Jongeren en geloofsgemeenschap, een ervaringsbericht vanuit de KLJ, Griet Peters

Dit is in eerste instantie een KLJ-verhaal: wat bij ons gebeurt, waar wij mogelijkheden zien, waar wij moeilijkheden tegengekomen zijn.

KLJ en jongeren
KLJ is de Katholieke Landelijke Jeugd voor en door jongeren en jongeren bij ons is de groep tussen 6 en 35 jaar. We hebben 26.000 leden in Vlaanderen en Oost-België. De meerderheid van onze leden – en dat bepaalt eigenlijk ons verhaal –  is tussen 16 en 35 jaar. Wij spreken dus over geloofscommunicatie met jongeren en niet enkel naar kinderen toe.griet_peters

Parochiegemeenschappen en jongeren
Het lijkt in veel parochiegemeenschappen een uitstervend ras. Dat hoor ik ook als ik met afdelingen spreek. ‘Waarom zouden wij nog iets in de parochie doen? Wij zijn de enigen die er rondlopen en misschien hebben ze ons niet altijd even graag?’ Jongeren verdienen echter de aandacht van een parochiegemeenschap. De parochiegemeenschap mag zich niet afsluiten voor hun leefwereld. Zoek hen op, ga in gesprek met hen, laat hen niet los. Heel vaak zijn ze zoekend en kan het ‘wonderbaarlijk’ zijn om met hen op hun niveau in gesprek te gaan en iets te ondernemen. Dat vraagt vooral een gastvrije kerk en een gastvrije parochiegemeenschap. Iets wat in sommige gevallen helaas wel eens fout loopt.

Geloofscommunicatie binnen KLJ
Eigenlijk moest achter deze titel een vraagteken staan. Want, hoewel wij ervoor kiezen om onze ‘K’, ons katholieke bewust invulling te geven door het als een van onze 4 inhoudelijke speerpunten naar voor te schuiven, beroepskrachten vrij te stellen voor pastoraal, er aandacht voor te hebben op allerlei cursussen en initiatieven en in onze bestuurs- en ledentijdschriften, is het niet onze eerste en belangrijkste opdracht en wordt pastoraal binnen KLJ ruimer ingevuld dan wat puur geloofscommunicatie zou zijn.
Voor ons heeft het te maken met parochieverbondenheid. Met de gastvrije parochies waar wij thuis mogen zijn en waar wij ons verhaal kwijt kunnen, waar wij een luisterend oor vinden en mensen die met ons in gesprek willen gaan. Het heeft te maken met waardeoverdracht gestoeld op christelijke waarden. Het is op weg gaan met zoekende jongeren en heel vaak beseffen dat dé antwoorden niet bestaan, dat wij ze zo maar niet kunnen aanreiken. Dat wij hun ons getuigenis, ons verhaal kunnen geven, maar dat dit voor hen niet noodzakelijk het antwoord is op de vraag. Het heeft voornamelijk te maken met samen in gemeenschap leven, vieren, stilvallen en dingen doen.
Er wordt wel eens gezegd dat jeugdbeweging een voedingsbodem kan zijn waarin christelijk geloof kan groeien en gestalte krijgen. En dat zowel expliciet door allerlei uitdrukkelijke activiteiten, maar eerst en vooral impliciet door samen gemeenschap te vormen, leren zorg te dragen voor elkaar, met elkaar op weg te gaan. En daarbij, zo vinden wij als koepelbeweging, ook uitdrukkelijk het verhaal van Jezus durven laten klinken en dat botst wel eens, maar dat is niet erg, dat mag.

KLJ gemeenschap
De KLJ heeft een lied dat begint als volgt: ‘Jeugdig dat zijn wij, vorming, ontspanning, samen in groep, bezinnen, sport en spel het doet je goed.’
‘Samen in groep’ is voor ons het beginpunt van alles, samen als groep gemeenschap vormen. In ons lied is er ook plaats voor bezinning. Een paar strofen verder staat dat wij katholiek geloven en dat de jeugd van vandaag nog toekomst heeft. Het zijn ter discussie staande elementen uit ons lied, maar het wordt door de meesten toch nog enigszins aanvaard.
Wij hebben ruimte voor bezinning, voor beleving van geloof, samen uitwisselen en ontmoeting op het microniveau (de afdeling), het mesoniveau (het gewest of de provincie) en het macroniveau (nationaal).

