Vrouwen in de Kerk

vrouwendag_2015

Paus Franciscus: Meer ruimte en verantwoordelijkheden voor de vrouw, ook in de Kerk

Paus Franciscus doet een oproep “om in het leven van de Kerk meer ruimte te bieden aan de vrouw”: “er is een meer verspreide en ingrijpende aanwezigheid van de vrouw nodig in de gemeenschappen”, “in pastorale verantwoordelijkheden, begeleiding van personen, gezinnen en groeperingen, en ook in de theologische reflectie”. Hij moedigt meer bepaald aan “nieuwe modaliteiten te bestuderen opdat vrouwen niet de indruk hebben geherbergd te worden, maar dat zij volkomen kunnen deelnemen aan het sociale en Kerkelijke leven”: “een uitdaging die niet langer kan uitgesteld worden” omdat “de Kerk vrouwelijk is, de Kerk is “zij” niet “hij”.

Volledige tekst toespraak voor de voltallige zitting van de Pauselijke Raad voor de Cultuur, die plaatshad van 4 tot 7 februari 2015, rond het thema: “Vrouw en cultuur: tussen gelijkheid en verscheidenheid”.

Debat: moeten vrouwen leiden in de Kerk?

vrouwendag_2015

In het kader van de Internationale Vrouwendag vond zondag 8 maart 2015 een debat plaats te Leuven. Josian Caproens was een van de panelleden.
Link naar verslag

 

Jongeren en armoede

Forum 21 mei 2011

Bijbelse achtergrond van armoedebestrijding
Inleiding en bezinning door Carine Devogelaere

Jeugdbewegingen werken samen tegen armoede
Griet Peters stelt het jaarthema 2011-2012 voor

Kinderen in armoede
Lieve Machiels over kinderen op het spoor komen via de basisschool

Lokale engagementen naar kwetsbare jongeren en gezinnen
Diederik Janssens, coördinator Welzijnsschakels

In 2009 werkte het IPB rond het thema opvoedingsondersteuning. Een handige minibrochure met vragen en voorbeelden werd toen gepubliceerd.

Elementen om verder mee te nemen

elementen_om_verder_mee_te_nemen

Volgens het kerkelijk recht is een priester de eindverantwoordelijke voor een parochie. Dat neemt niet weg dat een verregaande taakverdeling met gedelegeerde verantwoordelijkheden mogelijk is. Er werden voorbeelden aangehaald uit andere, niet Europese landen, waar de priester een veel groter gebied bedient. De lokale gemeenschappen steunen daar volledig op teams van lekenvrijwilligers, zowel mannen als vrouwen. De priester is er veel meer een bezieler en komt op regelmatige momenten langs om voor te gaan in de eucharistie en ook andere sacramenten toe te dienen. Ook in het model van het bisdom Poitiers (zie vorig Forum 4 december 2010) heeft de priester veel meer een taak als moderator. Dat veronderstelt een gemeenschap die zich bewust is dat ze zelf een opdracht heeft voor het geloofsleven van haar leden.

Read more

Overleg en verantwoordelijkheid

andr_kalumba_2

Op zaterdag 26 februari 2011 stond het Forum van het IPB stil bij de manier waarop geloofsgemeenschappen omgaan met overleg en verantwoordelijkheid. Aan vier mensen werd gevraagd een inbreng te doen vanuit hun gemeenschap. Elk sprak vanuit andere ervaringen. André Kalumba als pastoor in Houthalen, Geert Hendrix als lid van De Brug in Lier, Caroline Van Audenhoven als parochie-assistente in de Sint-Antoniusparochie van Leuven en Pieter Nolf vanuit de Interdiocesane Jeugddienst.
Met de Forumleden werd daarna een gesprek gevoerd over de elementen die het overleg en de te nemen verantwoordelijkheden bepalen. In die discussie werden ook spanningsvelden en vragen blootgelegd.

Read more

Sleutelwoorden en synthetische blik

Clustering van de sleutelwoorden

Voor de pauze werd aan de forumleden gevraagd om 3 prioritaire sleutelwoorden aan te duiden. Tegelijk werden de woorden zelf samengebracht in drie clusters. Een rond samengedragen verantwoordelijkheid en de verhouding tussen de lokale gemeenschappen en de grotere gehelen zoals een federatie of decanaat. Een tweede werd gevormd rond de heilige Geest en wat met bezieling en liturgie te maken heeft. Een derde groep sleutelwoorden cirkelde rond de openheid naar en verbinding met de bredere samenleving. Wat volgt is een echo van het zaalgesprek dat na de pauze werd gehouden.

