Een getuigenis

De bril

Tegenover het deprimerende en uitzichtloze fragment van Brokeback Mountain wil ik iets positief plaatsen:

Onze grootste angst is niet dat we onvolmaakt zijn
Onze grootste angst is dat we mateloos krachtig zijn
Het is ons licht, niet onze schaduw, die ons het meest beangstigt.

Nelson Mandela

Nelson Mandela heeft het in deze toespraak over mensen die krachtig zijn, die bevrijd zijn van angst, die stralen.
Wie is er bevrijd, gelukkig en wie straalt er?

Iemand die zichzelf gevonden heeft, die de persoon gevonden heeft die bij hem/haar past. Die het werk gevonden heeft dat bij hem/haar past. Die “zijn roeping” gevonden heeft, om het in christelijke termen uit te drukken.

Professioneel gezien vang ik mensen op die gepest worden en spreek ik met mensen die gepest worden of die zelf pesten of die in pest- en/of conflictsituaties verzeild geraakt zijn … en die situaties slepen soms al jaren aan.

Na 2 of 3 gesprekken komt het voor dat we het niet meer hebben over pester of gepeste, maar over Mijnheer, Mevrouw, wat wil je eigenlijk? Wil je hier echt nog werken? Doe je dit echt graag of wil je eigenlijk iets anders en dan denk ik of zeg ik soms: iets dat dichter bij jezelf ligt? En dat je misschien “gelukkiger”, stralender zal maken?

Het gaat dan meer over “wie ben je eigenlijk” en “weet je wel wie je bent”?

Zelf heb ik ook zo’n weg afgelegd. En ik ben misschien nog maar halfweg … Ik kom uit een beschermd katholiek milieu. Ik heb Romaanse Filologie gestudeerd, heb daarna 10 jaar in de informatica gewerkt, heb een leidinggevende functie waargenomen en ben toen geleidelijk aan geëvolueerd naar een functie waar ik meer met mensen kon bezig zijn. Ik heb nu het gevoel dat mijn werk dichter bij mezelf ligt.

Misschien is dat specifieke proces net wat jullie verwachten van mijn getuigenis. Maar ik wou dit even breder kaderen en de bril waarmee ik nu naar mijn eigen evolutie kijk, verduidelijken.

Mijn proces

Zoals eerder vermeld, kom ik uit een katholiek gezin. Homoseksualiteit bestond niet. Behalve dat ene boekje dat ik gevonden heb in de bibliotheek van mijn vader en dat ging over getuigenissen van mannen die in de gevangenis terecht gekomen waren omdat ze seks gehad hadden met andere mannen.

En dat andere boekje “groeien in tederheid” dat zo’n langgerekt en smal formaat had dat het in geen enkele bibliotheek paste en dat je bijgevolg enkel kon laten rondslingeren. En ik denk dat mijn moeder het ook met opzet heeft laten rondslingeren. In dat boek zat een katern rond homoseksualiteit. Ik heb dat katern gelezen en herlezen. Ik denk dat ik van de rest van dat boek niet zoveel gelezen heb, behalve dan dat katern.

En dan was er nog iets dat ik pas vele jaren later vernomen heb. De jongste broer van mijn vader heeft zelfmoord gepleegd. Hij bleek homo te zijn. Daar werd thuis met geen woord over gerept…

Ik heb school gelopen in zo’n typisch Vlaams jongenscollege. Daarna ben ik naar de universiteit gegaan om Romaanse Filologie te studeren. Ik zal het nooit vergeten. In het eerste jaar zaten er 160 jongeren, waarvan 110 meisjes. De rest waren jongens. Het was mijn kennismaking met het andere geslacht. Het was een aangename kennismaking en ik voelde me heel goed op mijn gemak bij de meisjes. Tot op de dag dat iemand mij zei dat Christel verliefd was op mij. Ik was me van geen kwaad bewust en dacht dat dat dan verliefdheid was. En zo werd ik meegesleurd in mijn eerste relatie. Tot ik ontdekte dat als Christel mij meevroeg om te eten in ’t studentenrestaurant, ik liever bij Mark was, één van de studenten waarmee ik op kot was.