De afdeling
De basis is het samen groep vormen, de gemeenschap, de parochieverbondenheid en het aanbieden van ‘K-momenten’ nl. weekends en kampen, dé plek om verbondenheid te vieren en bij elkaar stil te staan; een vergadering beginnen met een bezinnend moment; startvieringen en jaarthemavieringen; ingaan op sterke tijden (vnl. Kerstmis); heel expliciete activiteiten doen en impliciet via waardeoverdracht.
De concrete invulling verschilt van afdeling tot afdeling. Er zijn echter een aantal kritische punten. Dat het al dan niet lukt, is vaak afhankelijk van het feit of er nog iemand is om authentiek getuigenis af te leggen. Op het vlak van de afdeling spreken we dan over een proost, over een volwassen begeleider, iemand die met jongeren mee op stap wil gaan en het verhaal van Jezus kan, wil en durft inbrengen in de groep. Is er iemand in de parochie die zich expliciet met de jeugd bezighoudt? Is er een bruggenbouwer, een inspirator? Waar kan de vaak zelf zoekende leiding terecht? Is er iemand die met hen in gesprek treedt en met hen bij geloofscommunicatie durft stilstaan? Staat de bestuursploeg zelf open voor pastoraal of is er sowieso op voorhand een antihouding? Wat doen wij met niet- of andersgelovigen in onze beweging? Kunnen wij aan geloofscommunicatie doen? Wij vinden het verhaal van Jezus een zeer zinvol verhaal en hopen dat mensen hiervoor respect kunnen hebben, ook al hebben zij een ander geloof. Tot nu toe leverde dat geen grote problemen op.

De provincie
In elke provincie is er een werkgroep ‘K’ bestaande uit een proost en vrijwilligers die voor de afdelingen het eerste aanspreekpunt rond pastoraal zijn. Het zijn mensen die durven getuigenis afleggen, die jongeren proberen aan te spreken en te inspireren. Zij spelen een belangrijke rol binnen de jeugdbeweging om geloof ter sprake te brengen.
Er worden allerlei K-momenten voorzien.
We zien dat vieringen op bv. cursussen heel goed onthaald worden door het feit dat wij samen op weg zijn. Op dat moment is er een heel sterk gemeenschapsgevoel en is er verbondenheid. Het doet deugd om in de drukte even stil te vallen om te luisteren naar inspirerende woorden, om samen de verbondenheid te vieren en zo verder op weg te gaan. Dit wordt niet door iedereen als evident beschouwd, maar de grote meerderheid geeft aan dat het goed is. Wij brengen heel uitdrukkelijk in elke viering, in elke bezinning een evangelieverhaal. Dat is onze vorm van geloofscommunicatie. Wij willen blijven spreken over dat geloof ook al is dit niet evident. Tijdens de viering is daarvoor weinig ruimte, maar achteraf ‘aan de toog’, hét moment om met jongeren echt te communiceren, komen er schitterende gesprekken over de verhalen van Jezus.
Vergaderingen starten met een bezinning; aandacht hebben voor de sterke tijden en pastorale initiatieven zoals meibedevaarten, voettocht naar Scherpenheuvel…
Het kritische punt is weer wie er nog is om authentiek getuigenis af te leggen. Is er een proost? In vele provincies is er geen proost meer. Zijn er geëngageerde vrijwilligers? Wat kunnen we nog van onze vrijgestelden verwachten? Hoe staan zij er tegenover? Kunnen zij getuigenis afleggen? Willen zij getuigenis afleggen? Moeten zij getuigenis afleggen? Is er nog voldoende openheid om deze K-momenten te voorzien? Mijn aanvoelen zegt van wel, maar het is niet altijd evident.

Nationaal
Op nationaal niveau ben ik er als stafmedewerker pastoraal en ik probeer een pastoraal aanbod uit te werken: bundels maken, teksten in tijdschriften zetten zodat er toch op een of andere manier wat binnensijpelt.
Wij voorzien vieringen op cursussen en initiatieven met een sterk gemeenschapsgevoel en verbondenheid, even stilvallen en op adem komen. Wat weer niet door iedereen als evident wordt beschouwd.
Bv. wij zijn met 800 jongeren op ‘Opkikkerweekend’ geweest. Men meende dat een eucharistieviering met 800 jongeren gekkenwerk zou zijn, omdat zeker 750 jongeren dit niet interesseerde. Toch was het een schitterende viering. Het is de verbondenheid van samen KLJ te zijn, van samen gemeenschap te vormen en het kunnen binnenbrengen van wat er gebeurd is, het kunnen binnenbrengen van het grotere verhaal van het christendom. Het gebeurde op een eigentijdse, jeugdige manier maar het was zeker een eucharistieviering.
Hetzelfde gebeurt op Landjuweel, een groot sportevenement.
Een heel interessante ervaring was een Internationaal zomerkamp van 30 jongeren van de Katholieke Landelijke Jeugd uit Europa. Op donderdagavond zou er een viering gehouden worden. Ik ben een week met die jongeren op weg gegaan, heb er mee samen geleefd. Donderdagmiddag ben ik begonnen een viering te maken met de dingen die wij op dat moment beleefd hadden. Het was een doorleefde viering. Van de 30 mensen, vonden minstens 20 het geweldig dat zo iets kan. Dat woorden uit de Bijbel voor hen nog betekenis kunnen hebben en kunnen klinken op een manier dat ze de jongeren nog raken. Dat zijn momenten waar wij als jeugdbeweging de kans krijgen om rond geloof te werken.
Wij hadden vroeger Lourdesreizen waar wij zowel heel expliciet pastorale activiteiten deden als gewoon de natuur in trokken en ons lieten raken door wat er gebeurde. En om te spreken over God, waar Hij te vinden is, wie Hij voor ons is, waar ik hem tegenkom. We doen een trektocht, samen op weg, ontmoeting, uitwisseling en met een expliciet aanbod rond vieringen.

