Een frisse wind door de Kerk met Fresh Expressions of Church

a_fresh_expressions_journey

Kerk in Engeland trekt missionaire kaart
Engeland heeft in de laatste decennia uitdrukkelijk naar mogelijkheden gezocht om traditionele kerken en nieuwe vormen van kerk-zijn samen te denken. De Engelse kerk wil op die manier kerk zijn en vormen voor alle inwoners van het land. In het laatste decennia zijn er in Engeland een 2.000-tal Fresh Expressions of Church ontstaan. De Fresh Expressions-beweging is een Anglicaans-methodistisch initiatief dat zich oecumenisch profileert. Naast Engeland, zijn er vandaag ook Fresh Expressions-initiatieven te vinden in Canada, Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Barbados, Zwitserland, Duitsland en Zuid-Afrika. Meer info is te vinden op www.freshexpressions.org.uk.

De voormalige aartsbisschop van Canterbury, Rowan Williams, sprak in 2004 in het rapport Mission-Shaped Church van een gemengde economie binnen de kerk (mixed economy church), om het bestaan van traditionele of gevestigde kerken naast nieuwe vormen te benoemen. Het rapport roept op tot nieuwe expressies van kerk-zijn en de titel van het rapport verwijst naar wat Fresh Expressions in de kern willen zijn. Hun vertrekpunt is missie, hun eindpunt kan kerk zijn en niet omgekeerd. Het rapport verdedigt de idee van een variëteit aan kerken in het huidig sociologisch landschap van Engeland. Katholiciteit staat voor een eenheid in diversiteit: een diversiteit van kerken binnen het ene Lichaam van Christus.

Read more

Diaconaal bewogen

Toen de Duitse bezettingsmacht na de capitulatie in mei 1940 greep trachtte te krijgen op heel de Nederlandse samenleving, werden verordeningen uitgevaardigd die onder meer ook tot doel hadden het diaconale werk van de Hervormde Kerk onder nationaalsocialistisch regiem te brengen. De machthebbers gingen er blijkbaar van uit dat het in de diaconie niet om een “godsdienstige”, maar om een “gewoon menselijke” aangelegenheid ging waarin de eigenheid van christelijk geloof en Kerk niet in het geding was. De Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ging in het verweer en kreeg zelfs gelijk door het volgende te stellen: “Wie de diaconie aantast, belemmert de Kerk in de uitoefening van een haar door Christus opgedragen taak. Dit belemmeren tast de eredienst aan.”

Hoe zouden onze parochies, hoe zouden wij reageren mocht de overheid ons verbieden nog diaconaal bezig te zijn?

Diaconie is een van de pijlers van de christelijke gemeenschap. Al van bij het begin van de gesprekken over de reorganisatie van de territoriale pastoraal heeft het IPB aandacht gevraagd voor de diaconie. Zowel door de schaalvergroting als door de maatschappelijke tendensen van professionalisering dreigt deze uit het blikveld te verdwijnen. Tijdens het Forum van 5 oktober 2013 richtten we daarom uitdrukkelijk de aandacht op deze opdracht van elke christen. Er werden vier thematische gesprekgroepen gevormd. Diaconie in de territoriale pastoraal kwam aan bod in een reflectie over de plaats van diaconie in de territoriale reorganisatie en in een groep die sprak over hoe diaconie groeit van onderuit. Twee andere gespreksgroepen dachten na over aspecten van diaconale organisaties. De ene groep had het over vrijwillige en professionele medewerkers, de andere over de christelijke inspiratie in solidariteitsorganisaties anno 2013.

Diaconie is de hartenklop van de gemeenschap

Filip Carpentier, nationale pastor KAJ en zelf diaken, en Pieter Vandecasteele, coördinator van het Netwerk voor Rechtvaardigheid en Vrede, verwezen in hun korte inleiding naar de encyclieken Deus Caritas est (2012) en Populorum Progressio (1967). In de encycliek over de vooruitgang van de volkeren eindigt paus Paulus VI met een oproep aan zeer verschillende groepen van mensen. Daardoor maakt hij concreter wat de bijdrage kan zijn van zowel het kerkelijke als politieke beleid als van de pers en van alle mensen van goede wil. Met het IPB willen we dit beraad ook vertalen in oproepen aan betrokken instanties en groepen. Daarover meer in een volgend nummer van Transparant.

