatschappelijk schuldmodel, strategische planning, coördinatie, afstemming, sectoroverstijgend werken, netwerkontwikkeling,
  • vanuit een bestuursfunctie van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, een dienst waaruit een project “opvoedingsondersteuning” is opgestart,
  • vanuit “soma”: een vereniging waar armen het woord voeren, en van waaruit ondermeer een werkgroep “onderwijs” is ontstaan,
  • vanuit het voorzitterschap van het LOP (Lokaal Overlegplatform inzake gelijke(re) onderwijskansen).

Ik ken het voorrecht om steeds te mogen balanceren op het snijpunt van en de afstemming tussen meerdere sectoren, diensten en initiatieven.

2.  Ik ga de noodzaak van opvoedingsondersteuning niet meer aantonen. Ik wil wel één en ander kwijt omtrent de randvoorwaarden die vervuld moeten zijn, wil men de primaire opvoeders, nl de ouders, ondersteunen.

1. Wat zie ik gebeuren?

  • Op het macroniveau. De achillespees van het Vlaamse onderwijs: aan de top van Europa, maar met de grootste kloof tussen meekunners en niet-meekunners, en dit ondanks goed doordachte en goed onderbouwde initiatieven. Ook in de gezondheidszorg begint zich een identieke polarisatie aan te dienen.
  • Mesoniveau. Beleid en bedrijfscultuur van de school:
  1. Hoe profileer ik mijn school naar buiten? Welke visie hanteert mijn school mbt maatschappelijk kwetsbaren? Is er bewuste aandacht en ruimte c.q. voorkeur voor kinderen uit achtergestelde milieus?
  2. Hoe kan ik die doelstelling verzoenen met andere doelstellingen/verwachtingen? (Het hoger/universitair onderwijs verwacht van de secundaire scholen steviger voorbereiding mbt exacte wetenschappen.)
  3. Hoe communiceert mijn school hierover met die jongeren, hun ouders en leefwereld, welzijnsdiensten?
  4. Kan van een katholieke (ergo evangelisch geïnspireerde) school verwacht worden dat zij zich méér toelegt op de doelgroep van maatschappelijk kwetsbaren?
  • Microniveau. De leerkracht in relatie met zijn leerlingen: hoe kijkt hij/zij naar maatschappelijk kwetsbaren? Spelen eigen opvoeding of afkomst hem parten? Door wat laat hij zich (bewust of onbewust) leiden? Uit welke bron put hij kracht om zich specifieke vaardigheden eigen te maken? M.a.w. heeft een evangelisch geïnspireerde leerkracht een pijl méér op zijn boog?
  • Op het ‘nulde’ niveau. De leefwereld van de maatschappelijk kwetsbaren: ze moeten ‘in orde’ zijn met de (te) hoge verwachtingen en regels van de samenleving, zijn diensten en instituten (onderwijs is er één van). Dit dagelijks gevecht vergt veel energie, en ze slagen er niet in hun problemen ‘ten gronde’ aan te pakken. Het lukt hen niet te beantwoorden aan wat de school van hen verwacht. Ze blijven hangen in een ‘overlevingsgedrag’. Dit soort gedrag mag niet vereenzelvigd worden met onwil om hun kinderen een goede opvoeding te geven!

2. Wat kan er gebeuren?

  • Er zal communicatie en ‘toegroei’ nodig zijn tussen alle niveaus. Voorwaarde is dat aan de kant van het instituut de ‘kansarmoedereflex’ zijn intrede doet, nl de erkenning van de specifieke leefwereld van kansarmen. In het veld zijn al talloze mooie voorbeelden van win-winsituaties, waarbij wederzijds vertrouwen de basis vormt voor een betere schoolloopbaan.
  • ‘Soma’, een lokaal initiatief waar armen het woord nemen, heeft tien tips ontwikkeld ter verbetering van de relatie tussen ouders en onderwijs:
  1. een goed en persoonlijk onthaal,
  2. bij wie op school kunnen wij terecht voor hulp?
  3. luister naar het verhaal van mensen,
  4. geef in het begin van het schooljaar een duidelijk zicht op de schoolkosten,
  5. ons kind mag niet geplaagd worden omdat wij minder centen hebben,
  6. help ons de weg te vinden naar diensten die ons kunnen helpen,
  7. discretie: kleineer ons niet door persoonlijke problemen aan de grote klok te hangen (discretie geeft vertrouwen),
  8. aat ons ons verhaal niet telkens opnieuw doen: bij personeelswissels dient vertrouwelijke informatie zorgvuldig doorgegeven,
  9. een advies over studiekeuze is pas een advies als het niet dwingend is,
  10. het is niet omdat we arm zijn, dat we dom zijn.
  • Soma zegt dus niet: voedt u mijn kind maar op in mijn plaats, maar wèl: zit niet voortdurend op mijn kop, luister naar me, respecteer me, houd rekening met me.
  • Om de twee werelden van school en thuis wat korter bijeen te brengen, dienen onderwijs en opvoeding een plek te krijgen in het lokaal beleid van een gemeentebestuur en OCMW. De formule van de ‘brede school’ past eveneens in dit plaatje: de school als spiegel én als actor in de lokale samenleving.
  • Vanuit het LOP. Slechts één voorbeeld: de idee van een vakbondsafgevaardigde om voor zijn leden een lokale studiedag te houden over maatschappelijke kwetsbaarheid, wordt opengetrokken naar de drie onderwijsvakbonden.

Voorlopig besluit: blijven sleutelen aan betere omstandigheden waarbinnen ouders hun kinderen kunnen opvoeden. Er zijn geen slechtere of betere opvoeders, wel kwetsbare en onzekere opvoeders.