Reactie uit het middenveld

Reactie uit het socio-economische middenveld
Ruddy Pareyns, pastor ACW-Limburg
Geert Janssens van de VKW-Denktank Metena

Reactie van Ruddy Pareyns, pastor ACW-Limburg

De vraag die ik mij stel en die ook aan bod is gekomen in de uiteenzetting van Johan Verstraeten is: welke crisis was het eerst, of was het meest fundamentele, het meest diepgaand? Is dat de financiële, economische crisis?
Geruime tijd maken we in onze samenleving een ‘roepingen-crisis’ mee, niet enkel een roepingencrisis voor het religieuze leven, alhoewel dit het meest zichtbare is, maar een roepingencrisis in onze samenleving, van mensen die krachtdadig willen opkomen voor het algemeen belang.


Is dit niet het nieuwe leiderschap, waarover Johan Verstraeten sprak?
Het is heel scherp verwoord in de laatste encycliek van de paus, ‘Caritas in Veritate’: samen met het verdwijnen van God, verdwijnt ook het appel om uit jezelf te treden om medemensen centraal te stellen in het leven.
We moeten niet enkel spreken over evangelische waarden en deugden, maar ook over God en Godsontmoeting als vindplaats voor een nieuwe deugdenethiek.
Wanneer de notie ‘roeping naar God en medemensen toe’ verdwijnt komt het persoonlijk (eigen)belang of groepsbelang centraal te staan en verzwakt de notie van algemeen belang of algemeen welzijn in onze samenleving.
Algemeen welzijn wordt onmogelijk als de beter gesitueerden (de sterkste schouders) niet vrijwillig willen kiezen voor armoede, soberheid, welzijn voor de armsten; deze weg moeten christenen beleven.
Vandaag, bij een economische crisis is dit duidelijk voelbaar. Nu de koek kleiner wordt, bespaard en herverdeeld moet worden, waarbij de sterkste schouders het meeste zouden moeten dragen, en de zwakste schouders juist zouden worden ontzien, merken we dat ieder vooral voor zijn persoonlijk of groepsbelang opkomt.
“Natuurlijk moet er bespaard worden, maar liefst bij de andere.”: zo wordt gesteld.
In zulke situatie zijn christenen altijd geroepen om het persoonlijk eigenbelang niet voorop te stellen, maar oog te hebben voor het algemeen belang.
In die zin is het moedig van Luc Cortebeeck, voorzitter van het ACV, om vanaf het begin in het debat rond besparingen te stellen dat het pensioensparen van werknemers geen heilige koe is. En daarmee trapt hij op zere tenen, vooral bij zijn eigen achterban. Het is moedig, omdat hij daarmee heel wat interne discussie op zijn hals haalt. Deze groepsdiscussies zijn een vorm van narratieve gemeenschap, die natuurlijk iets anders – vooral luidruchtiger – verloopt dan een doorsnee ‘contemplatieve’ dialoog.
Een belangrijk deel van vrijgestelden en militanten, vrijwilligers vindt dat er meer een offensieve strategie moet gevoerd worden, waarbij men op de eerste plaats het teveel van andere groepen – met name zelfstandigen – moet aanklagen, of waarbij men de banken tot grote schuldige moet aanklagen, om dan niet bij zichzelf te moeten kijken.
Tot het wezen echter van het christendom behoort dat we het zwaartepunt buiten onszelf blijven leggen. Daarom is het vandaag misschien wel belangrijker niet alleen naar de huidige economische crisis te kijken, maar vooral naar de periode ervoor toen het economisch zeer goed ging.
Verontrustend is dat we er toen niet in slaagden om de armoede in België te verminderen.
Het welvaartsvast maken van uitkeringen is slechts heel, heel moeizaam bereikt geworden, lang nadat er (voor sommige zelfs grote) fiscale kortingen gegeven zijn aan mensen die in onze samenleving het veel beter hebben.
Verontrustend is dat de ‘maximale’ winst de norm was en niet een ‘optimale’ winst.

