Inleiding Stijn Van den Bossche

Forum 7 maart 2009 – Geloofscommunicatie: een opdracht van de geloofsgemeenschap – Stijn Van den Bossche, algemeen secretaris van de Interdiocesane Commissie Catechese

forum_7_maart_2009_stijn_van_den_bossche

Vooraf. De term ‘geloofscommunicatie’ wordt in kerkelijke documenten nauwelijks gebruikt en ik vind er dan ook geen definitie voor terug. Hierna spreek ik als ongeveer synoniem vooral over ‘catechese’. [1]Maar ik versta dat begrip veel ruimer dan enkel maar het aanreiken van de geloofsleer of catechismus (zoals bij ons de bijklank ervan is). Werkomschrijving van catechese is ‘alles wat bijdraagt om de ontmoeting met Jezus Christus in de kerkgemeenschap mogelijk te maken en te begunstigen’, ik meen ongeveer wat met ‘geloofscommunicatie’ wordt bedoeld.

Zie ook de contextuele situering van catechese van de Franse bisschoppen: “Het woord catechese heeft alle soorten evoluties ondergaan in de loop der eeuwen, in functie van de gesitueerdheid van de Kerk in de samenleving, van culturele veranderingen of van de geschiedenis zelf van de Kerk. Gevolg gevend aan de universele normen waarvan hij de toepassing is voor Frankrijk, en omdat de vernieuwing van de catechese in ons land niet los kan worden gezien van een vernieuwing van de christelijke gemeenschappen, benadrukt de voorliggende Texte national pour l’orientation de la catéchèse en France bijzonder de kerkelijke dimensie van het catechetisch handelen.”[2]

1. De grond van het hele transformatieproces dat we doormaken: fiunt, non nascuntur christiani

– De openingszin van VG, ‘grondwet’ voor onze pastoraal voor nog minstens een decennium.

– Wij hebben al min of meer geaccepteerd dat we niet als christen geboren worden (linker kolom). We hebben het veel moeilijker met christen worden (rechter kolom): peilen wat dat betekent, klaar staan en ons toerusten om er op te antwoorden.

christen door geboorte

christen door bekering

 

 

Volkskerk

Missionaire kerk[3]

Socialisatie in christenheid (inclusief

godsdienstles op school)

Initiatie in christelijk geloof[4]

Geloof door vanzelfsprekende overdracht

Geloof door persoonlijke ‘keuze’[5]

Catechese als lering/lesjes

Catechese als initiatie in geloof en Kerk

Initiatiesacramenten volgens leeftijd

Initiatiesacramenten volgens ingroei

Sacramenten ‘onmiddellijk'(halve uitz: vormsel[6])

Sacramenten na verkondiging/op weg gaan[7]

Catechese voor kinderen

Catechese voor allen

Zuigelingendoop

Catechumenaat voor of na het doopsel

Kerkgemeenschap (territoriaal)

Kerkgemeenschap (eucharistisch)

 

2. Als we ons blijven vastklampen aan ‘oude’ model van geloofscommunicatie…
(Hier ga ik niet lang op in, enkel een alarmlichtje dat we iets moeten doen)

Een beetje scherp geformuleerd illustreert onderstaand voorbeeld wat ons aan het overkomen is (uit andere tekst):

De overbevraagde en pastoraal zoekende priesters concentreren zich op hun liturgische taken en geven eerder hun verkondigende taken door (zelfs ook de homilie), hoewel deze in een missionair kerktype net veel belangrijker worden. Catechisten worden bovendien blijkbaar steeds moeilijker gevonden en hun ‘niveau’ daalt qua persoonlijk geloof, kerkbetrokkenheid, en vorming (in die volgorde: sleutelen aan vorming helpt niet als de vorige twee ontbreken…). Op een aantal plaatsen dreigt de figuur te ontstaan dat nauwelijks geloofsbewuste ouders bv. in het jaar waarin hun eigen kind gevormd wordt, bereid zijn ‘op weg te gaan’ met een groepje nauwelijks geloofsbewuste vormelingen. Dat resulteert in een op zich zinnig en edelmoedig ‘een stukje weg afleggen’ met de jongeren, maar waarin de christelijke dimensie volledig vervaagt, terwijl die weg wel wordt afgerond met een sacrament. Daartegenover een citaat van E. Bianchi, dat niet minder relevant is omdat het zo ver van de praktijk staat: “De authentieke boodschapper, de evangeliserende figuur, is een getuige. Welnu, zonder de existentieel betrokkenheid, die van degene die luistert naar het Woord een getuige maakt die zelf ten volle in bezit genomen is door de kracht van het Woord, is de activiteit van het preken en de catechese gedoemd vruchteloos te blijven. De heilige Augustinus waarschuwde reeds: “wie niet van binnenuit het Woord van God beluistert, wordt een vergeefse prediker van het Woord naar buiten toe.” De geloofwaardigheid van de verkondiging verloopt dus langs deze persoonlijke implicatie die maakt dat wat de catechist verkondigt, tegelijk datgene is waarvan hij leeft.”