Op een bepaald moment kwam Christel me halen. Ik zat al in de keuken bij Mark en op weg naar het studentenrestaurant, voelde ik bij mezelf een weerstand opkomen naar Christel en een verdriet, omdat ik niet bij Mark kon zijn. Ik merkte toen op dat ik zowel ’s morgens als ’s middags als ’s avonds Mark opzocht… Zo viel geleidelijk aan mijn frank.

Een laatste anekdote die ik me herinner uit die tijd: We waren met enkele vrienden in ’t studentenrestaurant. Opeens zei iemand: “Zie die eens !” ‘Die’ en ‘die-e’ refereren in het Antwerps respectievelijk naar een vrouw en naar een man. Ik, als West-Vlaming, sloeg deze twee aanwijzende voornaamwoorden door elkaar. Ik keek om en zag een jongen. De anderen hadden het daarna over een meisje. Blijkbaar stond daar een koppel. De spreker had verwezen naar het meisje. Ik had enkel de jongen gezien… Dit laatste voorbeeld om te illustreren hoe ik geleidelijk aan mezelf betrapte op een geaardheid die niet louter seksueel gericht was, maar die gericht was op een ganse persoon en blijkbaar was heel mijn wezen dus eerder op mannen dan op vrouwen gericht – ook al voel ik me veel meer op mijn gemak bij vrouwen en ook al had ik een hele reeks vriendinnen die bij me op de kamer kwamen.

In die mate zelfs dat Mark, mijn kotgenoot, waarop ik – ja, laten we de dingen maar bij hun naam noemen – verliefd was, stikjaloers was op al die meisjes die bij me op de kamer kwamen. Gevolg: Toen ik het over mijn lippen kreeg om hem te zeggen dat ik homo was – ik heb hem nooit durven vertellen dat ik op hem verliefd was – geloofde hij het niet.

Het was voor mij een gans proces, inclusief zelfmoordgedachten. Sorry dat ik dit even zo banaal vertel, maar dat was wel een heel moeilijke periode. Een echte identiteitscrisis. Ik begrijp nu beter dat zoiets levensbedreigend is, ook voor anderen en ik kan er nu ook beter inkomen dat zoiets bedreigend kan zijn voor een maatschappij, voor een kerk.

Gedurende gans dit proces ben ik bijgestaan door een vriendin van mij, mijn tweede vriendin. Zij was mijn klankbord, was veel meer vrijgevochten en vond dat allemaal best spannend. Zij heeft mij kunnen overtuigen er thuis over te spreken.

En in dat moeilijk proces was ik er op een welbepaald moment aan toe om “het” aan mijn moeder te vertellen. Uit schrik dit moment waarop ik het wilde zeggen te verliezen, ben ik dan naar de dichtstbijzijnde telefooncel gerend (we zaten namelijk in het pre-gsm-tijdperk), heb ik naar mijn moeder gebeld en heb haar gezegd dat ik dacht dat ik homo was. Haar eerste reactie was: “Heb jij daar, in de Romaanse, niet teveel romans gelezen?”

Later reageerde ze daar veel beter op. Ze raadde me wel aan er nog niets van aan mijn vader te vertellen en te wachten tot ik mijn diploma behaald had.

Ik herinner me ook nog dat mijn besef in twee stukken doorgedrongen is:
– Ik ben homo!? Wat betekent dat allemaal? Wie ben ik dan?
– Dus als ik een relatie wil, dan is dat met een man?

Dat laatste was een proces op zich. Dit heeft een hele tijd geduurd alvorens ik dit kon onder ogen zien. Schuldgevoelens i.v.m. seksualiteit zaten eveneens in de weg. Geleidelijk aan, mede door de steun van die vriendin, van een goede vriend en … je gelooft het nooit, van een prof van het TPC, ben ik door die crisis geraakt. Belangrijk bij de opvang van die professor was dat hij niet oordeelde. Ik heb hem verteld dat ik met twijfels zat rond mijn geaardheid. Hij heeft mij geholpen door aan te duiden hoe je het bij jezelf kon herkennen en … hij heeft me niet veroordeeld. Er was wat er was. Dat was voor mij heel belangrijk.

