Getuigenissen

Zaterdag 2 december 2006 kwam de algemene vergadering van het IPB bijeen. Tijdens een eerdere bijeenkomst werd het thema van de volwassenencatechese aangesneden.

         

 
Uit de reacties kwam toen vooral de vraag naar boven om de complexiteit en de verscheidenheid van de verschillende realiteiten die mensen tegenkomen in hun pastorale activiteiten mee op te nemen in het gesprek. Om aan die vraag tegemoet te komen werden zaterdag vier domeinen binnengebracht waar het niet evident is om het geloofsgesprek aan te gaan: de gevangenis, het ziekenhuis, een sociale beweging in Brussel en het gesprek met de vrijzinnigheid. Vier getuigen legden uit in welke realiteit zij werken en welke grondhouding een opening biedt om ook het geloof ter sprake te brengen.

Malou Eelen getuigde over het pastorale werk in de gevangenis en de gesloten instelling van Merksplas. Zij maakte duidelijk dat de gevangenis een ‘andere wereld’ is met de meest primitieve overlevingsstrategieën. Ze wordt geconfronteerd met mensen bij wie de grens tussen goed en kwaad vervaagd is. Voor haar is het luisteren naar verhalen van fundamenteel belang. Elke vraag die zij krijgt is een vraag om aandacht voor het hele verhaal van de mens en om liefde. Een boodschap van medemenselijkheid en vertrouwen vindt zij dan ook onontbeerlijk binnen de gevangenismuren.

Filip Zutterman bracht de ontwikkelingen in een ziekenhuis ter sprake. De enorme stijging van het aantal opnamen per jaar wijst op een veel kortere verblijfsduur in de kliniek die soms zelfs maar enkele uren in beslag neemt. Die evolutie vraagt een aanpassing van de pastorale aanwezigheid.

Voor hem is een geïntegreerde pastoraal een basisgegeven: zichtbaarheid van de pastoraal binnen het geheel van de zorg. Zijn uitgangspunt hierbij is het gezonden zijn. Pastoraal is geen sociale bezigheid, maar past eerder in een triadisch model: een derde is steeds aanwezig en maakt zowel de pastor als de zieke mens tot ontvanger. Ook het professionele aspect van de pastor wordt onderstreept. Luisteren wordt een handelen om tot woorden te komen, in situaties die doen denken aan ballingschap en vernedering.

Pol Arnauts vertrekt vanuit het trio ‘zien-horen-handelen’ in zijn engagement in de sociale beweging. In dergelijke bewegingen wordt niet alleen het sociale weefsel uitgebouwd, maar wordt de werking ook voortdurend getoetst aan evangelische waarden. Hij noemde enkele mogelijkheden waarbij dit zeker aan de orde kan komen. Verlieservaringen zijn momenten waarop mensen het sociale weefsel meer dan ooit nodig hebben. De actualiteit van de gemeente of samenleving binnenbrengen in gesprekken en van daaruit verder vragen wat dat betekent voor mensen. Hij riep ook op tot voldoende humor en creativiteit.

Marc Butaye bracht het verhaal van de geïnstitutionaliseerde dialoog met de vrijzinnigheid. Hierin bleek de bijbel als wezenlijk onderdeel van de cultuur, en dus universeel toegankelijk, een goed uitgangspunt om het gesprek aan te vatten. Hij onderstreepte het belang van de geloofwaardigheid in dergelijk gesprek. Als start is het van belang om de logica en de basisdynamiek van de andere te ontdekken en om van daaruit klaarheid te scheppen in de verschillen die er zijn. Ook in het gesprek met de islam bleek dit het beste uitgangspunt: elkaar respecteren in het verschil en niet vertrekken van een gemeenschappelijke grond. Als katholieken is het daarbij goed om steeds het bestaansrecht van het dubbele spreken te accepteren: de kerkelijke leer én het persoonlijke geweten moeten in het gesprek binnengebracht worden.

Na de vier inleidingen gingen de deelnemers in vier werkgroepen waar het gesprek verder werd gevoerd.