Read more

Opbouwende elementen en voorwaarden

‘Opbouwende elementen en voorwaarden voor levende geloofsgemeenschappen’ was het onderwerp van de Forumbijeenkomst van het IPB op zaterdag 4 december 2010. Ondanks het winterweer waren de leden talrijk aanwezig om te luisteren naar de voorstelling van vier verschillende modellen van gemeenschapsopbouw. Naast het territoriale model kwam gemeenschapsvorming aan bod in een spiritualiteitsbeweging, in de kringen rond een abdij en in een vrouwenorganisatie uit het middenveld. Alle aanwezigen konden daarna aangeven welke elementen zij het belangrijkst vonden voor vandaag en voor de toekomst. In het zaalgesprek dat daarop volgde, werd reliëf aangebracht in de genoemde sleutelwoorden. Om samen verantwoordelijkheid op te nemen is vorming nodig maar ook bezieling vanuit het evangelie en openheid voor nieuwe uitdagingen. De geloofsgemeenschap is er niet voor zichzelf maar investeert in een warme en gastvrije samenleving. Verbondenheid en engagement krijgen gestalte in en vanuit de lokale gemeenschappen en in grotere gehelen en netwerken. Stof genoeg om nog verder uit te werken.

Viermaal gemeenschap

Read more

IPB en jeugdbewegingen

Het IPB en de netwerkdroom van de jeugdbewegingen 

Vrijdag 20 oktober 2006 staan de jeugdbewegingen in de kijker. Zij spreken in hun open brief hun dankbaarheid uit naar de ouders, de buurt en de overheden. Ze roepen daarbij op tot het verder uitbouwen van een netwerk op de verschillende niveaus.
Het IPB ondersteunt die droom ten volle en van harte. Het IPB wijdde in de loop van vorig jaar twee bijeenkomsten aan de werking en de meerwaarde van de jeugdbewegingen. Hieruit kwam een statement/werktekst naar voor die deze week bekrachtigd werd door de werkgroep ‘Jeugdbewegingen’. Ook daar werd het verlangen geuit dat datgene wat op het interdiocesane niveau kon waargemaakt worden ook op het lokale niveau zou plaatsvinden, namelijk een dialoog ontwikkelen tussen de parochie of plaatselijke geloofsgemeenschap en de jeugdbeweging. Op sommige plaatsen lukt dit al, op andere kan er werk van gemaakt worden.
Het IPB wil daarbij onderstrepen dat het bestaan als jeugdbeweging zelf een uitdrukking is van een christelijk project dat de zoektocht naar wat belangrijk is voor mens en samenleving vandaag kan uitdrukken. Beginselen als gemeenschap vormen, oog hebben voor zwakken en kansarmen, voor jongeren van allerlei pluimage, en niemand uitsluiten in hun beweging, zijn getuigen van een grondhouding die in onze samenleving niet meer als vanzelfsprekend wordt ervaren. Op die manier is hun aanwezigheid een voortdurende confrontatie met en een bewustwording van wat er gebeurt in onze samenleving. Daarom willen we hun werking ook van harte ondersteunen en hun droom van een lokale integratie mee onderschrijven.
Het IPB roept daarom alle verantwoordelijken van plaatselijke geloofsgemeenschappen (priesters, parochieassistenten en pastorale werkers, diakens, proosten, godsdienstleerkrachten, religieuzen, catechisten, leden van parochieteams, enzovoort) op om het gesprek met de jeugdbewegingen te voeren. De IPB-werktekst kan een goede handleiding zijn om dit gesprek op gang te brengen of bepaalde punten onder de aandacht te brengen. De vertaling naar de concrete realiteit dient wel ter plekke te gebeuren. Die is te zeer afhankelijk van de eigenheid van mensen en gemeenschappen. In dat gesprek is het belangrijk dat ruimte wordt gegeven aan de eigen wijze van kerk-zijn van een jeugdbeweging zonder hen meteen structureel vast te zetten. Het is namelijk in hun ‘verantwoordelijkheid in vrijheid’ dat hun project ten volle kan slagen.
Het IPB wenst die dialoog alle succes toe! En zo wil ze haar dankbaarheid uitdrukken naar de jeugdbewegingen.

Jeugdbewegingen – IPB
Statement/Werktekst

Op 8 oktober 2005 organiseerde het IPB een Forum dat in het teken stond van de dialoog met de Vlaamse katholieke jeugdbewegingen. Bij deze ontmoeting werd duidelijk dat de  jeugdbewegingen en het IPB inzake de actuele ontwikkeling van kerk en samenleving op vele vlakken dezelfde visie en bekommernissen delen. Dit overleg gaf aanleiding tot onderstaande werktekst, die als basis kan dienen voor verder overleg in het IPB, in de verschillende jeugdbewegingen en op verschillende niveaus van kerk en samenleving.

