Inleiding Carine Devogelaere


Ver-antwoord-elijk

En zo komen we bij onze derde motor: onze ver-antwoord-elijkheid. Als christenen kiezen we voor een spiritualiteit die niet vertrekt uit overheersing en macht maar uit verbondenheid en ver-antwoord-elijkheid. Dit houdt in dat we antwoord willen geven aan het appèl dat uitgaat van een ander en van de Ander.
Hiermee bouwen we in dat we het niet helemaal alleen en uit onszelf moeten doen. De toekomst is tegelijk door ons te maken en te ontvangen.
Door ons te maken betekent dat we eraan moeten werken. Motor van onze inzet zal hopelijk niet enkel de angst zijn om de catastrofen die ons zullen overkomen als we nu niet onmiddellijk iets gaan doen aan het behoud van de schepping, al is het wel 5 voor 12. Want dan drukt de verantwoordelijkheid loodzwaar. We zullen in onze ecologische zorg de economische logica moeten loslaten om verder te gaan op ongebaande wegen.
Toekomst is ook te ontvangen als iets wat naar ons toe-komt. God heeft niet enkel in een ver verleden geschapen, Hij blijft scheppend bezig en vertrouwt ons die schepping en zijn scheppingscreativiteit toe. Hij houdt ons ook een visoen voor, of dat nu in de woorden van de openbaring van Johannes is met het beeld van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde of in de doorbraak van het Rijk Gods met Jezus Christus. Zo’n visioen werkt aantrekkelijk en zet in beweging. Het toont ons wat we zelf niet voor mogelijk houden omwille van onze beperkte fantasie.
In zijn encycliek over de hoop zegt paus Benedictus onrechtstreeks iets over dat visioen. President Sarcozy haalde deze passage ook aan in zijn toespraak in december in Rome.
‘Het wordt duidelijk dat er behoefte is aan hoop die verder reikt, dat alleen iets oneindigs de mens kan vervullen, iets dat altijd meer zal zijn dan wat hij ooit bereiken kan. (…) Als we niet kunnen hopen op meer dan op datgene wat op ieder moment bereikbaar is en op datgene wat de heersende politieke en economische machten ons aan hoop bieden, zal ons leven spoedig zonder hoop zijn.’ En Sarcozy voegt er deze uitspraak van Heraclites aan toe: Als je niet hoopt wat niet te hopen valt, dan zal je het nooit kennen. (Si l’on n’espère pas l’inespérable, et bien, on ne le connaîtra pas.)

Eco-efficiëntie en sufficiëntie

Met onze menselijke creativiteit zijn we in staat om heel veel ‘technische’ verbeteringen aan te brengen in onze systemen en zo ook milieuvriendelijker te leven. De meeste dingen die we zelf doen voor het milieu kunnen we zien als ecologischer handelen. Op dit vlak is nog veel werk weggelegd voor ingenieurs en anderen die zowel in het gebruik van grondstoffen als in het productieproces als in de afvalverwerking nog veel kunnen verbeteren. Op termijn zullen we dan meer en meer van een lineair proces kunnen overschakelen naar circulaire processen waarbij we minder verlies hebben door afval en meer recycleren. Met een geleerde term noem ik dit eco-efficiëntie, ecologisch zo efficiënt mogelijk handelen.
Maar dat is niet genoeg. Want dan hebben we zoveel van de aarde nodig dat er minstens 6 aardbollen bij moeten komen. Zelfs als we zuiniger auto’s hebben en dus minder schadelijker rijden, dan nog zal de toename in aantal auto’s al heel snel die besparing teniet doen. Dus is er meer nodig. De verbondenheid of solidariteit met onze medemensen en met de hele schepping vraagt ons dat we ons beperken, dat we bereid zijn om het woordje ‘genoeg’ op te nemen in onze dagelijkse woordenschat. Een ethiek van verbondenheid vraagt van ons de deugd van de bescheidenheid en de beperking omwille van de ander. Ik heb me vorige week laten vertellen door een ethicus dat de christelijke deugden in opmars zijn. Dat het begrip deugd niet meer oubollig klinkt. Maar wie deugd zegt, zegt ook oefenen. Waarschijnlijk zaler nog veel getraind moeten worden. Want wie kent het begrip vrijwillige beperking nog uit eigen ervaring? Minder eten opdat er genoeg zou zijn voor de anderen aan tafel? Minder warm water gebruiken opdat de volgende ook nog onder de douche kan? Minder uitgeven aan iets om te sparen voor iets anders? Bij de studenten rond mij zie ik dat soms nog. Bij moeders ook. Maar hoe zit dat bij ons? En dan had ik het in deze voorbeelden enkel over zaken die ik kan doen voor mezelf of voor de huisgenoten. En over dingen die in geld gemeten worden en dus zichtbaar zijn. Hoe zullen we dit doen voor vreemden? En voor de onzichtbare dingen zoals minder uitlaatgassen of schadelijke producten? Vrijwillige beperking is een opgave die heel veel verschillende terreinen van het leven raakt. Misschien kunnen we elkaar oproepen en aanmoedigen om er zelf enkele stappen in te zetten. Op gebaande of ongebaande wegen. En dan is de vasten een uitgelezen tijd om daar bij stil te staan.
Hoe zullen we zelf een nieuwe levensstijl van tevredenheid en ‘genoeg’ beleven? En daarbij aansluitend een tweede vraag die even belangrijk is: hoe zullen we deze boodschap verkondigen als een weg naar een betere toekomst?

Forum 1 maart 2008


[1] Peter Tom Jones en Roger Jacobs, TERRA INCOGNITA, Globalisering, ecologie en rechtvaardige duurzaamheid. Academia Press, 2006, hoofdstuk 11: Pleidooi voor een ethiek van verbondenheid. p.567-596

[2] Enkele gedachten zijn ontleend aan : M. Elsbernd en R. Bieringer, Interpreting the Signs of the Times in the Light of the Gospel, verschenen in Scrutinizing the Signs of the Times in the Light of the Gospel, Bibliotheca Ephemeridum Theologicarum Lovaniensium CCVIII, Leuven 2007, p.43-97