Hoe kunnen we elkaar bemoedigen en versterken?

Op zaterdag 9 oktober 2010 kwamen de leden van het IPB samen om van gedachten te wisselen over vitale geloofsgemeenschappen vandaag en in de toekomst. Aan de hand van 5 stellingen kwam een boeiend zaalgesprek op gang. De deelnemers mochten bij elke stelling aangeven of ze al dan niet akkoord konden gaan en eventueel of ze nuanceringen wilden aanbrengen.
Aan Emmanuel Van Lierde, Els Van Doren en Bart Paepen was gevraagd om op het einde van de voormiddag te reageren op het geheel van wat gezegd werd. Ze deden dit ieder op hun eigen manier, de ene met een samenvatting, de andere met indrukken of met uitdagingen en vragen aan het adres van het IPB.

Een poging om weer te geven wat geklonken heeft 

Stelling 1: Veranderingen noodzakelijk
Ook deze, door iedereen sterk aangevoelde, crisis is een kans om samen in een groeiproces een nieuwe Kerk te vormen vanuit een noodzakelijke bekering. Die vertrekt vanuit een evangelisch in de wereld staan.
De verandering mag radicaal zijn zonder daarom te breken met de traditie. Verandering, hervorming en bekering waren de termen die klonken. Gelovigen die vernieuwing nastreven, willen daarbij trouw zijn aan het evangelie.

Stelling 2: Zorg voor de slachtoffers
De rechtstreekse contacten met en ontmoetingen van slachtoffers leren ons ontdekken hoe diep de kwetsuren zijn. Vanuit een rechtvaardigheidsgevoel streven we naar verandering en bekering. Ook schuldbekentenis is nodig. Recht laten geschieden, betekent dat we in de Kerk en in de samenleving oog hebben voor alle slachtoffers, ook van andere vormen van misbruik, en ook voor de daders.
Het evangelie vraagt dat we de gekwetste mens centraal stellen en dat onze aandacht daar naartoe gaat. Maar we mogen niet vergeten dat dit niet onze enige opdracht is.

Stelling 3: Samen gedragen verantwoordelijkheid
De positie van de Kerk in de samenleving is in de voorbije 40 jaar grondig veranderd. Er leven vele vragen over de vitaliteit van gemeenschappen, over ambt en voorganger, over overleg en verantwoordelijkheid. De Kerk staat op een kruispunt en zoekt naar nieuwe evenwichten. Er is enerzijds continuïteit en anderzijds discontinuïteit. Ook al blijven we overtuigd van de boodschap en doen we verder in parochies en bewegingen, toch kunnen we niet doen of er niets gebeurd is. Hoe hervinden we de geloofwaardigheid en het vertrouwen in de instellingen? Hoe groeien in synodaliteit en samen gedragen verantwoordelijkheid? Hoe worden we weer profetisch en geven we ruimte aan creatieve minderheden?
Hierbij speelt goede communicatie een cruciale rol.

Stelling 4: Diversiteit van ambten
Wie zal ons voorgaan en herderen, bemoedigen en versterken? We kunnen elkaar wel ‘beherderen’ maar we blijven ook geloven in onze herders. Het volk heeft recht op en nood aan herders. Maar voorgangerschap is ruimer dan het gewijde ambt. Er zijn vele charisma’s en misschien moeten we meer aandacht hebben voor de ‘voetwassers’ (diaconale dienst) dan voor de ‘broodbrekers’ (sacramentele voorgangers). God heeft vele handen en voeten nodig om zijn aanwezigheid en liefde in de wereld gestalte te geven.
De Kerk is geen democratie maar dat betekent niet dat ambten hiërarchisch gestructureerd moeten zijn. Omdat de discussie complex is, hebben we ook deskundigen nodig die helpen nadenken hoe het in de toekomst kan.

Stelling 5: Levengevende gemeenschappen
De vragen van Jambers op onze gemeenschappen leggen: ‘Waar zijn ze? Wie zijn ze? Wat doen ze?’ Hoe kunnen we leren van elkaar? ‘Niet de jongeren zijn de toekomst van de Kerk maar Christus is onze toekomst.’ (D. Bonhoeffer). Door volwassen te worden in geloof, kunnen we nieuwe vormen zoeken. Vitaliteit valt niet altijd samen met territorialiteit en we mogen niet te bang zijn om los te laten waar geen toekomst in zit. Bij dit onderwerp werd de uitwisseling sterk gekleurd door de positieve ervaringen van deelnemers. Het leven laat zich niet vangen in structuren en regels. Het vindt zijn weg in gemeenschappen die territoriaal of op een andere basis samenkomen en het geloof delen. 

