Slotbeschouwing – Didier Vanderslycke

Hoe kijkt de Kerk naar de levensbeschouwelijke ontmoeting?

In tegenstelling tot de aankondiging begin ik niet met een overzicht van de kerkelijke documenten die over deze thematiek iets zeggen. Beter is om een samenvattend document voor te bereiden dat inzicht geeft in de documenten.

Een belangrijke kwestie die we moeten bestuderen vanuit de kerkelijke kaderdocumenten is de kwestie van de wederkerigheid d.w.z. de aandacht die men besteedt in de kerkelijke documenten om stappen te zetten naar contact en dialoog, waarbij men redelijkerwijze op een wederkerig gebaar mag rekenen. Dit moet op het volgende Forum voldoende plaats krijgen, want ook binnen de Belgische kerksituatie zijn hieromtrent verschillende gevoeligheden.
Bv. de tekst uit de Instructie van de Pauselijke Raad ‘Erga Migrantes Caritas Christi’ van mei 2004. Een tekst die gaat over de relatie met de immigrant, waaronder ook de moslimimmigrant.
Nr. 64. ‘Tenslotte in relaties tussen christenen en aanhangers van andere godsdiensten is het principe van de wederkerigheid heel belangrijk. Het gaat hier niet om een puur opeisen van rechten, maar om een relatie die gebaseerd is op wederzijds respect en rechtvaardigheid in juridische en godsdienstige zaken. Wederkerigheid is ook een zaak van het hart en de geest zodat men samen kan leven en in het bezit zijn van diezelfde rechten en plichten. Een gezonde wederkerigheid zet iedereen aan om de ‘advocaat’ te zijn van de rechten van minderheden daar waar zijn eigen religieuze gemeenschap in de meerderheid is. Men denkt hier aan de vele christelijke migranten die in een land wonen waar de meerderheid van de bevolking niet christelijk is en waar het recht op godsdienstvrijheid sterk beperkt of geschonden wordt.’
Het zou goed zijn om deze tekst mee te nemen in onze documenten van het volgende Forum. Er valt veel over te zeggen. Het is een bepaalde interpretatie van de wederkerigheidsgedachte die men ook in andere teksten terugvindt.

Een tweede aandachtspunt (in dezelfde Instructie) dat ik in onze pastorale verwerking belangrijk vind, is de discussie over het omgaan met onze heilige plaatsen. Het gaat over ten eerste: wat organiseren wij in katholieke kerken omtrent interreligieuze ontmoeting? Kan dat en hoe moet dit gebeuren? Ten tweede: hoe gaat men interreligieus samen bidden of vieren? Ten derde: waarvoor kunnen onze kerken gebruikt worden als het gaat over de bescherming van de rechten van bepaalde minderheden of zwakke groepen die ook moslim of boeddhist zijn. Kunnen onze kerken gebruikt worden voor kerkasiel? Ten slotte: wat doen wij met het laten gebruiken van onze kerkinfrastructuur door andere geloofsovertuigingen? Er is een enorme discrepantie tussen de infrastructuur die bv. voor de moslimgemeenschap beschikbaar is en het lege kerkbestand van de katholieke kerkgemeenschap.
Het is goed om hierover preventief van gedachten te wisselen.

Een derde pakket teksten vindt men rond de relatievorming tussen christenen en niet-christenen nl. islamitische partners in huwelijksverband. Een adviesgroep aan de bisschoppen is bezig hier rond een tekst te maken. Ook dat vraagt pastorale reflectie. Niet alleen als het gaat over een burgerlijk huwelijk of een relatie met een moslim, maar ook met andere geloofsovertuigingen. Wat is onze pastorale competentie? Welke competenties bouwen wij uit om christenen daarin nabij te zijn in de toekomst? Hoe gaan wij om met de begeleiding? Wat is ons aanbod? Hoe moeten we dat, naast de inhoud, vorm geven?

Tenslotte zijn er teksten i.v.m. het katholiek onderwijs, waarrond eveneens een hele reeks pastorale vragen zijn die men best ook op het volgende Forum een plaats geeft.

