Inleiding – Lea Verstricht

Forum 3 maart 2007 – Een opdracht voor de Kerk 

Al enkele jaren staat het thema dat we vandaag gaan aanpakken op de agenda van ‘te behandelen onderwerpen’. De vraag naar een verhouding met de ontwikkelingen in onze maatschappij op dat vlak willen we daarom nu nog eens onder de aandacht brengen en zien hoe die relatie zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld. Iets meer dan tien jaar geleden kaartte het IPB dit thema ook aan en, zo hoorde ik het op de tiende verjaardag van KMS, toen werd er op nationaal vlak, onder stimulans van het IPB, een Kerkwerk Multicultureel Samenleven opgericht, voor degenen die van afkortingen houden: KMS.

Dit KMS heeft zich ondertussen stevig geprofileerd waar het gaat om reflecties, standpunten en acties wat betreft de multiculturele samenleving, interreligieuze dialoog, wetgeving inzake vreemdelingenbeleid, personeelsdiversiteit en enkele maanden geleden ook met de acties van kerkasiel. Zij zijn als het ware binnen de katholieke Kerk een asielruimte die maakt dat onze aandacht voor het thema van de diversiteit niet verslapt en dat we alert blijven voor de ontwikkelingen op dat vlak.
Maar op die tien jaar dat uit de vraag van het IPB, KMS werd opgericht, is veel gebeurd. Ook en vooral maatschappelijk. Misschien wil je het zo graag, maar je kan in de Vlaamse context, in de steden of op het platteland, niet ongevoelig blijven voor de verschillende culturen of de diverse religies en levensbeschouwingen. Weliswaar wordt je er op een andere manier mee geconfronteerd in de (groot-)stad dan in het dorp. Misschien niet zozeer ‘aan den lijve’ maar de media dwingen ons als het ware een standpunt in te nemen, en niet alleen n.a.v. verkiezingen, maar ook n.a.v. voorbeelden van criminaliteit en zinloos geweld. De fouten die bijvoorbeeld gemaakt zijn n.a.v. de mogelijke daders van de moord op Joe Van Holsbeek, en dan de vraag of men nu al dan niet excuses moest aanbieden aan de Turkse of Marokkaanse gemeenschap in ons land, doen iedereen de vraag stellen in welke mate we meegaan met het verdelen van onze samenleving in bevolkingsgroepen en het oordelen over die groepen.

Daarom werd het misschien wel hoog tijd dat het IPB dit thema terug op de agenda plaatste. Dit Forum werd voorbereid door een werkgroep waarin verschillende mensen hun ideeën gaven over wat nu aan de orde kan of moet komen op een IPB-vergadering. En zelfs daar werd al duidelijk dat het werken met verschillen niet evident is. Ieder heeft zijn agenda, zijn interesse, zijn werkvelden te verdedigen, zo lijkt het wel. Maar na twee uren praten en discussiëren hadden we een voorstel en een titel klaar. De titel luidt als volgt: Levensbeschouwelijke ontmoeting: een opdracht voor de Kerk. (al dan niet met uitroepteken, daar waren we nog niet echt uit).

We zijn er namelijk van uitgegaan dat we in het IPB het best vertrekken van onze identiteit. We zitten hier als mensen die op één of andere manier betrokken zijn bij de katholieke kerkgemeenschap in Vlaanderen. Daarom dat we vanuit die katholieke invalshoek willen vertrekken. Hoe staan we als katholieken in de relaties met de ander? Omwille van het maatschappelijke belang van het thema achtte men het noodzakelijk dat de Kerk hierin een stem moet hebben. En daarom wordt interlevensbeschouwelijke dialoog het best een zaak van heel de Kerk, van alle mensen die op de één of andere manier een verantwoordelijkheid dragen of zorg dragen voor de Kerk in Vlaanderen. Het is dus de bedoeling dat het thema van de levensbeschouwelijke diversiteit zichtbaar gemaakt wordt in de verschillende pastorale sectoren. Enkel wanneer de aandacht voor dit thema een breed draagvlak kent, zal het intercultureel en interlevensbeschouwelijk samenleven bevorderd kunnen worden. De verschillende culturen en levensbeschouwingen dienen hiervoor tot meerwaarde gemaakt te worden in de pastorale structuur en in het beleid van christelijke organisaties en instellingen.