3. In een ‘christen worden door bekering’ wordt de nieuwe en tweede socialisatie de kerkgemeenschap zelf als milieu van de initiatie: de kerkgemeenschap is de eerste catechese

Kerkervaring is eerste catechese
– “De christelijke gemeenschap is in zichzelf een levende catechese. Gevolg gevend aan wat ze is, verkondigt ze, viert ze, handelt ze en blijft steeds de vitale, onontbeerlijke en eerste plaats van de catechese.” (ADC 141)

Pragmatisch: hoe minder structuren, hoe meer het leven zelf zal overblijven
– Met minder structuren, zal vooral het reële leven zelf van de Kerk overblijven, waarin je catechetisch kan uitnodigen. Omgekeerd: catechese is niet iets naast onze pastoraal, maar een kleur van het pastoraal leven van de Kerk. Ze moet van een zelfstandig naamwoord veel meer een bijvoeglijk naamwoord worden. Zo wordt ze in twee-eenheid met de liturgie tot initiatie in de kerkgemeenschap, gekaderd in een bredere kennismaking met het leven van de kerkgemeenschap zelf (met name ook het gemeenschapsleven en de diaconie). “Elke christelijke gemeenschap, en vooral de parochie, “draagt het evangelie (uit)” door zich in te spannen om de gelovigen te verzamelen, door al haar leden uit te nodigen hun bestaan bloot te stellen aan de kracht tot verandering van het Evangelie, door bij haar leden aan te dringen dat zij in gesprek treden met de mensen in hun omgeving en verantwoording afleggen over hun geloof, door de liturgie te vieren.”[8]

Initiatie komt tot stand in kerkervaring
– R. Bieringer: “Dit betekent in de eerste plaats dat het doopsel en de christelijke initiatie een persoonlijke ontmoeting bevat met de persoon Jezus Christus via de gemeenschap die zich begrijpt als het lichaam van Christus. Dit gebeurt door het volgen van een weg, het binnentreden in een christelijke manier van leven. In de christelijke initiatie staat daarom de persoon van Jezus Christus en de kerkgemeenschap centraal, niet een boek (noch de Bijbel, noch de Katechismus, noch gelijk welk handboek of map).” (Nog te publiceren tekst, gebracht in Chimay.)

Catechese heeft het ‘bad’ van het kerkelijk leven nodig
– “Als de evangeliserende dynamiek van de Kerk gegrondvest is op de missionnaire gemeenschap, heeft het catechetische handelen, om uitgeoefend te kunnen worden, nood aan wat men zou kunnen noemen een “bad” van kerkelijk leven. Deze uitdrukking – die niet beperkt mag worden tot enkel maar een sociologische connotatie – verwijst naar de doopsymboliek en naar de vitale plaats die de Kerk van Christus is voor elke catechese, in de eenheid van haar leden en haar gemeenschappen.”[9]

In synthese
– Of zoals Volwassen worden in geloof het stelt: “Je wordt geen christen louter en alleen door een leer te aanvaarden. Je wordt het door leerling van Jezus te worden en aan te sluiten bij zijn gemeenschap. Een gemeenschap die daarom nieuw en anders is, omdat ze het leven met Jezus deelt.” (nr. 14)