1.      Het IPB gelooft in de zinvolheid van het jeugdwerk dat zich tot doel stelt jongeren in hun vrije tijd samen te brengen voor activiteiten die gebaseerd zijn op specifieke waarden en gebruik maken van specifieke methoden.
2.      Het IPB onderschrijft dat de christelijk geïnspireerde jeugdbewegingen als volwaardige elementen van de kerkgemeenschap erkend moeten blijven en dat het voor de Kerk belangrijk is om daarin te blijven investeren.
3.      Het IPB onderschrijft de algemene doelstelling van de jeugdbewegingen om jongeren op te voeden tot bewuste en verantwoordelijke leden van de samenleving. Een goed voorbeeld is het jaarthema 2005-2006: “VerdraaiDe wereld”, dat de uitdrukking is van een gezamenlijke bekommernis van de jeugdbewegingen voor de Noord-Zuidverhoudingen. Ook in de aandacht voor het milieu en andere thema’s wordt de verantwoordelijkheid aangescherpt.
4.      Het IPB onderschrijft ten volle de beleidsoptie van non-discriminatie, waarbij jeugdbewegingen zich open stellen voor alle jongeren zonder onderscheid van stand, huidskleur, cultuur, religie, levensbeschouwing of geaardheid – uiteraard binnen de geest en de eigen doelstellingen van elke jeugdbeweging – en waarmee de jeugdbewegingen model willen staan voor een samenleving die niet discrimineert en waar waarden als solidariteit en verdraagzaamheid, diepgang en authenticiteit op de voorgrond staan.
5.      Het IPB onderschrijft de vraag van de jeugdbewegingen naar steun en begrip voor de eigen manier van werken, die afgestemd is op de levensfase waarin jongeren kansen moeten krijgen om zichzelf en de wereld te leren kennen. De methode van het jeugdwerk is terecht gebouwd op spel, experiment, engagement en samen zijn. Het IPB beschouwt de jeugdbeweging als een waardevol oefenveld voor de grote samenleving.
6.      Het IPB vindt het belangrijk dat jeugdbewegingen bij leiding en leden maatschappelijke en ethische thema’s ter sprake brengen. Het IPB vindt het pedagogisch waardevol dat deze thema’s aanleiding geven tot gesprek, duiding, standpuntbepaling en concreet engagement of actie. Het IPB onderschrijft de vraag naar het beschikbaar stellen en het vormen van goede begeleiders.
7.      Het IPB onderschrijft de aandacht van de jeugdbewegingen voor diepere waarden en zingeving, meer in het bijzonder de inspiratie van het evangelie en de persoon van Jezus Christus, die expliciet aan bod kunnen komen in momenten van viering, bezinning en gebed. Het IPB onderschrijft tevens de vraag naar kansen tot inspraak in alle geledingen van het kerkelijk beleid om in permanente dialoog gestalte te kunnen geven aan een open en dynamisch kerkmodel. 
8.      Het IPB onderschrijft het grote belang van kwalitatieve leidersvorming zowel op het vlak van pedagogiek en methodiek als op het vlak van inspiratie en identiteit. Het IPB is er zich sterk van bewust dat het jeugdwerk de basis legt voor het engagement van de volwassenen. Daarom steunt het de vraag naar geregeld contact, overleg en samenwerking met de andere geledingen van het christelijk middenveld.

19 oktober 2006

Vijf stellingen voor het gesprek

  • 1. De crisis dwingt de Kerk ertoe grondig te reflecteren over haar plaats in de samenleving. Ze geeft de Kerkeen extra duw in de rug om bewust stil te staan bij wat haar eigenlijke opdracht is vanuit het evangelie en om ernstig werk te maken van veranderingen.
  • 2. Het is nu vooral de opdracht van de Kerk om zorg te dragen voor de slachtoffers. Slachtoffers moeten er een luisterend oor vinden. De Kerk moet hen opvangen in een gelovig-pastorale context, naar hen luisteren en hen liefdevol omringen.
  • 3. De klerikale cultuur moet worden doorbroken, willen we komen tot een eerlijker overleg in de Kerk. De huidige overlegorganen spelen, zowel op het vlak van advies als beleidsmatig, niet werkelijk mee.
  • 4. De Kerkmoet nu werkelijk het debat aangaan over het ambt. Het ambt moet eerst in zijn totaliteit herbekeken worden. We pleiten voor een diversiteit van ambten en bedieningen zodat, naast celibataire mannen, ook vrouwen en gehuwden kunnen delen in de verantwoordelijkheid voor de opbouw van de geloofsgemeenschap.
  • 5. We moeten concreet nadenken over vitale geloofsgemeenschappen en hoe die zich kunnen organiseren in onze samenleving. Geloofsgemeenschappen moeten meer zelf verantwoordelijkheid krijgen, waarbij niet alles aangestuurd hoeft te worden van ‘hogerhand’.