Overleg en verantwoordelijkheid

Op zaterdag 26 februari 2011 stond het Forum van het IPB stil bij de manier waarop geloofsgemeenschappen omgaan met overleg en verantwoordelijkheid. Aan vier mensen werd gevraagd een inbreng te doen vanuit hun gemeenschap. Elk sprak vanuit andere ervaringen. André Kalumba als pastoor in Houthalen, Geert Hendrix als lid van De Brug in Lier, Caroline Van Audenhoven als parochie-assistente in de Sint-Antoniusparochie van Leuven en Pieter Nolf vanuit de Interdiocesane Jeugddienst.
Met de Forumleden werd daarna een gesprek gevoerd over de elementen die het overleg en de te nemen verantwoordelijkheden bepalen. In die discussie werden ook spanningsvelden en vragen blootgelegd.

De gemeenschap responsabiliseren en bemoedigenandr_kalumba_2
André Kalumba, een Congolese scheutist, is samen met 2 andere priesters verantwoordelijk voor 6 parochies in de federatie Houthalen. Hij heeft resoluut gekozen voor het kerkmodel van Vaticanum II. ‘In de gemeenschap zijn we allen fundamenteel gelijken door ons doopsel.’ Als priester is het zijn taak om het verantwoordelijkheidsgevoel wakker te maken bij de leden van zijn parochies. Hij ziet de gemeenschap niet zozeer als object van een pastoraal maar als subject. ‘We hebben een gezamenlijke opdracht waar te maken’ zei Kalumba. Zelf neemt hij zo weinig mogelijk taken op zich. De verantwoordelijkheid voor het secretariaat, de lokalen, de boekhouding en zoveel meer, vertrouwt hij toe aan anderen. Als priester wil hij dan vooral aanwezig zijn en mensen ondersteunen en bemoedigen in de taken die ze opnemen.
Ook al blijft hij als pastoor juridisch de eindverantwoordelijke, er is een open overleg en een samengedragen zorg en verantwoordelijkheid. Dialoog is de logica van het samenwerken. De Godsopenbaring zelf is immers een dialogaal gebeuren.

Aantrekkingskracht van het Woord en de liederengeert_hendrix
Op zondagen trekt de Brug in Lier zo’n 100 mensen aan die samen liturgie willen vieren. Deze liturgische gemeenschap telt vijf theologisch geschoolde voorgangers. Daarnaast spelen de musici een belangrijke rol. De liturgie is opgebouwd rond een Bijbelverhaal en de keuze van de liederen sluit daarbij aan.
Alles berust op vrijwillige inzet. Er is geen hiërarchische structuur maar er zijn wel vormen van georganiseerd overleg. De leden zelf spreken van ‘onderling pastoraat’. Een persoon kan een initiatief nemen en dat voorstellen aan de anderen. Zo ontstaan groepjes die concrete initiatieven organiseren zoals meditatie, schriftbespreking, lieddagen of leerhuisavonden.
Nieuwe mensen worden vaak aangetrokken door de schoonheid van de liturgie of door het zingen en de muziek. Ze ervaren in de Brug een grote vrijheid om te komen en te gaan. Op die manier worden zoekers geraakt en blijven ze soms terugkomen.

Ontmoetingsmomenten als informeel overleg
Caroline Van Audenhoven is parochie-assistente in een kleine maar dynamische parochie in Leuven. Deze gemeenschap heeft sinds 2006 geen residerend priester meer maar kan voor drie op de vier zondagen rekenen op enkele gepensioneerde missionarissen om de eucharistie voor te gaan. De viering zelf wordt in de parochie voorbereid.caroline_van_audenhovenGemeenschapsopbouw is heel belangrijk zowel in de zondagse samenkomsten als daarbuiten. De vieringen zijn kindvriendelijk en er is een koor dat de samenzang ondersteunt. Na de viering is er een ontmoetingsmoment waar kan nagepraat worden. Ook de repetities van het koor, de feesten en de jaarlijkse wandel- en fietstocht in de lente bieden kansen om elkaar te ontmoeten. In de herfst trekt de parochie er elk jaar voor een weekend tussenuit. Dat doen ze al 24 jaar en telkens met een 80-tal deelnemers tussen de 0 en 85 jaar.
Na elke activiteit wordt er nagekaart om uit te spreken wat goed was en wat minder goed. Deze evaluatie wordt bij een volgende planning weer bovengehaald. Elke activiteit heeft een eigen eindverantwoordelijke. De helpende handen die nodig zijn, worden gevraagd op het einde van de zondagse viering of via een telefoontje of een mailtje. Bij het voorbereidend werk is er meestal ook tijd voorzien om samen te aperitieven of een kop koffie te drinken. Dat informele draagt bij tot de gemeenschapsopbouw.
De parochieploeg bestaat uit 4 leden en werkt goed samen met de kerkraad en de verantwoordelijken voor het tijdelijke. Niemand zit er om zelf prestige te hebben of macht maar iedereen werkt vanuit een houding van dienstbaarheid aan de gemeenschap 

Nomadische christengemeenschappen
pieter_nolf_2
De Interdiocesane Jeugddienst heeft contacten met ongeveer 220 groepen van jongeren tussen 12-18 jaar. Het gaat daarbij meestal om een of andere vorm van plusserswerking. In de voorbije jaren is hun band met de lokale parochie verminderd maar hun contacten met IJD zijn toegenomen. Deze jongeren zoeken aansluiting voor hun geloof en vinden dat blijkbaar niet gemakkelijk in hun territoriale parochie.
Voor de wat oudere jongeren (16-25 à 30 jaar) beschreef Pieter Nolf een vrij nieuw fenomeen. Zij vormen als het ware een nomadische geloofsgemeenschap over de grenzen van bisdommen heen en zelfs over de landsgrenzen. In Vlaanderen gaat het over zowat duizend jongeren die deelnemen aan jongerenvieringen, Taizé gebedsavonden, WJD en andere grote events. Ze trekken van de ene naar de andere plaats omdat ze via hun sociale netwerken uitgenodigd worden en warm gemaakt. Ze spreken af om ergens naartoe te gaan om elkaar weer te zien en samen iets mee te maken. Dat laatste moet authentiek en kwaliteitsvol zijn en een hoog geloofsgehalte hebben.
Ze vormen op die manier een fluïde gemeenschap met vriendschap als motor. Overleg en verantwoordelijkheid zijn geen issue voor hen. De groep organiseert zich als vanzelf via Facebook en andere netwerken. Het is een wereld van jongeren onder elkaar ook al zijn de meeste events wel aangeboden of georganiseerd door volwassenen. Binnen de groepen is er ruimte voor iedereen, ook voor de sociaal zwakkere jongeren.
Deze jongeren hebben meestal geen band met een territoriale structuur. Omdat ze single zijn of als jong koppel zich gemakkelijk kunnen verplaatsen, gaan ze waar ze leven vinden. Maar wat gebeurt er zodra ze zich ergens vestigen en een gezin hebben?