Een casus: de initiërende kracht van de bediening van een sacrament
“Ik herinner mij het doopsel van die jongere van twaalf jaar, dat we vierden in een Romaans kerkje in het zuiden van de Charente, in een mis waarin andere kinderen hun geloofsbelijdenis uitspraken, terwijl nog anderen voor het eerst het Lichaam van Christus ontvingen. Het was op een zondag in juni. De kerk was gevuld met gezinnen en vooral met jonge koppels, de ouders van deze kinderen.
Toen deze jongere van twaalf jaar zich naar voor het altaar begaf om gedoopt te worden, begreep ik al vlug dat zij deze sacramentele handeling heel belangrijk vond. En toen ik met haar de dialoog van het geloof aanging (“Wil jij vechten tegen het kwaad?” “Geloof je in God de Vader, de Zoon en de heilige Geest?”), was ik getuige van de stevigheid en de diepgang van een engagement, opgenomen door een kind, maar dat heel groot was voor haar leeftijd.
Zij was het die zelf binnenging in het mysterie van God, en zo ook ons meenam naar Hem toe, de Vader in de hemel. Haar spreken weerklonk luid in de kerk en iedereen verstond haar. En ik kon me er niet van weerhouden naar de ouders van dit kind te kijken die gescheiden waren: langs de ene kant, haar moeder, een heel kleine gestalte, met naast haar haar oudste zoon die met een intense aandacht keek en luisterde. En langs de andere kant haar vader, met naast zich zijn nieuwe vriendin, en zij was het die het kind ervan had overtuigd het doopsel te vragen… Alsof God altijd de vrijheid had om langs onvoorziene en menselijk moeilijke wegen zich een weg te banen …
Ik ben niet zeker dat onze parochiegemeenschappen altijd verstaan hoe zeer de sacramentele handelingen, en vooral de sacramenten van de christelijke initiatie, onder ons de vitale kracht tot vernieuwing manifesteren die voortvloeit uit het mysterie van Christus. Des te meer omdat naast dit kind dat het doopsel ontving, de andere kinderen stonden die geroepen waren om het gebeuren van hun geloofsbelijdenis en eerste communie door te maken. En ook zij waren bijzonder aandachtig aanwezig…
Mijn zorg als bisschop, bij het beoefenen van de pastorale waakzaamheid in dienst van heel het volk Gods, betreft niet in de eerste plaats de evangelisatie van de jonge generaties. Ik blijf overtuigd dat er in die generaties een reële en zelfs diepe spirituele verwachting leeft. Maar ik sta meer perplex over de geestesstaat van veel “gewone” katholieken die deze spirituele verwachtingen niet peilen en niet toegerust en klaar zijn om er op te antwoorden.”
(mgr. Claude Dagens, Méditation sur l’église catholique en France: libre et présente, Le Cerf, Paris, 2008, p.123-124, mijn vertaling)

Opmerkingen bij citaat:

1. Het gaat niet om ‘sociologische’ D, EC, geloofsbelijdenis (had ook vormsel kunnen zijn). Er speelt een element van vrijwilligheid mee. Dat element is bereikt, niet door een verstrenging, maar veeleer door i.p.v. de sacramenten bij de jongeren te laten aankloppen ook als ze daar àls sacrament eigenlijk niet welkom zijn, mensen (en hier: kinderen, geruggesteund door hun families) bij de sacramenten te laten aankloppen en hen te verwelkomen. En deze mensen/kinderen kloppen aan omdat ze op een of andere wijze en doorheen familie, vrienden, de kerkgemeenschap, door God zelf “geroepen” zijn. Jezus is hier de gastheer, niet de gast. Er is uitnodigende verkondiging vooraf gegaan aan de sacramenten.

2. Het gebeuren zelf van de initiatiesacramenten initieert of communiceert het geloof: “Ik ben niet zeker dat onze parochiegemeenschappen altijd verstaan hoe zeer de sacramentele handelingen, en vooral de sacramenten van de christelijke initiatie, onder ons de vitale kracht tot vernieuwing manifesteren die voortvloeit uit het mysterie van Christus.”

3. De jongere neemt ons ‘gewone katholieken’ mee naar het Mysterie.

4. God vindt zo zijn wegen om te initiëren; ook de ‘nouvelle compagne’, mét haar (hier niet beoordeelde!) eventuele zondigheid, kan degene zijn die heeft gezegd: “Daar is het lam van God.” (Joh 1, 36; het eigenlijke begin van het bekende ‘Kom en zie’).