Oog hebben voor ‘Armoede Effecten Rapport’, zowel bij economische groei als bij economische krimp.
In tijd van economische groei hebben we niet alleen de staatsschuld, maar vooral de armoede onvoldoende afgebouwd.
Hoe kan iemand die arm is, die laaggeschoold is, participeren aan de samenleving? De deelname aan de samenleving verloopt vaak via twee wegen: enerzijds de arbeid, hierop speelt een activeringsbeleid in, maar anderzijds ook via consumptie.

  • Het activeringsbeleid, hen proberen werk te geven.
    Via arbeid en activering kunnen mensen uit de armoede gehaald worden. Maar een activeringsbeleid dat niet hand in hand gaat met herverdeling (dus met een solidariteitsmodel) leidt tot een individueel schuldmodel: jij arme bent schuldig aan jouw armoede omdat je jezelf onvoldoende hebt laten activeren voor de arbeidsmarkt.
  • Armen, laaggeschoolde werklozen, leefloners, mensen met een laag inkomen worden voortdurend verleid om schulden (kredieten) aan te gaan, om op deze wijze erbij te horen. Banken en reclamemakers spelen hier handig op in. In deze crisistijd moeten christenen een bijzondere aandacht hebben voor hoe we in onze samenleving met consumptie en krediet omgaan.

