Een getuigenis van geloofscommunicatie binnen het gezin, Ludo Vangilbergen

Mijn naam is Ludo Vangilbergen. Ik ben gehuwd en ben vader van 4 kinderen.
Ik kom met veel schroom vertellen over hoe mijn vrouw en ik met onze kinderen over geloof hebben gecommuniceerd en het is niet direct een heel groot succesverhaal.

De oudste, Tineke wordt 20 jaar, de tweede, Joke is 19, de enige zoon, Klaas is 16 en de kleinste, Ansje wordt 10 jaar. Wij hebben dus kinderen in het hoger onderwijs, in het middelbaar en het lager onderwijs. Dit wil zeggen dat tijdens de krokusvakantie twee kinderen vakantie hebben en twee geen vakantie hebben. De vasten begint en alles loopt door mekaar. In de kerstvakantie moeten de twee oudsten studeren terwijl de andere twee vakantie hebben. Bovendien is het Kerstmis. Voor ouders is dit niet gemakkelijk, vind ik.
thumb_ludo_vangilbergen

Nog even de toestand schetsen. Onze 3 oudste kinderen krijgen wij heel moeilijk naar de kerk elke zondag. Ze gaan wel naar de gezinsvieringen die in onze parochie één keer per maand doorgaan. Ze gaan met Kerstmis en Pasen naar de kerk. Ze weten dat het vasten is. Maar ik weet niet of ze erg betrokken zijn op het liturgisch jaar. Met de jongste dochter is het nog steeds zoals het vroeger ook was met de andere kinderen. Zij gaat nog elke week met ons mee naar de kerk. Zij zit ook in het jongerenkoor. Bijna elke avond doe ik met haar een gebedje voor zij gaat slapen.
De twee oudste dochters hebben een vriendje van wie de ouders gescheiden zijn. Beide vriendjes zeggen dat ze niet geloven.

Dit is dus de realiteit en ik vraag mij af hoe we hierin terecht zijn gekomen. Mijn vrouw en ik denken dat we gedaan hebben wat we konden. We hebben de kinderen laten dopen. Toen we in Rotselaar gingen wonen, zochten wij naar een parochie en zijn hiervoor in Wezemaal terecht gekomen. We hebben moeite gedaan om ergens een thuis te vinden. Onze kinderen zijn er bv. naar de Chiro gegaan. Wijzelf waren in de parochie actief om er een kindvriendelijke parochie van te maken. Begin jaren ’90 waren er niet veel kinderen meer in de kerk. Mijn vrouw en ik zijn begonnen met een kinderwoorddienst en met instapvieringen voor de eerste communie. Ongeveer 4 jaar geleden heb ik samen met anderen een jeugdkoor en een kinderkoor opgestart. Maar dat was voor onze oudste kinderen al te laat. Zij waren niet meer gemotiveerd. Mijn vrouw en ik hebben moeite gedaan om in een parochie thuis te geraken om niet alleen te staan met ons geloof, om niet alleen te staan als gelovig gezin. Dat is gelukt – en dat heeft met het vormsel te maken – tot de leeftijd van 11 à 12 jaar. Onze kinderen vonden in de kerk andere kinderen van dezelfde leeftijd en ze vonden het zelfs heel leuk om naar de kerk te gaan. Wij brachten ervaringen vanuit de gezinsvieringen mee. ‘s Avonds voor het slapengaan, deden wij bij elk van de kinderen een gebed of werd er uit de Bijbel voorgelezen en praatten wij over de dag. Het was niet zo moeilijk om over geloof te praten. Maar rond de leeftijd van 12 à 13 jaar werd dat ineens veel moeilijker en ik kan niet zeggen waarom dit zo was. Het is zo gegroeid. Voordat de oudsten 11 à 12 jaar waren, deden we steevast een gebed voor het eten. Dat is om een of andere reden weggevallen. Ik vind dat erg maar het is zo.