5. De zorg is niet in de eerste plaats de evangelisatie van de jongerengeneraties, waarin een reële en zelfs diepe spirituele verwachting leeft. Die zorg is er dus ook wel, maar lijkt niet de moeilijkste kant van de geloofscommunicatie. (Lees: het is niet omdat de sociologische geloofscommunicatie stokt dat niemand meer geroepen wordt…). De grootste zorg is: zijn de gewone katholieken klaar om deze verwachtingen te peilen en er op te antwoorden…

Bart Benats zegt het zo:
“Alleen daar waar de plaatselijke kerkgemeenschap (parochie of ander, groter verband) leeft en zich openstelt voor mensen die op weg willen gaan, ontstaat een ruimte van Godservaring. Alleen daar gebeurt het dat mensen zich een evangelische levensstijl kunnen eigen maken en iets beleven van de grote familie die tot stand komt vanuit het samen broers en zussen zijn waarvan God Vader is. Wanneer mensen onthaald worden en zich welkom voelen, kan het hart opengaan voor Gods liefde die ons nabij is. We moeten ons, denk ik, bewust zijn van het feit dat Jezus zelf in ons midden degene is die het hart van mensen maar echt kan raken.”[10]

– Hoewel de eerste kerkgemeenschap die subject van de catechese is, wel de parochie is, kunnen het ook andere vormen van kerkgemeenschap zijn: de school, het gezin, een groep christenen in een ruimere context… (zie ook in punt 5)

4. Over catechese binnen de kerkgemeenschap die zelf reeds de eerste catechese is

Na ‘de gemeenschap is catechese’ over ‘de gemeenschap als bedding voor catechetisch handelen’.

“De catechetische pedagogie is slechts doeltreffend in zoverre de christelijke gemeenschap het concrete referentiepunt en voorbeeld wordt voor ieders individuele geloofsgang. Dat gebeurt als de gemeenschap zich manifesteert als bron, plaats en eindpunt van de catechese. Dan wordt ze in concreto de plaats waar het gelovig getuigenis zichtbaar wordt. Ze zorgt voor de vorming van haar leden, neemt hen op als waarachtige familie van God, en wordt zo voorgoed tot het vitale milieu waarin het geloof kan gedijen.” (ADC 158)

220.     Catechese is een verantwoordelijkheid van heel de christelijke gemeenschap. De christelijke initiatie immers “moet niet alleen door catecheten of priesters, maar door heel de gemeenschap van de gelovigen worden verzorgd”. 654 Ook de voortgaande geloofsvorming en -opvoeding is een zaak van de gehele gemeenschap. Vandaar dat de catechese een vormende activiteit is die ieder lid van de gemeenschap verricht op grond van de eigen verantwoordelijkheid die hij of zij heeft binnen de gemeenschap. De vele onderlinge betrekkingen daarin zullen de catechumenen en catechisanten helpen opgenomen te worden in, en actief deel te nemen aan het leven van de gemeenschap.

De christelijke gemeenschap moet het verloop van de catechetische processen blijven volgen, of het nu gaat om de kinderen, de jongeren of de volwassenen, en dat beschouwen als iets waarbij ze betrokken is en dat haar rechtstreeks aangaat. 655 Het is ook de gemeenschap die, als het catechetisch proces is afgelopen, hen opneemt in een hartelijk milieu “waarin ze het geleerde zo volledig mogelijk kunnen beleven”. (ADC 220)

Marc Peersman concretiseerde dit tijdens de studiedag catechese als volgt: “De uitdaging bestaat erin om meer ingebed te werken: vanuit de hele gemeenschap die onthaalt en helpt ingroeien. Zodat initiatie niet louter het werk is van experten, maar een gemeenschappelijk gedragen gebeuren. Zo kan er naar gestreefd worden om:
– catechesewerkingen meer zichtbaar in de gemeenschap binnen te brengen…
– of om catechese meer op te vatten als het ontmoeten en leren kennen van christenen en gemeenschap…
– of om doopsel en eerste communie, waarom zelfs het huwelijk niet, te integreren in de eucharistieviering op zondag (bepaal een aantal zondagen waarop dat kan)…
– of om voor elk doop-, eerste communie- of vormselgezin een parochiaan te zoeken die als hun geloofsvriend wil fungeren: niet als catechist, maar als onthalende en begeleidende christen namens de gemeenschap…
– of om catechetische ontmoetingen meer aan de zondagsviering en het samenkomen van de gemeenschap rond Woord en Tafel te koppelen…”

Luc Aerens voegt daar nog volgende interessante gedachte aan toe:
– “Het is essentieel het geheel van de gemeenschap verantwoordelijk te maken voor de catechese door haar opstelling. Men kan bv. aan de christenen die regelmatig naar de zondagsmis komen signaleren dat misschien nieuwe gezinnen de gemeenschap gaan vervoegen; en de manier waarop de ‘habitués’ hen zullen ontvangen, op de gebeden antwoorden, voorlezen uit de Schrift, actief deelnemen, zal een grote catechetische draagwijdte hebben. Al deze groepen worden dus ook dragers en verantwoordelijken van de catechese voor de anderen.”[11]