Het wezen van de Kerk drukt zich uit in een drievoudige opdracht: verkondiging van het Woord van God (kerugma-marturia), viering van de sacramenten (leiturgia) en het dienstwerk van de liefde (diakonia). Het zijn opgaven die elkaar wederzijds veronderstellen en die niet van elkaar los te maken zijn. De dienst van de liefde is voor de Kerk niet een soort welzijnswerk dat men ook aan anderen zou kunnen overlaten, maar hoort tot haar wezen en is een onmisbare uitdrukking van haar wezen.
(Deus Caritas est 25)

Diaconie in de territoriale pastoraal

Is het wel echt zo dat de diaconie in onze plaatselijke gemeenschappen afneemt? Heel veel gebeurt ongezien of ongeweten. Wat van onderuit komt, is meestal veel minder gestructureerd en daardoor ook kwetsbaarder. Nogal wat initiatieven worden door enkele mensen genomen en zijn tijdelijk. Wanneer de leidende figuren ermee stoppen, dooft het project uit. Maar intussen is er misschien door anderen al iets nieuws gestart.

De typische kerkelijke diaconie is plaatsgebonden. Dat geeft haar herkenbaarheid en maakt haar vindbaar. In de reorganisatie, die dikwijls met een schaalvergroting gepaard gaat, zal een nieuwe plaatselijkheid uitgewerkt moeten worden. We zullen moeten inzetten op contactpersonen en die bijvoorbeeld ook vermelden op de eigen bladzijde van het parochieblad.

De inspiratie voor het project ‘Diaconie op de kaart’ in het bisdom Brugge werd gehaald in Nederland. In de protestantse gemeenten is diaconie lokaal meer uitgewerkt en gestructureerd. Het project wil parochies helpen om wat er aan diaconie is, zichtbaar te maken in hun gemeenschappen. Maar tegelijk is het bedoeld om op het spoor te komen van mensen die uit de boot vallen. Dat is een belangrijke oefening voor elke christelijke gemeenschap. Soms gaat het over bepaalde groepen, soms zijn het individuen. Wie helpt ons kijken? Op sommige plaatsen zijn er afspraken met het OCMW. Wie daar niet kan geholpen worden, mag doorverwezen worden naar de parochie.

De zorg voor de medemens kan zich ook uitdrukken in financiële ondersteuning. In Vlaanderen is er echter in de voorbije jaren een zeker wantrouwen gegroeid naar de grote solidariteitsacties. Mensen geven liever aan wie ze zelf kennen en weten graag wat er met hun geld gebeurt. In parochies worden die lokale acties soms mee gedragen door in de zondagsvieringen een collecte te organiseren. Toch blijft het een uitdaging om ook in vertrouwen te geven aan mensen die verderaf staan. En geldelijke steun kan een concrete inzet niet vervangen. Anders lijkt het alsof we onze diaconale opdracht afkopen.

Diaconie en eucharistie zijn onlosmakelijk verbonden. Maar diaconie is ook verbonden met missionair engagement. Ze mag geen praktijk zijn die zich enkel richt op eigen mensen. Vaak is de inzet ingebed in een groter geheel op gemeentelijk vlak of ingebed in een organisatie die een bepaald probleem professioneel aanpakt. Daar zit een risico in, namelijk dat mensen zich onbevoegd verklaren en de parochie dan enkel nog een doorverwijsfunctie heeft.