Algemene bedenkingen
Heel wat jongeren staan open voor bezinning en gebed. Er is heel veel verwondering. Er zijn veel kansen om aan te grijpen, maar men moet durven spreken en op een manier dat jongeren kunnen volgen, dat ze het begrijpen. Dat het iets is wat ook in hun leven komt.
Belangrijke elementen zijn daarvoor: verbondenheid, authenticiteit, durven getuigenis afleggen, zelf laten zien wie je bent en op een begrijpbare manier die dingen doen.
Een voorbeeld van authenticiteit. Ik geef als stagiair les in het H. Hartinstituut in Heverlee. Op een gegeven moment ging het over biechten. ‘Mevrouw doet u dat zelf eigenlijk?’, was de eerste vraag. Ik kon antwoorden dat ik dat af en toe wel deed. ‘En hoe gaat dat dan? Wat is dat en waarom? Zo komt het gesprek op gang. Het heeft geen zin te doen alsof want de jongeren voelen dit en doorprikken het. De kans bij de jongeren is dan verkeken, ‘want wat je vertelt is toch niet echt’. Een goede begeleiding op maat is noodzakelijk. Wie met jongeren omgaat moet weten hoe en dat is niet zo evident.
Het bestaande aanbod spreekt jongeren niet altijd aan. Er is weinig tot geen identificatie met de oudere gemeenschap waarin zij terechtkomen. ‘De gemiddelde leeftijd, Griet, is er 75. Wat moet ik daar zoeken? Ik kan daar met niemand praten.’
Heel vaak ontbreekt absolute basiskennis over het christelijk geloof. Dingen die voor mij nog evident zijn, zijn dat voor mensen die 10 jaar jonger zijn absoluut niet meer. Het kan geen kwaad om af en toe wat uitleg te geven. Ze appreciëren dat zelfs. Maar het mag niet te lang duren.
Er is een mogelijkheid om zinvolle bruggen te bouwen van de jeugdbeweging naar de parochie en omgekeerd. Maar durven wij die altijd aangrijpen? Hebben wij nog mensen die er tijd voor kunnen vrijmaken? Wordt daarvoor nog ruimte voorzien?
Veel mensen die een zinvolle ervaring opdoen binnen de jeugdbeweging of binnen jongerenpastoraal komen in een parochiegemeenschap onder een koude douche terecht. Wat ze ontdekt hebben, beleefd hebben, wat ze in verbondenheid, in gemeenschap gevoeld hebben, vinden ze niet meer terug in hun parochiegemeenschap. Er is een reëel risico – en op sommige plaatsen is dat al zo – van vervreemding tussen jeugdpastoraal en parochie. Veel KLJ-afdelingen zijn in eerste instantie een groepje op zichzelf. De stap naar de parochie is moeilijk. Maar de stap van de parochie naar hen is eveneens moeilijk.

Enkele voorbeelden

Taizé
Taizé spreekt jongeren geweldig aan. Eenvoudig gemeenschapsleven, authenticiteit, oprecht voortleven zijn een van de belangrijkste dingen die ze ontdekken. In veel parochiegemeenschappen zijn er Taizé-groepen, maar wat is de verhouding met de rest? Zijn ze complementair of is er concurrentie? Hoe bouwt men bruggen tussen jongeren met zulke ervaringen en de parochie? Het zijn veel vragen waarop men weinig antwoorden heeft?

IJD-initiatieven
Hetzelfde voor IJD-initiatieven (Pelgrim 09, Wereldjongerendagen, Plussersgroepen…) die op maat van jongeren zijn en ontmoetingskansen creëren voor gelovige jongeren, die hen in contact brengen met ‘levendige christenen’. Maar wat met de verbondenheid en de verhouding met de eigen parochiegemeenschap? Hoe worden bv. mensen die meegaan naar Wereldjongerendagen onthaald in hun eigen parochie? Vinden zij er hun weg, hun plaats? Of laten wij ze los?

Religieuze gemeenschappen
Veel jongeren vinden hun weg naar religieuze gemeenschappen waar ze kunnen meeleven en dingen ontdekken. Waar ze gaan ‘blokken’ en ontdekken dat er toch meer achter zit dan een leuke locatie waar stilte en rust is. Belangrijk is dat men er authentieke mensen vindt die open staan en gastvrij zijn, die hen ontvangen en met hen in gesprek willen gaan.

Forum 7 maart 2009