Reactie van Geert Janssens, VKW-Denktank Metena  

De denktank Metena stelt zich tot doel om in de maatschappij een kritische noot te zijn. Men wil zowel kritisch omgaan met wijsheid, als wijs omgaan met kritiek.
Als econoom is het niet zo moeilijk om een aantal kritische bedenkingen te maken bij de presentatie van prof. Verstraeten.
Economen hebben vastgesteld dat de realiteit veel complexer is dan in de modellen wordt voorgesteld. En ook bij het bedenken van oplossingen voor de problemen vandaag ondervindt men inderdaad dat de realiteit vaak te complex is.
Het basisprobleem van deze crisis zoals het in de Verenigde Staten is ontstaan nl. wie kent een lening toe en wie krijgt een lening, toont dat het heel moeilijk is om tot een oplossing te komen. In Amerika is men te laks geweest met het verlenen van kredieten. Vanuit deze crisis gaat men wereldwijd nadenken over oplossingen. Men wil een grotere rol voor de staat. De staat moet de banksector meer reguleren, de banken nationaliseren, een grotere controle hebben. Met als gevolg dat er een nieuw probleem ontstaat. Hoe gaat de kredietverlening in de toekomst gebeuren? Gaat dat nog altijd volgens dezelfde marktconforme criteria zijn? Men spreekt al van concurrentievervalsing door de staatsbanken of de banken met steun van de staat? Gaat men in de toekomst krediet krijgen vanuit de politiek?
Ook als men oplossingen formuleert, ontstaan nieuwe problemen die maken dat wat men ervoor in de plaats stelt, niet altijd beter is. Het grootste gevaar in de crisis vandaag is dat men een overshooting krijgt en de zaken teveel in vraag stelt die achteraf gezien misschien nog niet zo slecht functioneerden. M.a.w. ik wil de markt verdedigen en zeker niet a priori alles wat de markt doet in een slecht daglicht laten stellen.
Men vergeet soms dat ook zonder deze crisis Europa en zeker ook België er al slecht voor stonden omwille van de kosten van de vergrijzing, waarvoor de economen ons al tien jaar waarschuwen, maar waarmee niemand in het beleid iets gedaan heeft. Ook de vakbonden hebben de vele waarschuwingen van de hand gedaan als verborgen agenda’s van werkgevers. België zit er bovendien slecht voor omwille van de institutionele ‘sclerose’, onze onwerkbare staatsstructuur, het begrotingsbedrog van de afgelopen tien jaar, onze infrastructurele erosie. Dit zijn zaken die wijzen – en dan komen we op het betoog van prof. Verstraeten – op een morele ontreddering, een morele erosie. Het feit dat wij de problemen die wij al langer hebben niet zien, niet willen zien, niet willen herkennen. Dat wij in onze institutionele ordening er niet toe komen om deze grondig aan te pakken wijst misschien op een diepere morele crisis.
Ik wil even terugkomen op de subprime crisis in de Verenigde Staten en het probleem nog wat scherper stellen. We hebben vandaag de neiging om te zeggen dat het allemaal de schuld is van Greenspan in de Verenigde Staten, van een te laks monetair beleid, van de financiële sector die het winstbejag en het egoïsme heeft laten primeren in haar manier van werken.
We hebben kritiek op de banken en de financiële wereld omwille van het toekennen van leningen (en dat men die subprime kredieten onder de vorm van CDO’s en allerlei exotische producten in de hele wereld heeft gebracht). De wortels van de crisis van het toekennen van goedkope leningen gaan echter ook terug tot de jaren ’90, tot Clinton die Fanny May en Fredddy Mac, twee overheidsgesubsidieerde instellingen die kredieten moeten toekennen aan de minder gegoede Amerikaan, wettelijk opdracht heeft gegeven om dat soort leningen toe te kennen. Dat was allemaal goedbedoeld maar je ziet dat de situatie veel complexer is dan wat men graag voor waar aanneemt.
Natuurlijk hebben bankiers ook fouten gemaakt en hebben zij ook een morele verantwoordelijkheid. Er waren zeker mensen in de financiële wereld die wisten dat er zaken konden fout lopen, dat de risico’s veel groter waren. Men heeft de critici in de financiële wereld aan de kant gezet. Het grote probleem was natuurlijk dat er veel geld kon verdiend worden. De schuldvraag enkel richten op individuen gaat voorbij aan de kern van de zaak. Wij moeten aanvaarden dat de crisis het resultaat is geweest van rationeel handelen van ontelbare individuen maar die onder bepaalde voorwaarden, bepaalde omstandigheden handelden zodanig dat er een crisis uit voortvloeide, een crisis die niemand heeft gewild.
Wat betreft het voorbeeld van prof. Verstraeten over France Télécom. Het is gemakkelijk te zeggen dat het schandalig is dat France Télécom met zijn herstructureringsplannen 23 mensen de dood heeft ingejaagd. Of dat zo is weten wij niet, dat is het verhaal dat in de media is verschenen. Het is helemaal niet zeker dat die mensen zelfmoord hebben gepleegd omdat ze bij France Télécom in de herstructurering zaten. Misschien voor sommigen wel, maar misschien niet voor iedereen. Puur statistisch gezien ligt het aantal zelfdodingen in verhouding met het aantal werknemers nl tienduizenden over gans Frankrijk, zelfs lager dan het gemiddelde voor Frankrijk. Het zijn natuurlijk wel menselijke drama’s waarmee men moet omgaan en waaraan men aandacht moet schenken. Maar in de media heeft men vaak de neiging om de zaken veel simpeler voor te stellen dan ze in de realiteit zijn. Het vergt moedig leiderschap om daartegen in te gaan. Het is veel gemakkelijker om France Télécom te beschuldigen. Het is niet gemakkelijk om tegen dat soort simplisme in te gaan.
We mogen niet te veel vervallen in het beschuldigen van het nastreven van aandeelhoudersbelangen. Er wordt gemakkelijk gezegd dat er te veel winstmaximalisatie is. De markt is goed in staat om binnen de contreien die wij als maatschappij opleggen, om te gaan met schaarse bronnen, schaarse hulpmiddelen en met de werknemers. Maar wij eisen echter te weinig van de markt. Het is dus voor ons een uitdaging om de markt efficiënter te laten werken door als maatschappij meer op te leggen inzake milieu, omgang met werknemers enz. Binnen dat raamwerk dat wij kunnen eisen, is de markt nog altijd de efficiëntste manier van produceren, van organiseren, ook in termen van globalisering.
De markt, de globalisering heeft ervoor gezorgd dat wij de afgelopen tien jaar veel armoede uit de wereld hebben geholpen. Het is gemakkelijk te zeggen dat door de schuld van de globalisering er weer meer mensen in de armoede terecht komen. Er zullen altijd mensen zijn die de markt misbruiken. Maar de afgelopen decennia heeft de markt veel meer goede dingen gedaan ook voor de armen in de wereld. De ongelijkheid in de wereld is de afgelopen 20 jaar drastisch gedaald dankzij de globalisering. Dat moeten wij durven erkennen. Dat mogen wij niet vergeten als we morgen die markt gaan hervormen.
Bv. de elektriciteitsmarkt in België. Wij bekritiseren onze elektriciteitsbedrijven, terecht. Electrabel, de monopolist gaat aan de haal met het nucleair dividend. Maar het is het beleid dat de constellatie gecreëerd heeft waarin de monopolist dit kan doen. In tegenstelling tot de omringende landen heeft men de mogelijkheden van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt die Europa heeft opgelegd niet benut om deze markt rechtvaardiger te maken zodanig dat ook de kleine consument minder moet betalen. De oorzaken zitten vaak veel complexer in elkaar dan we willen geloven.