Enkele vragen en kanttekeningen van de respondenten 

Begripsverheldering
Twee begrippen die voortdurend klonken vragen om een omschrijving als we elkaar goed willen begrijpen. Het eerste is het woord ‘gemeenschap’, dat wij in de Kerk voortdurend gebruiken in heel uiteenlopende betekenissen. Wat bedoelen wij als wij het woord ‘gemeenschap’ gebruiken? Mensen die elkaar bij naam kennen? Mensen met eenzelfde levensbeschouwing? Mensen die samen Kerk willen vormen of al vormen? Of hebben wij het over een samenlevingsvorm in een breed maatschappelijk perspectief?

Het tweede problematisch begrip is het woord ‘Kerk’. Gaat het over lokale groepen van mensen die territoriaal of categoriaal actief zijn? Gaat het over de Belgische bisschoppen en hun beleidsteams of de verschillende organen binnen de Kerk? Hebben wij het over Rome, over de wereldkerk? In het zaalgesprek (zoals trouwens ook in onze gesprekken daarbuiten en in de media) werd met zowel ‘ze’ als met ‘we’ gesproken over Kerk.

Een taak van het IPB zou kunnen zijn om die term voortdurend in vraag te stellen en de verantwoordelijken te dwingen hier rond duidelijkheid te creëren. Daaraan gekoppeld heeft er even iets geklonken van angst dat als ‘alle stof is gaan liggen’ en wij aan fatsoenlijke ‘damage control’ hebben gedaan, we rustig verder kunnen doen. Dan moeten we, juist vanuit de crisis van vandaag, aan iedereen die aan de Kerk wil meewerken, zeggen dat wij de term Kerk vandaag anders moeten invullen dan 6 maanden geleden. De bisschoppen zelf riepen ertoe op in hun brief na het ad limina-bezoek in mei, om vanuit de problematiek een fundamentele reflectie over gezagsuitoefening te houden.

De taal die we gebruiken, kan verschillend zijn en het is goed om ons daarvan bewust te worden. Het ging in dit Forum over hervorming, over veranderen en bekeren. Drie taalsoorten: de organisatorische en managementtaal vertaalt zich in hervormingen, de maatschappelijk gerichte taal gebruikt veranderen en de theologie spreekt van bekering.

Verder werd in het gesprek duidelijk dat we structuur niet mogen verwarren met cultuur, dat synodaliteit niet hetzelfde is als democratie en dat ambt niet samenvalt met klerikaliteit.

Twee aandachtspunten
Pedofilie en alles wat daarmee bovenkomt is een ‘symptoom’. Wij stellen ons voortdurend de vraag wat hieronder zit, waar komt dit vandaan? Dit vraagt om een diagnose. We merken al maanden dat iedereen analyseert en concludeert vanuit zijn eigen perspectief en tot conclusies komt die men tevoren al had. Dit is op zich helemaal niet problematisch. Vanuit de crisis formuleren we sterker wat we op voorhand al vonden. Maar omdat iedereen dat vanuit het eigen perspectief doet, geven dezelfde symptomen soms tegengestelde diagnoses. Dan is het goed dat er fora zijn waarop deze met elkaar in verband, in gesprek, in confrontatie gebracht worden.

Een tweede aandachtspunt: enkele keren klonk er een soort ‘tegenstelling’, een tegenover elkaar zetten van Jezus en evangelie enerzijds en Kerk anderzijds. Alsof er een soort van rechtstreekse onbemiddelde band is met wat Jezus zou doen en wat Hij vindt en wat het evangelie betekent. Die onbemiddeldheid die hieronder gesuggereerd wordt, klopt eigenlijk niet. Want er is interpretatie nodig via de traditie. We kunnen niet rechtstreeks van Jezus naar vandaag, naar onszelf, naar de maatschappij, naar de Kerk gaan.

Die traditie en die interpretatie moeten wij verhelderen. Want elke interpretatie houdt risico’s in. Een eerlijk gesprek over argumenten helpt om niet vast te lopen. Mag de vraag gesteld worden naar traditionele hiërarchische gezagsuitoefening? Mag tegelijk ook gevraagd worden of alles wat van onderuit gebeurt goed is? Want er zijn ook geloofsgemeenschappen die samen sterke beslissingen zouden kunnen nemen, die volgens de grote meerderheid van de mensen hier onevangelisch zijn. Wil dat dan zeggen dat het in orde is omdat het van onderuit komt? Een taak van het IPB is dan ‘te blijven doen wat ze doet’ namelijk meewerken aan de gelovige interpretatie vandaag.