Het begon met kerstkaarten schrijven aan gevangenen. Toen kwam de vraag of we misschien wilden zingen in de kerstviering in de gevangenis. Maar dat viel zo goed mee dat we gevraagd werden om regelmatig te komen zingen in de zondagsviering. En ondertussen zijn er ook enkelen van ons die op bezoek gaan in de gevangenis.

Het is belangrijk om in parochies ruimte te scheppen opdat wat van onderuit aan diaconie groeit, erkenning kan krijgen. Soms kan een klein initiatief dat voor een bepaalde gelegenheid genomen wordt, verder uitgroeien tot een meer permanent engagement.

Diaconale bewegingen

In heel wat bewegingen werken professionele krachten en vrijwilligers nauw samen. Voor beide groepen is het belangrijk dat de bron van hun engagement kan benoemd worden. Organisaties zijn op zoek naar woorden om over hun christelijke inspiratie te spreken. Vrijmoedig spreken over Jezus Christus als diepste motivatie en tegelijk open zijn voor de heel andere levensbeschouwing en motivatie van de ander is in de praktijk niet eenvoudig. Het vraagt vorming en er moet ook expliciet tijd voor gemaakt worden. Want Vlamingen zijn traditioneel zeer sterk in het doen. We vergaderen om plannen te maken en concrete afspraken.

Er is nood aan goede communicatie tussen de grotere solidariteitsorganisaties en de lokale gemeenschappen. Hoe komen de vragen en ervaringen van de plaatselijke werkgroepen of afdelingen ter sprake op supralokaal niveau? Wie brengt de inspiratie onder woorden? Wie zorgt voor vorming?

Waar moet je kietelen opdat er iets in de Kerk zou bewegen? We zitten soms vast in grote structuren. We hebben geen boodschap aan een nog grotere ‘doe-last’. Kerk zou plaats van inspiratie en verbinding kunnen zijn zodat mensen diaconaal bewogen worden. Nu is er gevaar dat geloof en inzet in de privésfeer blijven en dus overgelaten worden aan het persoonlijk initiatief.

Wat staat ons te doen? En hoe pakken we het aan? De confrontatie met de nood van de ander kan het uitgangspunt zijn. Maar ook de evangelische inspiratie kan het vertrekpunt zijn om tot de actie over te gaan. Beide invalshoeken zijn goed maar wel onderscheiden. Ze vullen elkaar aan en laten ruimte voor verscheidenheid. Net zoals kleinschalige lokale initiatieven en grotere gestructureerde verbanden. De vormgeving van ons diaconaal engagement zal wel altijd in beweging blijven omdat ze inspeelt op de veranderende samenleving en de tekenen van de tijd probeert te lezen.

Bij de hertekening van de territoriale pastoraal in de grotere steden wordt gekeken naar plaatsen van samenkomst op zondag. Kerkgangers worden samengebracht in nieuwe vierende gemeenschappen. Maar voor de inplanting ervan stelt men zich niet de vraag: waar zijn in deze stad de armen? In welke wijken is de nood aan de bevrijdende evangelische boodschap het grootst? Verplicht onze diaconale bewogenheid ons niet om bij voorkeur daar samen Kerk te vormen en God aanwezig te brengen?
(geïnspireerd door Antoon Arens op de studiedag Parochie… waarheen? Leuven, 10 oktober 2013)

Europees burgerschap

Forum 8 juni 2013

Inleiding door E.H. Patrick Daly, secretaris-generaal van de COMECE

2013 werd door de Europese Unie uitgeroepen tot Europees Jaar van de Burger, ter voorbereiding van de verkiezingen voor het Europees Parlement volgend jaar.

Om mij voor te stellen zal ik eerst bezinnen over mijn eigen identiteit. ‘Burger zijn’ is een belangrijk begrip voor ons. Wij zijn allemaal burgers. Persoonlijk heb ik heel veel moeite om te begrijpen wat ‘burger van Europa’ betekent. Ik wil daarom aan de basis beginnen, met het fundamenteel idee van burgerschap en de elementen die uit onze eigen persoonlijke biografie komen.