Wat moeten wij dan besluiten?

Er is geen consensus over de grondwaarden in de samenleving, maar we moeten zoeken naar de positieve tendensen die er zeker zijn. Er is een ethisch reveil, een religieus reveil, er is honger naar zingeving, ook in het bedrijfsleven. Het VKW ervaart dat heel sterk. Wij krijgen elke dag steeds meer vragen van mensen die honger hebben naar zingeving en zoeken naar mechanismen om die zingeving in te bouwen in de beslissingsprocessen. De eenzijdige managementcultuur wordt meer en meer doorbroken. Men vraagt naar ethische toetsingscriteria om de beslissingsprocessen beter te begeleiden. Wat het VKW doet is de bedrijven een spiegel voorhouden en zeggen dat de beslissingsprocessen een aantal toetsen moeten kunnen doorstaan: de voorpaginatoets van de krant, de buurmantoets – als ik een beslissing moet toelichten tav de buurman of de vrienden, durf ik dat dan? Kan ik dat waarheidsgetrouw motiveren? Is mijn uitleg de juiste uitleg? Dat zijn de toetsingscriteria die men vandaag moet gebruiken in het bedrijfsleven om beslissingen te nemen. Dat bedrijven op die manier zichzelf de spiegel gaan voorhouden is meer en meer de tendens. Dat is een positief signaal dat wij moeten gebruiken. Dat getuigt van moedig leiderschap dat hier en daar opveert.
De Kerk kan ons daarbij helpen. Zij moet de maatschappij bewuster maken van onze onwetendheid. Er leeft in de maatschappij te veel het gevoel dat zowel de econoom, als de natuurwetenschappen antwoorden kunnen geven op alle vragen, wat niet het geval is. Er is nog altijd een transcendente zingeving nodig en de maatschappij is zich daar veel te weinig van bewust. De Kerk moet ons bewust maken dat we een transcendente zingeving nodig hebben.
In deze crisis zoeken ondernemers elkaar op, niet alleen om mekaar zin te geven of mekaar te ondersteunen, maar ook voor het geven van kredieten. Ondernemers helpen mekaar door de  bankfunctie zelf op te vangen. Het is een teken van solidariteit en van een nieuw vertrouwen dat groeit.
VKW gebruikt 4 waarden: verantwoordelijkheid, integriteit, eerlijkheid en respect. Het zijn waarden die men niet alleen in het bedrijfsleven, maar in onze ganse maatschappij terug moet vinden en die men terug moet opnemen. Het VKW doet dit onder de vorm van een bedrijfsspel waarbij men de bedrijven voorhoudt dat ze moeten leren aftoetsen met criteria, met waarden. Dat is ook waar wij in de toekomst in de maatschappij op het vlak van het ethische een rol kunnen invullen. Ik hoop dat de Kerk ons daarbij vanuit de maatschappelijke ordening kan helpen zodanig dat wij er niet alleen voor staan.

Forum 3 oktober 2009