Een van de grote momenten die wij als gezin beleefd hebben, is het doopsel van onze jongste dochter omdat de kinderen, toen 9, 8 en 6 jaar, bij de voorbereiding van het doopsel heel dicht betrokken waren en het moment van het doopsel zelf van heel dichtbij hebben mee beleefd. Ze hebben gezien wat hun doopsel was voor ons en voor heel het gezin.
Wij hebben tijd gemaakt voor onze kinderen, maar vanaf 12 jaar is het moeilijker geworden om over geloof te praten. Wat zie ik ons dan wel doen?
Bv. Wij wonen in Rotselaar waar er een Mariapolis van de Focolarebeweging is. Onze zoon, Klaas gaat naar het Montfortcollege dat een 2-tal kilometer van het nieuwe ontmoetingshuis van Focolare ligt. Op een bepaald moment kwam hij thuis met een verhaal dat de Focolarebeweging ingedeeld wordt bij de sekte. Voor ons was dit een mooie gelegenheid om iets over geloof en geloofsgemeenschappen te zeggen. Een ander voorbeeld: Tineke had een aantal jaren geleden een nogal uitgesproken mening over vreemdelingen omdat ze in een school zat met heel wat Marokkanen. Ze was zeer radicaal tegen vreemdelingen. Ook dat was voor ons een kans om vanuit ons geloof te getuigen dat dit geen gelovige of christelijke houding is. Hetzelfde over bv. abortus. Meisjes van 16-17 à 18 jaar gaan daar heel licht over. Als dat, meestal aan tafel, ter sprake komt, is dit voor ons weer een moment om te spreken over de ‘heiligheid van het leven’. Zo zijn er tal van voorbeelden. Wat ik echter het meeste mis, is dat wij er niet in geslaagd zijn om hen te leren bidden of te bezinnen. En ik vraag mij af hoe dit komt.
Vb. Joke vond dat zij een boek moest lezen om zich te ontspannen tijdens de studieperiode. Ik dacht dat het boek over Jezus van de Nederlandse cineast Paul Verhoeven wel iets voor haar zou zijn omdat Paul Verhoeven toch uit een onverdachte hoek kan komen. Ze is in boek begonnen maar na een hoofdstuk heeft ze mij het toch teruggegeven.

Het verhaal is echter niet helemaal zwart of negatief. Enkele voorbeelden.
Begin februari zijn wij met de twee oudste dochters naar Rome geweest, als verjaardagsgeschenk voor de 18de verjaardag van de tweede dochter die zelf Rome had uitgekozen. Toevallig waren wij op 2 februari, met het feest van Lichtmis, in het Vaticaan.
Op het Sint-Pietersplein stond een lange rij om de basiliek te bezoeken, want de paus ging spreken. Onze dochters vonden het urenlange wachten en het rechtstaan in de basiliek helemaal niet erg omdat ze de paus wilden zien. Dat vond ik zeer verrassend. Dit was een van de hoogtepunten van de reis naar Rome. Voor ons stonden een hele rij ‘nonnetjes’ en een hele lieve oude non gaf onze dochters een kaarsje en een boekje om de mis te volgen. Achteraf zeiden onze dochters dat dit hen wel had geraakt. In de voormiddag, in het museum kwamen we in de zaal scapuliertjes tegen. Joke zei ‘Papa, dit moet je later voor mijn kinderen kopen’. Dit was zo’n moment waarvan ik dacht: ‘Waarom zegt ze dit?’
Op het moment dat ik aanvaard heb om directeur te worden van Kerk en Wereld waren al mijn kinderen er trots op terwijl ik dacht dat ze dit nergens zouden durven zeggen. Maar ze hebben dit allemaal zonder schroom en zonder moeite gezegd en ze staan er blijkbaar ook achter.
De inzet in de Chiro. Joke heeft de taak op zich genomen om met Christus Koning een viering te houden.
Kort geleden zei Joke plots dat ze ’s zondags mee naar de mis wilde gaan.

Conclusie: het is niet allemaal gelukt bij ons. Soms denk ik dat wij tekort geschoten zijn, maar ik kijk wel hoopvol naar de toekomst, zeker met wat de laatste weken gebeurd is.
En stel dat het aanblijft met de vriendjes is dat eerder een kans om over geloof te spreken dan dat het allemaal vanzelfsprekend is.

Forum 7 maart 2009