En zo heb ik geleidelijk aan mijn weg gevonden. Natuurlijk ook dankzij mijn ouders. Via hen is ook de weg geopend naar mijn familie.

En mijn werk, vraag je je misschien af? Wel, ik ben mijn carrière gestart bij IBM, het toenmalige walhalla van de high-technology sector. Dat zou nu Microsoft zijn. Pas na 2 jaar heb ik aangedurfd het te vertellen aan mijn naaste collega’s. Ik had toen een vriend en ik betrapte mezelf erop dat ik steeds over “wij” sprak als ik vertelde wat we dat weekend gedaan hadden. In de film Brokeback Mountain wordt mooi getoond hoe die cowboys een dubbel leven leiden: enerzijds een gezin hebben en anderzijds er tijdens de vakantie een vriendje op nahouden. En dat dubbel leven brengt stress met zich mee. Geleidelijk aan heb ik mijn geaardheid kunnen vertellen aan enkele collega’s, zodat ik dat dubbel leven niet langer moest leiden, althans niet t.o.v. een aantal mensen die me nabij zijn. Op mijn huidig werk weten al mijn rechtstreekse collega’s het. Naar mijn collega’s in de regio Brussel, waar ik nu sinds 1 jaar werk, hebben we een kaartje gezonden vanuit onze vakantiebestemming, ondertekend door Rob en mezelf. Zo zijn een aantal mensen het ook te weten gekomen.

Nog enkele probleemsituaties

In welke mate word ik nog geconfronteerd met probleemsituaties?
Ik denk aan mijn vriend Jan, die net voor hij 25 was, zijn huwelijk met zijn toenmalige vriendin heeft afgezegd. Hij was erachter gekomen dat hij homo was.
Een collega van Anouk is al een paar keer in een depressie terechtgekomen. Blijkbaar zou hij homo zijn en hij zou het niet durven toegeven. Hij is getrouwd en heeft kinderen. Zijn homoseksualiteit zou hij ergens in Luxemburg, in één of andere duistere gelegenheid, beleven. Erover spreken is nog niet mogelijk. Anouk zou proberen hem eens met mij in contact te brengen. Hij heeft nooit contact opgenomen. Alles is weer toegedekt … tot de volgende depressie?

Dergelijke situaties moeten heden ten dage worden vermeden.

Nog enkele andere dingen die ik tegenkom: Wat ik niet gemakkelijk vind is dat ik niet zomaar met mijn vriend hand in hand kan lopen. In Brussel moet je daarmee oppassen of je kan in elkaar geslagen worden. Uitgejouwd worden gebeurt ook al eens. Op reis in India of Turkije (en in vele andere landen) moet je ook oppassen. Homoseksualiteit is daar nog strafbaar en op ons paspoort staat toch hetzelfde adres. Ook genegenheid naar elkaar toe tonen is niet evident, noch in België, noch in andere landen.

Nog enkele tips

Wat ik hoop is dat homoseksualiteit zo vroeg ter sprake kan komen in het onderwijs dat we een gewone puberteit kunnen doormaken op een normale leeftijd. Ik heb een moeilijke puberteit gehad, waarin ik niet kon (h)erkennen wat ik voelde en daarna heb ik nog eens een tweede puberteit meegemaakt, maar veel later dan normaal en dit terwijl ik mijn thesis moest maken aan de universiteit. Dat maakte het allemaal veel complexer.

Ik hoop dat de pastoraal mensen kan stimuleren om zichzelf te ontdekken zoals ze zijn, zichzelf te ontplooien, ze te laten openbloeien.

En dan kan ik eindigen met dezelfde tekst van Nelson Mandela:

We zijn allemaal bedoeld
om te stralen als kinderen.
We zijn geboren om de glorie van God die in ons is,
te openbaren.

Die is niet alleen maar in sommigen van ons;
die is in iedereen !
En als wij ons licht laten stralen,
geven we onbewust andere mensen toestemming
hetzelfde te doen.

Als wij van onze eigen angst bevrijd zijn,
Bevrijdt onze aanwezigheid vanzelf anderen.

Forum 11 maart 2006