5. De nieuwe structurering van dit zichzelf aanbieden als geloofscommunicatie van de Kerk in Frankrijk

De Kerkgemeenschap biedt in elk van de vier onderstaande pistes zichzelf aan. Zie andere, langere bijdrage, maar in résumé:
– Bij mensen aanwezig zijn en hen samenbrengen met leeftijds- of ervaringsgenoten in de verschillende fasen van het leven (van ‘kleine kinderen in huis’ over pubers opvoeden en ‘het lege nest’ tot ziekte en naderend levenseinde).
– Eerste verkondiging in antwoord op vragen die mensen vanuit levenssituaties stellen op de plaatsen waar mensen komen en het leven zich afspeelt, met name vooral in het gezin en de school, maar ook door missionaire aanwezigheid in allerlei C of K-instellingen.
– Uitbreiding van de zondagsviering en beleving van het liturgisch jaar intensiveren (vele modellen).
– Op weg gaan met mensen bij de vraag naar sacramenten: bv. de gefaseerde omgang met de zuigelingendoop in Duitsland, bv. de vormselcatechese heroriënteren als consequent een jaar van kennismaking met het leven van de parochie (postbaptismaal catechumenaat veeleer dan vorsmelcatechese stricto sensu, vgl voetnoot 6).

 



[1] Een kleine steekproef op www.rkdocumenten.nl levert voor zoekterm geloofscommunicatie geen enkel resultaat op, voor catechese 316. Voor een begripsverheldering evangelisatie – verkondiging – catechese enz. zie mijn bijdrage in tijdschrift voor liturgie
[2] Texte national…, lexicon s.v. catéchèse, p. 61
[3] Natuurlijk moet een Kerk altijd missionair én volks zijn. Toch schrijven de Franse bisschoppen (mijn onderlijning): « La situation actuelle en France fait percevoir la nécessité d’inscrire la catéchèse dans la vocation missionnaire de l’Eglise. »
[4] “De missionaire roeping vraagt naar een keuze voor een pedagogie van de initiatie. (…) Om vandaag de specifieke catechetische verantwoordelijkheid van de Kerk te karakteriseren, maken wij de keuze van de pedagogie van de initiatie.” Texte national p27. En: “Heel onze kerkgemeenschap moet zich meer het statuut van de initiatie eigen maken; zij moet meer resoluut de nieuwheid van het evangelie waarnemen en ontvangen, om het zelf te kunnen doorgeven.” (p28, citaat uit Lettre aux catholiques de France)
[5] Vgl R. Bieringer tekst congres: Christen wordt men niet door geboorte, maar door vrije keuze. Ik bedoel hier het woord “vrij” niet in de vandaag dominante liberaal-individualistische zin, maar in de bijbelse betekenis van het woord. Het is een persoonlijke, in een traditie en gemeenschap ingebedde keuze die een antwoord is op een roeping. Deze persoonlijke vrijheid is op vele manieren verbonden. Deze vrije keuze moeten mensen in elke generatie opnieuw maken. Het feit dat er telkens mensen zijn die tot een persoonlijk geloof komen, is op zich beschouwd een wonder. Elke bekering is een geschenk van Gods genade. Het is de taak van de lokale kerkgemeenschappen de keuzeprocessen en de bekeringsprocessen te bevorderen en er geen obstakels voor op te stellen.
[6] Onze vormselcatechese is geen initiatiecatechese, maar komt historisch uit het gegeven dat het vormsel ‘sterkt voor de strijd’ en dat je daarvoor moet worden toegerust. Echte initiatiecatechese is catechumenaat voor of na (KKK) het doopsel. Het vormsel is daarvoor niet geschikt noch bedoeld. Dat betekent dat de feitelijke vormselcatechese op vandaag zich moet loskoppelen van het vormsel en als postbaptismaal catechumenaat dient beschouwd. En daarna worden de initiatiesacramenten ‘samen’ ontvangen: doopbeloften hernieuwen, vormsel, eucharistie.
[7] Zie bvb de nieuwe ritus voor de doop in Duitsland, met mogelijkheid van fasering.
[8] Texte national p.26-27
[9] Texte national p30
[10] Zijn tekst studiedag catechese
[11] La catéchèse de cheminement, p.27