Maar we zijn natuurlijk niet de eerste die zien dat er nog werk aan de winkel is. De voorbije decennia werden verschillende initiatieven genomen om te werken aan een samenleving waarin verschillende culturen en recenter ook, verschillende religies, hun plaats hebben en in respect voor elkaars eigenheid een samenwerking tot stand brachten.
Sarai De Graef, die lid is van de voorbereidende werkgroep, maakte hierover vorig jaar een licentiethesis bij Marie-Claire Foblets. Een aantal punten daaruit wil ik hier toch even binnenbrengen, wetend dat ik geen recht doe aan het gedetailleerde werk.

Sarai De Graef onderzocht in literatuur hoe de dialoog tussen christenen en moslims vanaf de helft van de twintigste eeuw gestalte heeft gekregen. Maar het grootste deel van haar thesis is gebaseerd op het veldwerk, op contacten die zij had met mensen die werken aan interreligieuze dialoog, en dan specifiek de dialoog tussen christenen en moslims. Zij kwam tot vier vormen van wat zij noemt relatieopbouw:

1. Interreligieuze dialoog over de geloofsleer
2. Interreligieuze dialoog over maatschappelijke onderwerpen
3. Interreligieuze diapraxis: gebed en meditatie
4. Interreligieuze diapraxis: ontmoeting en samenwerking.

Zij merkt op dat de eerste vorm, de dialoog over de geloofsleer, niet vaak voorkomt in Vlaanderen, en als die gevoerd wordt is dat meestal tussen officiële vertegenwoordigers van de godsdiensten, of met een beperkte kring van gesprekspartners, zoals in het Trialoogmodel.
Ook de dialoog over maatschappelijke onderwerpen komt in Vlaanderen niet veel voor.
In verhouding wordt in Vlaanderen meer geïnvesteerd in de interreligieuze praxis: men zoekt elkaar op in het samen doen van dingen, in de persoonlijke contacten. Interreligieuze gebedswakes en meditaties bijvoorbeeld en ook wel ontmoetingsmomenten naar aanleiding van godsdienstige feesten en maaltijden. De nadruk ligt hier sterk op persoonlijke contacten en op de toegankelijkheid voor iedereen.
Over de onderwerpen die aan bod komen valt op dat de islam meer aan bod komt dan het christendom, en dit, volgens de respondenten van Sarai, omdat in Vlaanderen een ware islamofobie heerst. Naar aanleiding van een kalendergebeuren of een actualiteit wordt dan dieper ingegaan op de situatie. Ook de figuur van Abraham/Ibrahim is een geliefd onderwerp.
Eén van de hindernissen die zij opmerkt, is het publieksbereik van de activiteiten. Sarai sprak ook met niet-deelnemers. Hun motieven waren o.a. tijdgebrek, geen weet hebben van dergelijke activiteiten, gebrek aan kennis over de eigen godsdienst, moeilijkheden binnen de eigen geloofsgemeenschap zijn prioritair of ongeloof in het nut van dergelijke relatie-opbouwende activiteiten. Ook de steeds kleiner wordende interesse in het christendom wordt aangekaart, of enkele onverzoenbare standpunten.
Ondanks dat alles heerst bij de meeste veldwerkers toch een optimisme: er is een sterk geloof in de toekomst van de dialoog en de diapraxis.
En vooral die praxis is belangrijk omdat die een context kan scheppen waarbinnen gesprek en dialoog mogelijk worden. Het samen werken aan vrede en gerechtigheid in de samenleving is een grondhouding in elke geloofsovertuiging.

En in dat optimisme willen we het IPB-proces kaderen. Sarai stelde vooral vast dat een positieve evolutie maar mogelijk is als het publiek verbreed wordt. En dat er tijd voor wordt vrijgemaakt en dat mensen zich dagelijks en vol hoop blijven inzetten.