Read more

Jongeren over geloof

youthgroup2

Studie- en ontmoetingsdag IPB-CIL 2 maart 2013

Op zaterdag 2 maart ging een gemeenschappelijke studie- en ontmoetingsdag door van het IPB youthgroup2en de Franstalige zusterorganisatie CIL. Jongeren uit verschillende groepen en bewegingen kwamen er aan het woord. In de voormiddag gebeurde dat in de vorm van korte getuigenissen. Na elke inbreng was er tijd voor de deelnemers om met hun buren in gesprek te gaan over 2 vragen. Wat heb je aan waardevols gehoord voor de toekomst? Welke algemene bedenkingen en vragen heb je bij dit verhaal? Iedereen had 2 bladen ontvangen om antwoorden te noteren. Die werden op het einde van de voormiddag verzameld.

7 GETUIGENISSEN
In een kort filmpje stelde een van de vrijwilligers de Jeugddienst van Don Bosco voor. Alexandre Cordier vertelde over jongerenweekends georganiseerd in La Margelle, een bezinningshuis van de Filles de Marie de Pesche. Imke Bavay bracht de kinderwoorddienst van de parochie van Mere in beeld. Die wordt gedragen door een ploeg van enthousiaste jongeren die hun geloof willen doorgeven. Clément Guillemot vertelde hoe hij wekelijks op dinsdagavond deelneemt aan een gebedsgroep van de Emmanuelgemeenschap in Brussel. Met een 50-tal jongeren loven en danken ze de Heer en doen ze kracht op voor de rest van de week. Jelle Thijs liet de deelnemers proeven van het internationale gebeuren in Taizé. Overal in Vlaanderen zijn er groepen die regelmatig samenkomen om een avond te bidden in de geest van Taizé. Yves Bayingana, sociaal assistent van Rwandese afkomst, werd niet gedoopt als kind. Hij ging op zoek en via de muziek vond hij een evangelische gemeenschap waarbij hij zich aansloot. In zijn beroep kan hij handen en voeten geven aan zijn geloof. Hanne Van Gils en Gertjan Monteyne getuigden als kersverse godsdienstleerkrachten. Ze gebruikten hiervoor het beeld van de GSM: Getuige, Specialist en Moderator. Ze hielden een pleidooi voor authenticiteit waarin hoofd, hart en handen samengehouden worden. Als leerkracht moet je het eigen vuur brandend houden en zaaien in de hoop dat er iets ontkiemt.

Getuigenissen en infostands

INFOSTANDS
Tijdens de middagpauze konden de deelnemers verder in gesprek gaan met de getuigen en met elkaar. Verschillende organisaties waaronder Youfra, Sant’Egidio, IJD, enkele jeugdbewegingen, hadden ook een infostandje. Met een broodje in de hand werd er druk genetwerkt tussen jong en minder jong, in beide landstalen.

PANELGESPREK
De namiddag begon met een korte bezinning met enkele liederen van Taizé. Daarna was er een panelgesprek met Stijn Van den Bossche als moderator. De schriftelijke vragen van de voormiddagsessie waren de basis van de thema’s die aan bod kwamen. Zo werd gesproken over de verhouding tussen enerzijds ruime activiteiten en anderzijds kleine groepen van gelovige jongeren, over jongeren en parochie, over gebedsgroepen en deelnemen aan de zondagse eucharistie, over hoe jongeren aanspreken en boeien. In het panel zaten Claire Jonard (liaison des Pastorales des jeunes), Michel Kesteman (CIL), Lena Pengel-DeVolder (Sant’Egidio), Cedrick Veryser (Youfra) en Gertjan Monteyne.