In het kader van deze Forumdag en vanuit het korte verslag van de werkgroepen kunnen we al een eerste handreiking vinden voor een pastorale benadering. Een aantal aandachtspunten, mogelijkheden en suggesties die we mogen vasthouden zijn de volgende:

  1. Vrees niet!’ is een belangrijk woord uit de Blijde boodschap om mee te nemen in onze pastorale reflectie over dit onderwerp. Tijdens dit Forum hebben we op bepaalde momenten angstklanken vastgesteld als het gaat om interlevensbeschouwelijke ontmoeting en dialoog. Het is goed om dat uit te spreken. Beter te onderzoeken waar het mee te maken heeft. Maar ook een slechte raadgever als die angst rond dit onderwerp blijft zweven.
  2. Zeker als we de stap zetten naar pastorale aanbevelingen, is het nodig om helder te verwoorden wat onze intenties, motivaties, bedoelingen zijn als wij als katholieke Kerk willen gaan investeren in levensbeschouwelijke ontmoeting. Niets is zo lastig als verborgen agenda’s in deze.
  3. We moeten beseffen vanuit welke beeldvorming we de ontmoeting met de anderen aangaan. Soms speelt een vertekend historisch perspectief zo sterk door, dat het ook lokale relatieopbouw met iemand van een andere overtuiging in de weg komt staan.
  4. Niemand heeft tijdens deze Forumdag beweerd dat we van deze kwestie geen echt werkpunt moeten maken. Sommigen zagen er een uitstekend middel in om de onverschilligheid in eigen rangen aan te pakken, anderen een goede methode om de verdraagzaamheid te bevorderen. Alleszins vindt men dit een thema voor de bovenste regionen van de pastorale agenda.
  5. Het thema roept voor nogal wat mensen grote vragen op:
    • Hoe kunnen we missionair kerk-zijn zonder imponerend te zijn voor de andere levensbeschouwingen?
    • Er wordt vaak beweerd dat er een soort wederkerigheid moet zijn van ‘de anderen’ om zichzelf helemaal te geven in de ontmoeting. Is dat wel een evangelische houding?
    • In de gezinsbegeleiding staan we voor de vraag welke religieuze opvoeding mogelijk is? Een mono – religieuze (we maken een keuze voor één van de twee) of een meervoudige?
    • Interlevensbeschouwelijke dialoog kan nooit VAN iemand zijn. Welke begeleiding en stimulans mogen we dan aanbieden?
    • Op welke terreinen kunnen we best in samen-werking stappen?

Vanuit het pastorale drieluik vieren/verkondigen/dienstbaarheid zijn een aantal suggesties gedaan die deel zouden kunnen uitmaken van een reeks pastorale aanbevelingen.

VIEREN 

  • Vormen van samen bidden en vieren verdienen experiment en evaluatie.
  • Het is nodig voor multireligieuze gezinnen na te gaan hoe we in de toekomst omgaan met ons sacramenteel en liturgische aanbod (dopen, huwen,… bijv.). Hoe kunnen we daar in de voorbereiding en uitwerking op inspelen.
  • Wie wil vieren heeft daartoe een ‘plek’ nodig in de samenleving. De katholieke Kerk beschikt veel ‘religieuze ruimte’ in de samenleving. Andere groepen komen soms nog samen in garages en winkelpanden. We hebben nood aan een visie op de verdere ontwikkeling van meer gelijkwaardigheid in deze.

VERKONDIGEN 

  • Het is noodzakelijk een taal te vinden waarmee we onze identiteit kunnen verduidelijken zonder aanstoot te geven.
  • Interlevensbeschouwelijk leven vraagt een spiritualiteit. We moeten die ontwikkelen en bereikbaar maken tot op het lokale niveau en bij pastorale verantwoordelijken.
  • We hebben een verantwoordelijkheid om de vertekende en negatieve beelden over de anderen (bijv. moslims) bij te stellen / de kennis vergroten / de schrik bespreekbaar maken…
  • We kunnen ook werken aan argumenten vanuit de Blijde Boodschap om onze verantwoordelijk in deze interlevensbeschouwelijke dynamiek te verduidelijken.

DIENSTBAARHEID 

  • Met de vertegenwoordigers van andere levensbeschouwingen zijn we geroepen om samen op te komen tegen mensonwaardige kwesties (lokaal en bovenlokaal) waar het kan.
  • We kunnen onze verantwoordelijkheid opnemen als katholieke gemeenschap om niet alleen goed onderwijs aan te bieden, maar met dat onderwijs ook een voorbeeld te zijn voor de samenleving als het gaat over interlevensbeschouwelijke ontmoeting en wisselwerking.
  • We kunnen samen met anderen vragen dat de overheid/de staat de spirituele en vredelievende kracht van de levensbeschouwingen niet onderschat maar een echte plaats geeft in de samenleving. We kunnen samen opkomen tegen de privatisering van de godsdienst/levensbeschouwing.

 

Forum 2 juni 2007