We beginnen er dus aan, vol hoop en goede moed. En de angst laten we hier zo ver mogelijk achter ons, ondanks het negatieve klimaat waarin de grote wereld en de berichtgeving in de media verkeert. Angst is in deze nooit een goede raadgever. Er is in die tien jaren een bedding gegroeid van uitwisseling. Het is niet meer zo dat we de anderen willen wijzen op tekorten (bv wat betreft vrouwen, opvoeding of moderniteit). Nu is er echt een interesse gegroeid waarbij we willen leren van elkaar. Hoe je bijvoorbeeld nog kinderen gelovig opvoedt, en die interesse komt voort uit een armoede in de westerse wereld daaromtrent. Het is in die alledaagse realiteit dat gesprekken en een diapraxis kunnen ontstaan.

Vandaag concentreren we ons op wie we zelf zijn en waar we ergens staan in de interlevensbeschouwelijke ontmoeting. We kozen voor de term interlevensbeschouwelijk omwille van twee redenen. Ten eerste is levensbeschouwing ruimer dan enkel een religie, we wilden ook de ontmoeting met bijvoorbeeld vrijzinnigen of onverschillig geworden mensen niet aan de kant zetten. En ten tweede voor het voorvoegsel ‘inter’ i.p.v. ‘multi’ omdat dat meer dynamisch en procesmatig is.
En we kozen voor het woord ontmoeting omdat dit zowel de dialoog als de diapraxis wil vatten.
En beide thema’s komen vandaag aan bod.
We hebben al een meditatief moment gehad, waarvoor dank, Geert Dedecker.
De rest van deze voormiddag wordt gevuld door twee inleiders die hun deskundigheid en kennis terzake met ons willen delen. Ik stel ze kort voor.

Emilio Platti: Het evangelie en de kerkelijke traditie als leidraad voor de levensbeschouwelijke ontmoeting.
Professor aan de KULeuven, zit de helft van het jaar in Caïro en is dé islamspecialist in Vlaanderen en misschien wel ver daarbuiten. Enkele jaren geleden won hij de prijs van het religieuze boek met zijn boek: De islam, van nature een vijand?

Dan nemen we een pauze. En we hebben er meteen een koffiestop van gemaakt. Dit is een actie waarmee Broederlijk Delen hun campagne in de kijker wil zetten en wil wijzen op het feit dat Afrika ook talenten heeft. Dit om de draad met mensen ver weg niet te verliezen. Er is kans om een bijdrage te steken in de bus/doos die daar zal staan en er zijn voor de laatkomers nog enkele vastenkalenders en ook nog enkele boeken te koop van Broederlijk Delen.

Na de pauze geven we dan het woord aan Staf Hellemans, een godsdienstsocioloog (een zeldzame soort) uit het Mechelse die verbonden is aan de Katholieke Theologische Universiteit van Utrecht en aan de KULeuven.
‘De katholieken en de levensbeschouwelijke ontmoeting: een sociologische studie’ is zijn thema voor vandaag.

Deze namiddag gaan we dan op zoek naar praktijkvoorbeelden. Vier domeinen hebben we uitgezocht met het Bureau en we hebben mensen gevonden die deze werkwinkels willen begeleiden.

1.   De Loodsen (stadspastoraal Antwerpen), door Bart de Bakker
2.   Meditatie als een weg voor ontmoeting, door Staf Feyaerts
3.   KAV Kleur-rijk in Antwerpen, door Cil Van Ostaeyen
4.   Voor de klas, door Linda Housen

Ook hen wil ik nu al bedanken voor de bereidwillige medewerking.

We hopen op een boeiende dag als begin van een proces van verschillende stappen. De vraag die ons daarbij de hele tijd zal begeleiden klinkt: Wat is de pastorale rol van de katholieke Kerk in de levensbeschouwelijke diversiteit? Laat die vraag maar voortdurend meeklinken en ik ben ervan overtuigd dat we een boeiend proces zullen gaan.