IMPRESSIES
Om de dag te besluiten was aan 4 deelnemers vooraf gevraagd om hun impressies te formuleren. Patricia Fyon was getroffen door de concrete verhalen van de verschillende groepen die het geloof voeden. Pieter Nolf was blij dat er geen institutionele discussies hadden geklonken. Jongeren liggen daar niet van wakker maar wel van de authenticiteit van het geloofsverhaal en van de liturgie. Hij drukte zijn zorg uit voor wat hij de alumni van de jongerenpastoraal noemde. Waar kunnen jongvolwassenen binnen de parochies terecht? Michel Kesteman trok het groeien in geloof open. We zijn allemaal onafgewerkte producten. Wat hij meenam van deze dag was een groot geloof in de toekomst. Het verhaal van God gaat verder. Lisbet Lenaers eindigde met te zeggen dat we misschien niet teveel over God moeten spreken maar meer tot God en met elkaar.

Josian Caproens, voorzitter IPB, en Peter Annegarn, voorzitter CIL, sloten de dag af met een dankwoordje aan de sprekers en de deelnemers. Het was een dag van rijke ontmoetingen, waarin we heel wat aanzetten kregen van jonge gelovigen waarmee we samen de toekomst kunnen gestalte geven.

Fotoreportage

Zie ook Transparant, jg 16, nr. 3, april 2013, p. 2-3

Toekomst van de territoriale pastoraal

Forum 8 december 2012

Voorstelling resultaten bevraging parochiekerken
Jan Jaspers, directeur expertisecentrum onroerend kerkelijk erfgoed CRKC

Pastoraal plan van onderuit: een getuigenis uit Klein Brabant
Inge Hauchecorne, geëngageerde vrijwilliger betrokken bij het traject over parochies en parochiekerken

Toekomst van de territoriale pastoraal – aandachtspunten bij het kerkenplan
na bespreking op het IPB-Bureau van 14 december 2012

Over de kerkgebouwen                 Zie ook Transparant, jg 16, nr. 2, januari 2013, p. 2-3
Meer dan de helft van de kerkgebouwen zijn open buiten de eredienst. Ze worden bezocht voor devotiepraktijken en door mensen die op zoek
zijn naar stilte en bezinning. Ook vele toeristen vinden hun weg naar kerken. Gidsbeurten (en informatieblaadjes) zijn een kans om voor deze groepen cultuur en pastoraal te verbinden.
Een kleine 10% van de kerken wordt ook door andere geloofsgemeenschappen gebruikt waarvan de helft op regelmatige basis. Hierbij stellen zich een aantal vragen naar visie. Bij de gemeenschappen van buitenlandse origine: hoe eigenheid en integratie in evenwicht houden? Bij de nieuwe evangelische groepen en christelijke groepen die niet aangesloten zijn bij de oecumene: wie beoordeelt of we hen kunnen onthalen in onze
kerkgebouwen?
Drie kwart van de kerken kent ook niet-liturgisch gebruik. Maar bij nader toezien gaat het gemiddeld slechts over 1,6 activiteiten per jaar. Oorspronkelijk waren kerken plaatsen van samenkomst voor de gemeenschap en gebeurde er zeer veel in het kerkgebouw. Met de bouw van parochiezalen werd de kerk gereduceerd tot liturgische ruimte. Misschien moeten we opnieuw breder gaan denken.
Vele kerken zijn niet aangepast aan de kleinere vierende gemeenschap. Wie helpt lokaal om de kerk anders in te richten? Zijn kerkfabrieken bereid om hun gelden te investeren in verbouwingen of zelfs nieuwbouw van een gebedsruimte voor de toekomst?Pastorieën: 68% is eigendom van de kerkfabriek en de helft daarvan bewoond door een pastoor of medewerker. Wie heeft inspraak in het woonbeleid? Wordt gedacht aan sociale huisvesting?

Read more

Vijf stellingen

Met de resultaten en aandachtspunten uit het onderzoek en geleid door een aantal stellingen, werd op het Forum van 13 oktober 2012 in vijf groepen verder ingegaan op het thema. In elk van deze groepen waren enkele jongeren aanwezig of mensen die dagelijks met jonge mensen in contact zijn. De belangrijkste punten uit deze gesprekken zijn gegroepeerd per stelling.

Read more