Sleutelwoorden en synthetische blik

Clustering van de sleutelwoorden

Voor de pauze werd aan de forumleden gevraagd om 3 prioritaire sleutelwoorden aan te duiden. Tegelijk werden de woorden zelf samengebracht in drie clusters. Een rond samengedragen verantwoordelijkheid en de verhouding tussen de lokale gemeenschappen en de grotere gehelen zoals een federatie of decanaat. Een tweede werd gevormd rond de heilige Geest en wat met bezieling en liturgie te maken heeft. Een derde groep sleutelwoorden cirkelde rond de openheid naar en verbinding met de bredere samenleving. Wat volgt is een echo van het zaalgesprek dat na de pauze werd gehouden.

Lokale gemeenschappen zijn de basis waar mensen thuiskomen in geloof en van waaruit ze verdere stappen kunnen zetten. In het bisdom Poitiers bevestigt de kerkelijke overheid de lokale ploeg van leken. Hun engagement is beperkt in de tijd: 3 jaar, eventueel verlengbaar met een tweede periode van 3 jaar. Daardoor wordt enerzijds een vorm van continuïteit bemoeilijkt maar anderzijds laat zo’n beperking toe dat er vernieuwing en verjonging komt. Een engagement van 3 jaar is voor heel wat mensen ook aantrekkelijker juist omdat het beperkt is in de tijd.
Om samen verantwoordelijkheid op te nemen is zeker ook vorming nodig. Leken moeten ruimte krijgen binnen hun opdracht om een vorming te volgen. Er is heel wat talent aanwezig dat nu nog niet tot zijn recht komt.
Er is een spanning tussen de schaalvergroting die nu op heel wat plaatsen wordt doorgevoerd en de schaalverkleining in de lokale gemeenschappen. Aansluiten bij een buurparochie ligt dikwijls moeilijk omdat de sfeer, de gebruiken, de mentaliteit er anders zijn. De nadruk ligt dan op het verschil en niet op wat verbindt, namelijk dat we samen christen zijn en elkaars naasten. Het lokale niveau en de grote kerkgemeenschap hebben elkaar nodig. In KVLV bijvoorbeeld gebeurt het vormingsaanbod op nationaal niveau.
Levende geloofskernen kunnen ook bestaan op niet-territoriale basis. Gemeenschap groeit soms rond diaconale inzet voor anderen. We denken hierbij aan wat vorig Forum klonk over de broodbrekers (liturgische gemeenschap) en de voetwassers (dienst aan de medemens). Alphons Borras stelt dat de klassieke territoriale parochie niet zal verdwijnen maar wel gerelativeerd worden en aangevuld door andere vormen van gemeenschap. Dit zien we nu al bij een abdij of spiritualiteitsbeweging. 

De tweede cluster cirkelt rond heilige Geest en spiritualiteit. Die zijn motor en humus van de opbouw van gemeenschap. In het voedsel dat we nodig hebben, hebben eucharistie en gebed een belangrijke plaats. Zonder liturgie trappen we op onze adem en houden we niet vol. We kunnen veel initiatieven nemen maar de creativiteit en de energie moeten van de Geest komen.

 In de derde cluster van sleutelwoorden lag de nadruk op openheid naar buiten. Er is een open dialoog nodig met de samenleving waarbij we als christenen bereid zijn om te leren. Openheid maakt verandering mogelijk. En dat geldt dan ook voor de binnenkant van de Kerk, voor onze instituten en structuren. Openheid om te aanvaarden dat anderen ons iets te zeggen hebben. Slechts dan kunnen we geloofwaardig bijdragen tot een warmere samenleving. Inzetten op vrouwen kan daartoe zeker bijdragen. Maar ook alles wat verbindingen tussen mensen mogelijk maakt en helpt groeien, bevordert de groei van wat wij als christenen het Rijk Gods noemen.
Jongeren zijn op zoek naar gemeenschap maar ervaren nogal wat drempels om bijvoorbeeld in parochieverband of op niveau van een federatie samen te komen. Er moet op de eerste plaats iets zijn dat hen verbindt. Een aantrekkingskracht die hen in beweging zet.

 

Synthetische blik van de respondenten

Aan het einde van de voormiddag kwamen drie respondenten aan het woord. Christa Damen, Didier Vanderslycke en Wim Vandewiele vertelden wat hen was opgevallen.

Als motor en bezieler werd de Geest herhaaldelijk genoemd. Het evangelie is de bron voor de navolging van Christus. Daarbij zijn we elkaar tot tochtgenoot en steun in levende gemeenschappen naar het model van de gemeenschap in God zelf. Vader, Zoon en Geest, verscheiden en toch één.
Vitale gemeenschappen werken als magneten. Ze trekken mensen aan. Want in ons leeft een verlangen naar gemeenschap. Maar er zijn ook de vele obstakels van het concrete dagelijkse leven die ons verhinderen om er tijd in te investeren.
Er bestaat een grote diversiteit in gemeenschapsvorming. Daarbij is het lokale niveau belangrijk maar tegelijk is inbedding in een groter geheel een meerwaarde. Naast de formule van territoriaal gebonden groepen zijn er modellen waarbij mensen op andere manieren met elkaar verbonden zijn. De spiritualiteitsbewegingen en de categoriale pastoraal zijn daarvan voorbeelden.
Vitaliteit en kwaliteit van een gemeenschap worden mee bepaald door de openheid, gastvrijheid, hartelijkheid en de zorg van de leden voor elkaar en naar buiten. Materiële ondersteuning door geld en gebouwen is noodzakelijk. Het klassieke netwerk van parochiezalen vervult een sociale cohesiefunctie. Niet iedereen voelt zich thuis in een cultureel centrum. Vraag daarbij is hoe we deze accommodatie naar de toekomst toe kunnen bewaren?
Inzetten op een warme samenleving betekent dat we de economische waarden en de structuren van systemen onder kritiek plaatsen. Het evangelie daagt ons uit om profetisch te durven zijn. Daarbij kan de meer synodale aanpak van Poitiers inspiratie bieden.
Openheid kwam ter sprake onder verschillende vormen: gewilde openheid, verkennende openheid, experimentele openheid. In hoeverre staan we open voor de zinzoekers en hun vragen? Het luik van de verkondiging heeft bijna niet geklonken. Je wordt niet vanzelf gelovig maar ontvangt het van anderen. Hoe kunnen we in de verkondiging tegelijk voorgegeven inhouden en vormen doorgeven en recht doen aan de context en de concrete mensen voor ons?
Waardering van de anderen om wat ze doen en wie ze zijn, draagt bij tot die warme samenleving waarover sprake was. Laat elk talent beschikbaar zijn. Laten we veeleer mensen vragen dan te wachten tot ze zich aanmelden om iets te doen. Laten we hen aanspreken en daardoor uitdrukken dat we geloven in hen. Dat we geloven in hun bijdrage in onze geloofsgemeenschap. Waar nodig, moet dan ook de vorming gegeven worden zodat mensen hun verantwoordelijkheid kwaliteitsvol kunnen opnemen.

 Forum 4 december 2010